Mtools bestaat uit een verzameling hulpmiddelen in het public domain om onder Unix-systemen MS-DOS bestanden te kunnen manipuleren: lezen, schrijven, en bestanden over te brengen naar een andere plaats (typisch een diskette) op een MS-DOS bestandssysteem. Daar waar redelijk, probeert ieder programma het equivalente MS-DOS commando te emuleren. Onnodige beperkingen en eigenaardigheden van DOS worden niet geëmuleerd. Het is bijvoorbeeld mogelijk subdirectory's van de ene naar de andere subdirectory te verplaatsen.
Mtools volstaat voor het verlenen van toegang aan MS-DOS bestandssystemen. Opdrachten
zoals mdir a: bijvoorbeeld, werken op de a: diskette zonder
het eerst te mounten of initialiseren (ervan uitgaande dat de
standaard `/etc/mtools.conf' op je computer werkt). Met mtools kan
men ook zonder mounten en unmounten van diskettes wisselen.
Als je deze documentatie op het World Wide Web aan het lezen bent, kan het zijn dat deze sectie je interesseert. Als je dit met behulp van info of als een afgedrukt document leest, of op één van onze eigen sites (http://www.tux.org/pub/knaff en http://mtools.linux.lu), hoef je je geen zorgen te maken.
Er is onder mijn aandacht gebracht dat een aantal websites, die deze documentatie tonen, zogenoemde "cookies" uitdelen. Deze "cookies" zijn vanaf de server naar de browser gezonden tags, waarbij wordt geactiveerd dat de server bij kan houden welke sites de gebruiker bezoekt, en dus zijn privacy compromitteren. Als je netscape gebruikt, kun je de bevestigingsmeldingen voor alle cookies deactiveren die naar je browser worden gestuurd door in het menu te kiezen voor Options->Network_Preferences->Protocols en de box "Show an Alert before Accepting a cookie" af te vinken. Klik dan op "Cancel", als de waarschuwingsbox tevoorschijn komt, om de cookie te weigeren en je privacy te beschermen.
Mtools is op de volgende plaatsen (en op mirrors) te vinden:
http://mtools.linux.lu/mtools-3.9.6.tar.gz ftp://www.tux.org/pub/knaff/mtools/mtools-3.9.6.tar.gz ftp://sunsite.unc.edu/pub/Linux/utils/disk-management/mtools-3.9.6.tar.gz
Wees er zeker van voor je een programmeerfout rapporteert, dat het nog niet is gecorrigeerd in de Alpha patches die zijn te vinden op:
http://mtools.linux.lu/ ftp://www.tux.org/pub/knaff/mtools
Deze patches zijn vernoemd naar
mtools-versie-ddmm.taz, waar versie
staat voor de basisversie, dd voor de dag en mm voor de maand.
Vanwege ruimtegebruik, laat ik gewoonlijk slechts de meest recente
patch achter.
Er is een discussielijst voor mtools op mtools @ tux.org. Stuur alle bug-rapporten alsjeblieft naar deze lijst. Je kunt je op deze lijst aanmelden door een bericht te sturen naar majordomo @ tux.org met in het bericht `subscribe mtools @ tux.org'. (N.B. Verwijder op beide plaatsen alsjeblieft de spaties rondom de "@". Ik heb ze daar gelaten om spambots om de tuin te leiden). Aankondigingen van nieuwe versies van mtools zullen ook naar deze lijst worden gezonden, als ook naar de linux nieuwsgroepen bestemd voor aankondigingen. De discussielijst wordt gearchiveerd op http://www.tux.org/hypermail/mtools/latest.
MS-DOS bestandsnamen worden samengesteld uit een stationsletter, gevolgd
door een dubbele punt, een subdirectory en een bestandsnaam.
Alleen het bestandsnaamgedeelte is verplicht, de stationsletter
en de subdirectory zijn optioneel. Bestandsnamen zonder stationsletter
refereren naar Unix-bestanden. In namen van subdirectory's kan gebruik
worden gemaakt van het scheidingsteken '/' of '\'. Het gebruik van het
scheidingsteken '\' of jokertekens vereist dat de namen tussen
aanhalingstekens worden geplaatst om ze van de shell af te schermen.
Wildcards in Unix-bestanden moeten echter niet tussen aanhalingstekens
worden geplaatst, omdat we hier juist willen dat de shell ze
extraheert.
De routines waarin reguliere expressies met een "patroonovereenkomst"
voorkomen volgen de regels in de stijl van Unix. `*' bijvoorbeeld,
in plaats van `*.*' komt overeen met alle MS-DOS bestanden. De archief,
hidden, read-only en systeemkenmerken worden tijdens de patroonovereenkomst
genegeerd.
