Virtuele Consoles: Op veel plaatsen tegelijkertijd zijn

Linux ondersteunt virtuele consoles. Dit is een manier om je enkele machine te laten lijken op meerdere terminals, die allen zijn verbonden met één Linux-kernel. Gelukkig is het gebruik van virtuele consoles onder Linux zeer eenvoudig: er zijn "hotkeys" beschikbaar om snel tussen de consoles te schakelen. Om het uit te proberen log je in op je Linux-systeem, houd de linker Alt-toets ingedrukt en drukt dan op F2 (dat wil zeggen functietoetsnummer 2) [1]. Je hebt nu een andere loginprompt. Raak niet in paniek: je bevindt je nu op de virtuele console (VC) nummer 2! Log hier in en doe wat --- een paar keer de opdracht ls of iets dergelijks; ter bevestiging dat dit een echte loginshell is. Nu kun je naar VC nummer 1 terugkeren door de linker Alt-toets ingedrukt te houden en dan de F1 in te drukken. Of je kunt doorgaan naar een derde VC, met vanzelfsprekend de combinatie Alt-F3.

Standaard worden Linux-systemen over het algemeen geactiveerd met vier VC's. Je kunt dit ophogen tot acht: dit wordt behandeld in De Linux System Administrator's Guide. Je moet er één of twee bestanden in /etc voor bewerken. Echter vier VC's is voor de meeste mensen wel voldoende. Als je er eenmaal aan bent gewend, zullen VC's waarschijnlijk een onmisbaar hulpmiddel gaan vormen om veel tegelijkertijd gedaan te krijgen. Ik draai bijvoorbeeld typisch Emacs op VC 1 (en verricht hier het meeste werk), en een communicatieprogramma op VC 3 (zodat ik tijdens mijn werk per modem bestanden kan downloaden of uploaden, of taken op remote machines kan uitvoeren), en een shell openhouden op VC 2 voor het geval ik nog iets anders wil doen zonder VC 1 daarvoor in beslag te nemen.

Noten

[1]

Zorg dat je dit doet vanaf een tekstconsole: Draai je onder X-Window of andere grafische toepassing, dan zal dit waarschijnlijk niet werken, alhoewel het gerucht gaat dat X-Window spoedig het overschakelen tussen virtuele consoles onder Linux mogelijk maakt.