X attributen

Veel programma's maken gebruik van X. Een aantal programma's, zoals emacs, kan als een tekstgeöriënteerd programma worden uitgevoerd en als een programma dat een eigen X-venster aanmaakt. De meeste X-programma's kunnen echter alleen onder X worden uitgevoerd.

Geometrie

Alle programma's draaiend onder X hebben aan paar dingen gemeen. Onder X zegt de geometrie iets over de grootte van het venster en waar deze zich bevindt. De geometrie van een venster bestaat uit vier componenten:

De vier componenten worden allen in een geometriereeks geplaatst gelijkend op: 503x73-78+0. (Dat is te vertalen naar een venster van 503 pixels breed, 73 pixels hoog, nabij de bovenrechterhoek van het scherm geplaatst.) Een andere manier om het uiteen te zetten is hsize x vsize - hplace + vplace.

Display

Elke X-toepassing heeft een display waarmee het is geassocieerd. De display is de naam van het scherm dat de X-server bestuurt. Een display bestaat uit drie componenten:

Deze drie zaken worden als volgt samengevoegd: machine:servernummer.schermnummer.

Op bijvoorbeeld mousehouse is voor alle toepassingen het display ingesteld op :0.0, wat het eerste scherm van de eerste server op de lokale display betekent. Zou ik echter gebruik maken van een remote computer, dan kan het display zijn ingesteld op mousehouse:0.0.

Standaard wordt de display gehaald uit de omgevingsvariabele (zie de paragraaf Omgevingsvariabelen in Hoofdstuk 10) genaamd DISPLAY, en deze waarde kan worden overschreven met een opdrachtregeloptie (zie de ). Probeer de opdracht echo $DISPLAY om te achterhalen hoe DISPLAY is ingesteld.

Tabel 6-1. Standaardopties voor X-programma's

NaamGevolgd doorVoorbeeld
-geometrievenstergeometriexterm -geometrie 80x24+0+90
-displayprogrammadisplayxterm -display lionsden:0.0
-fgprimaire voorgrondkleurxterm -fg yellow
-bgprimaire achtergrondkleurxterm -bg blue