Alle opties maken als eerste teken gebruik van het - (min) teken, niet
de / zoals je onder MS-DOS zou verwachten.
De meeste mtoolsopdrachten staan als parameter meerdere bestandsnamen toe, waarmee de MS-DOS conventie dan wel niet wordt gevolgd, maar die wel gebruikersvriendelijker is.
De meeste mtools opdrachten staan opties toe die ze instrueren hoe
dubbel voorkomende bestandsnamen af te handelen, zie section 2.5 Dubbel voorkomende namen,
voor meer informatie hierover. Alle opdrachten accepteren de -V optie
waarmee de versie wordt afgedrukt, en de meeste opdrachten accepteren de
-v vlag, waarmee naar de verbose mode wordt overgeschakeld. In verbose
mode, geven deze opdrachten de naam van de MS-DOS bestanden waarop ze
een actie uitvoeren, tenzij anders uiteengezet. Zie section 4. Opsomming van opdrachten, voor een
beschrijving van de opties die voor iedere opdracht specifiek zijn.
De betekenis van de stationsletters is afhankelijk van de doelarchitecturen. Op de meeste doelarchitecturen is id station A echter het eerste diskettestation, station B het tweede diskettestation (als beschikbaar), station J is een Jaz drive (als beschikbaar), en station Z is een Zip-drive (als beschikbaar). Op die systemen waarop de naam van het device is afgeleid van het SCSI-id, wordt verondersteld dat de Jaz drive zich bevindt op Scsi target 4, en de Zip op Scsi target 5 (standaard fabrieksinstellingen). Onder Linux, wordt van beide drives verondersteld dat ze zich bevinden op de tweede drive op de Scsi bus (/dev/sdb). De standaardinstellingen kunnen via een configuratiebestand worden gewijzigd, zie See section 3. Hoe mtools voor je omgeving te configureren.
De opdracht mcd (section 4.6 Mcd) wordt gebruikt om het device en de
huidige werkdirectory (relatief aan het MS-DOS bestandssysteem) vast te
stellen, anders wordt als standaardwaarde uitgegaan van A:/. Er is
echter in tegenstelling tot MS-DOS slechts één werkdirectory voor alle
stations, en niet één per station.
Deze versie mtools ondersteunt lange bestandsnamen in de stijl van VFAT. Als een Unix-bestandsnaam te lang is om in een korte DOS-naam te passen, wordt het als een VFAT lange naam opgeslagen en er wordt een bijbehorende verkorte naam gegenereerd. Deze verkorte naam zie je als je de disk met een DOS-versie van vóór 7.0 bestudeert. De volgende tabel toont een aantal voorbeelden van verkorte namen:
Lange naam MS-DOS naam Reden van de wijziging --------- ---------- --------------------- ditiseentest DITISE~1 bestandsnaam te lang alain.knaff ALAIN~1.KNA extensie te lang prn.txt PRN~1.TXT PRN is een apparaatnaam .abc ABC~1 geen bestandsnaam heet+koud HEET_K~1 niet toegestaan teken
Zoals je kunt zien, worden korte namen als volgt herleid:
;+=[]',\"*\\<>/?:|.
~n nummer wordt gegenereerd,
De initiële bestandsnaam in de stijl van Unix (of die nu lang of kort is) wordt ook wel de primaire naam genoemd, en de afgeleide korte naam wordt ook wel de secundaire naam genoemd.
Voorbeeld:
mcopy /etc/motd a:Echtlangenaam
Mtools maakt een VFAT-ingang voor Echtlangenaam en gebruikt ECHTLANG als een korte naam. Echtlangenaam is de primaire naam, en ECHTLANG is de secundaire naam.
mcopy /etc/motd a:motd
Motd voldoet aan de beperkingen van DOS-bestandsnamen. Mtools hoeft er geen andere naam uit af te leiden. Motd is de primaire naam, en er is geen secundaire naam.
In een notedop: De primaire naam is de lange naam, als er één bestaat, óf de korte naam als er geen lange naam is.
Alhoewel VFAT veel flexibeler is dan FAT, zijn er, zelfs in VFAT, nog steeds
namen die niet acceptabel zijn. Er zijn nog steeds een aantal niet toegestane
tekens overgebleven (\"*\\<>/?:|), en apparaatnamen zijn nog steeds
gereserveerd.
