Dus je bent net klaar met het installeren van Debian! Gefeliciteerd. Neem een duik in het diepe en begin het te leren gebruiken.
Als onderdeel van het installatie-proces, zou je er achter moeten zijn gekomen hoe je het Debian-systeem boot (met een speciale diskette, door het eenvoudig aanzetten van je computer of door het indrukken van de Alt toets achter de LILO prompt en Linux te selecteren).
Zoals we al eerder aangaven (paragraaf Wat is Debian? in Hoofdstuk 2), is het ontwerp van Debian GNU/Linux afkomstig van het Unix besturingssysteem. In tegenstelling tot algemene desktop OS'sen zoals DOS, Windows, en MacOS, is Unix meestal te vinden op grote servers en multi-user systemen.
Dit betekent dat Debian speciale mogelijkheden heeft die bij die andere OS'sen ontbreken. Het staat een groot aantal mensen toe de computer tegelijkertijd te gebruiken, zolang iedere gebruiker maar zijn eigen terminal heeft. [1]
Om veel gebruikers toe te staan tegelijkertijd te werken, moet Debian het mogelijk maken dat veel programma's en applicaties gelijktijdig draaien. Deze feature wordt multitasking genoemd.
Veel van de complexiteit (en kracht) van op Unix lijkende systemen vindt zijn oorsprong in deze twee kenmerken. Het systeem moet bijvoorbeeld een manier hebben om gebruikers te weerhouden dat ze per ongeluk elkaars bestanden verwijderen, en het moet de vele programma's coördineren die tegelijkertijd draaien, b.v. om te verzekeren dat ze de harddisk niet allemaal tegelijkertijd gebruiken.
Als je in gedachten houdt waar Debian oorspronkelijk voor werd ontworpen, zullen veel van de aspecten heel wat meer betekenis krijgen. Je zal leren voordeel te hebben van de kracht van deze kenmerken.
| [1] | (Een terminal bestaat uit slechts een toetsenbord en een scherm die met de computer via het netwerk, via een modem of direct zijn verbonden. Je toetsenbord en monitor vormen een terminal die direct aan de computer is gekoppeld: deze speciale terminal wordt vaak een console genoemd). |