Hoofdstuk 8. Starten en Afsluiten

Inhoudsopgave
Een overzicht van boots en shutdowns
Het bootproces nader bekeken
Meer over afsluiten
Herstarten
Single user modus
Bootdiskettes voor nood


Start me up
Ah... you've got to... you've got to
Never, never never stop
Start it up
Ah... start it up, never, never, never
 You make a grown man cry,
  you make a grown man cry
(Rolling Stones)

In deze sectie wordt uitgelegd wat er plaatsvindt op een Linux systeem wanneer het wordt opgestart en afgesloten, en hoe je dit op de juiste wijze doet. Worden de juiste procedures niet opgevolgd, dan kunnen er bestanden beschadigd raken of verloren gaan.

Een overzicht van boots en shutdowns

De handeling waaarbij een computersysteem wordt aangezet en het besturingssysteem wordt geladen, [1] wordt booten genoemd. De naam is afkomstig van een afbeelding van de computer die zichzelf aan zijn laarzen tracht op te trekken, maar de handeling zelf is iets realistischer.

Gedurende de bootstrapping, laadt de computer eerst een klein stukje code genaamd de bootstrap loader, wat op zijn beurt het besturingssysteem laadt en start. De bootstrap loader wordt gewoonlijk op een vaste lokatie op een harddisk of diskette opgeslagen. De reden voor dit uit twee stappen bestaand proces is dat het besturingssysteem omvangrijk en gecompliceerd is, en het eerste stukje code dat de computer inleest zeer klein moet zijn (een paar honderd bytes), om te voorkomen dat de firmware onnodig gecompliceerd wordt.

De verschillende computers voeren de bootstrapping anders uit. Voor PC's leest de computer (zijn BIOS) de eerste sector in (genaamd de boot sector) van een diskette of harddisk. De bootstraploader bevindt zich binnen deze sector. Het laadt het besturingssysteem vanaf een lokatie elders op disk (of vanaf een andere lokatie).

Als Linux eenmaal is geladen, initialiseert het de hardware en devicedrivers, en start dan init op. init start andere processen om gebruikers in te kunnen laten loggen en andere dingen te doen. De details van dit onderdeel worden verderop besproken.

Om een Linux systeem af te kunnen sluiten, worden eerst alle processen verteld te stoppen (dit zorgt ervoor dat ze eventuele bestanden afsluiten en andere stappen ondernemen om de boel netjes te houden), vervolgens worden bestandssystemen en swapgebieden ontkoppeld, en als laatste wordt op de console een melding weergeveven dat de stroom kan worden uitgeschakeld. Wordt de juiste procedure niet gevolgd, dan kunnen er verschrikkelijke dingen gebeuren; als belangrijkste kan het zijn dat de buffercache van het bestandssysteem niet wordt geleegd, wat betekent dat alle data daarin gaat verloren en het bestandssysteem op disk inconsistent is en daarom mogelijk onbruikbaar.

Noten

[1]

Bij eerdere computers was het niet genoeg om louter de computer aan te zetten, je moest bovendien het besturingssysteem handmatig laden.