Unix naam Lange naam Reden van de wijziging --------- ---------- --------------------- prn prn-1 PRN is een apparaatnaam ab:c ab_c-1 niet toegestaan teken
Zoals je kunt zien, vinden de volgende transformaties plaats als het een niet toegestane lange naam betreft:
-n nummer wordt gegenereerd,
Als je een bestand naar disk schrijft, kan het zijn dat de lange naam of
de verkorte naam botst met een reeds bestaand bestand of al voorkomende
directory. Dit kan gebeuren bij alle opdrachten waarmee nieuwe directory-ingangen,
zoals mcopy, mmd, mren, mmove, mwrite en
mread worden aangemaakt. Wanneer er een dubbele naam voorkomt, vraagt
mtools wat het moet doen. Het biedt verscheidene keuzes:
overwrite (overschrijven)
rename (hernoemen)
autorename (automatisch hernoemen)
skip (overslaan)
Om er uit deze akties één te kiezen, typ je achter de prompt de eerste letter ervan in. Als je een kleine letter gebruikt, geldt de aktie alleen voor dit bestand, gebruik je een hoofdletter, dan geldt de actie voor alle bestanden en zal er niet meer naar worden gevraagd.
Je mag ook bij het aanroepen van mtools op de opdrachtregel (voor alle bestanden) akties kiezen:
-o
-O
-r
-R
-a
-A
-s
-S
-m
-M
Merk op hoe de opdrachtregelswitches zich onderscheiden door kleine letters/ hoofdletters tussen primaire/secundaire namen terwijl daarentegen voor interactieve keuzes, kleine letters/hoofdletters zich onderscheiden in slechts-deze-keer/altijd.
De primaire naam is de naam zoals ze onder Windows 95 of Windows NT wordt weergegeven: b.v. de lange naam als deze bestaat, en anders de korte naam. De secundaire naam is de "verborgen" naam, d.w.z. de korte naam als er al een lange naam bestaat.
Standaard wordt de gebruiker gewaarschuwd als er een naamsbotsing optreedt van de primaire naam, en wordt de secundaire naam automatisch hernoemd.
Als een naamsbotsing in een Unix-directory plaatsvindt, vraagt mtools alleen of het bestand moet worden overschreven of dat het moet worden overgeslagen.
Het VFAT bestandssysteem is in staat de letterkast van bestandsnamen te onthouden. Bestandsnamen die slechts verschillen in hoofd- en kleine letters mogen echter niet in dezelfde directory voorkomen. Als je op een VFAT bestandssysteem een bestand opslaat met de naam LangeBestandsNaam, toont mdir dit bestand als LangeBestandsNaam, en niet als Langebestandsnaam. Als je dan echter probeert LangeBestandsnaam aan dezelfde directory toe te voegen, wordt het geweigerd, omdat bij controle van naamsbotsingen de letterkast wordt genegeerd.
Het VFAT bestandssysteem staat het toe de letterkast van een bestandsnaam in het attribuut op te slaan, als alle letters van de bestandsnaam in dezelfde letterkast staan, en als alle letters van de extensie ook in dezelfde letterkast staan. Mtools gebruikt deze informatie bij het weergeven van de bestanden en genereert ook de Unix bestandsnaam bij gebruik van mcopy naar een Unix-directory. Dit kan onverwachte resultaten opleveren wanneer toegepast op bestanden geschreven door een DOS-versie van voor 7.0: Inderdaad, de bestandsnamen in oude stijl worden allen ingedeeld naar hoofdletters. Dit wijkt af van het functioneren van de oude versie van mtools waarbij Unix-bestandsnamen met kleine letters werden gegenereerd.
Mtools ondersteunt een aantal formaten waarmee het mogelijk is meer gegevens dan gewoonlijk op de disk op te slaan. Vanwege de verschillende mogelijkheden van besturingssystemen, worden deze formaten niet op alle OS'sen ondersteund. Mtools herkent, daar waar ondersteund, deze formaten transparant.
Om deze disks te kunnen gebruiken, heb je een voor het besturingssysteem
specifieke tool nodig. Voor Linux zijn geschikte disktools op de volgende
lokaties te vinden in het fdutils package:
ftp://www.tux.org/pub/knaff/fdutils/.ftp://sunsite.unc.edu/pub/Linux/utils/disk-management/fdutils-*
Zie voor verdere details de meegeleverde manpagina's voor dat package:
Gebruik superformat voor het formatteren van alle formaten behalve
XDF, en gebruik voor het formatteren van XDF xdfcopy.
De oudste methode om meer gegevens op een disk te plaatsen is door het gebruik van meer sectoren en cylinders. Alhoewel het standaardformaat gebruik maakt van 80 cylinders en 18 sectoren (op een 3 1/2 high density disk), is het (op de meeste drives) mogelijk tot aan 83 cylinders en 21 sectoren te gebruiken. Met deze methode is het mogelijk tot 1743K op een 3 1/2 HD disk op te slaan. Disks met 21 sectoren zijn echter tweemaal zo langzaam als de standaarddisks met 18 sectoren, omdat de sectoren zo dichtbijeen zijn gepakt dat we gebruik moeten maken van interleave. Dit probleem doet zich niet voor bij formaten met 20 sectoren.
