Het configureren van PPP onder GNU/Linux is ongecompliceerd, zodra je alle benodigde informatie hebt. Debian maakt het je zelf nog makkelijker met zijn eenvoudige configuratie-tools.
Zorg dat je alle door je ISP geleverde informatie hebt, voor je begint. Dit zou onder andere kunnen zijn:
Gebruikersnaam of login
Wachtwoord
Je static IP (Internet Protocol) adres, als die er is (deze zien er ongeveer zo uit 209.81.8.242)
Bitmask (dit ziet er ongeveer zo uit 255.255.255.248)
De IP-adressen van de name-server van je ISP (of DNS).
Een eventuele speciale login-procedure die door de ISP wordt verlangd.
Vervolgens zal je in je hardware-setup willen investeren: of je modem met GNU/Linux werkt, en op welke seriële poort het is aangesloten.
Er is een simpele regel waarmee kan worden vastgesteld of je modem zal werken. Als het een "WinModem" of "host-based modem" is, zal het niet werken. Deze modems zijn goedkoop omdat ze zeer weinig functionaliteit bieden, en vereisen dat de computer de tekortkomingen ervan opvangt. Helaas betekent dit dat ze complex te programmeren zijn, en fabrikanten stellen de specificaties in het algemeen niet beschikbaar voor ontwikkelaars.
Als je een modem hebt met op een eigen kaart aanwezige elektronica, zou je er helemaal geen problemen mee moeten krijgen.
Onder GNU/Linux systemen, worden de seriële poorten voorgesteld door /dev/ttyS0, /dev/ttyS1, enzovoort. Je modem is haast ongetwijfeld verbonden met óf poort 0 oacute;f poort 1, equivalent aan COM1: en COM2: onder Windows. Als je niet weet waar je modem aan verbonden is, kan wvdialconf proberen het te detecteren (zie hieronder); probeer anders gewoon beiden en kijk welke werkt.
Als je met je modem wilt communiceren of je ISP wilt bellen zonder gebruik te maken van PPP, kun je het programma minicom gebruiken. Mogelijk moet je het minicom package nog installeren, voordat het programma beschikbaar is.