Deze formaten worden door talrijke DOS shareware-utility's, zoals
fdformat en vgacopy ondersteund. In zijn oneindige hoogmoed,
geloofde Bill Gate$ dat hij dit uitvond, en noemde het `DMF disks', of
`Windows formatted disks'. Maar in werkelijkheid bestond het al
jaren ervoor! Mtools ondersteunt deze formaten onder Linux, onder SunOS en
onder de DELL Unix PC.
Door grotere sectoren te gebruiken, is het mogelijk voorbij de capaciteit te gaan die kan worden verkregen door de standaard uit 512 bytes bestaande sectoren. Dit heeft te maken met de sectorheader. De sectorheader heeft dezelfde grootte, ongeacht hoeveel databytes in de sector voorkomen. Dus besparen we wat ruimte door gebruik te maken van wat minder, maar grotere sectoren. Bijvoorbeeld: 1 sector van 4K neemt slechts eenmaal headerruimte in beslag, terwijl 8 sectoren van 512 bytes ook 8 headers hebben voor dezelfde hoeveelheid nuttige data.
Via deze methode is het mogelijk tot 1992K op een 3 1/2 HD disk op te slaan.
Mtools ondersteunt deze formaten alleen onder Linux.
Het 2m formaat werd oorspronkelijk uitgevonden door Ciriaco Garcia de Celis. Hierbij wordt ook van grotere sectoren dan gewoonlijk gebruik gemaakt om meer gegevens op de disk te laten passen. Er wordt echter gebruik gemaakt van het standaardformaat (18 sectoren van elk 512 bytes) op de eerste cylinder, om deze disks eenvoudiger door DOS af te laten handelen. Deze methode maakt het inderdaad mogelijk een bootsector van standaardgrootte te hebben, waarop een beschrijving voorkomt van hoe de rest van de disk zou moeten worden ingelezen.
De keerzijde hiervan is echter dat de eerste cylinder minder gegevens kan bevatten dan de andere cylinders. Helaas kan DOS alleen disks hanteren waarbij ieder spoor dezelfde hoeveelheid gegevens bevat. Dus 2m verbergt het feit dat het eerste spoor minder data bevat door gebruik te maken van een shadow FAT. (Gewoonlijk slaat DOS de FAT als extra zekerheid in twee identieke kopiën op. XDF slaat slechts één kopie op, en vertelt DOS dat het er twee opslaat. Dus die ruimte die door de tweede FAT kopie in beslag zou worden genomen, wordt bespaard). Dit betekent ook dat je nooit een 2m disk zou moeten gebruiken om er iets anders op te slaan dan een DOS fs.
Mtools ondersteunt deze formaten alleen onder Linux.
XDF is een high capacity formaat in gebruik door OS/2. Per disk past er
1840 K op.
Dat is minder dan de beste 2m formaten, maar het belangrijkste voordeel
ervan is dat het snel is: 600 milliseconden per spoor. Dat is sneller dan het
21 sector formaat, en bijna even snel als het standaard 18 sector formaat. Zorg
ervoor dat mtools met ondersteuning voor XDF is gecompileerd als je deze disks
wilt kunnen benaderen, en stel de variabele use_xdf in op de drive
in het configuratiebestand. Zie voor details hierover, section 5. Architectuur specifieke compilatie opties, en
section 3.6 Stationsvariabelen voor algemene doeleinden. Snelle XDF-toegang is alleen beschikbaar voor
Linux-kernels recenter dan 1.1.34.
Mtools ondersteunt dit formaat alleen onder Linux.
Pas op / Attentie distributeurs: Als mtools onder een Linux-kernel recenter dan 1.3.34 is gecompileerd, zal het niet onder een oudere kernel draaien. Als het echter onder een oudere kernel is gecompileerd, zal het wel onder een nieuwere kernel draaien, behalve dat de XDF-toegang langzamer is. Het wordt auteurs van distributies aanbevolen alleen mtools binaire bestanden op te nemen die met kernels ouder dan 1.3.34 worden gecompileerd totdat 2.0 uitkomt. Wanneer 2.0 uit zal zijn, kunnen mtools binaire bestanden onder nieuwere kernels worden gecompileerd. Mtools binaire bestanden gecompileerd onder kernels ouder dan 1.3.34 zullen niet onder enige 2.1 kernel of later draaien.
Alle Mtools opdrachten retourneren bij succes een 0, 1 voor een volkomen fout, of 2 voor een gedeeltelijke fout. Alle Mtools opdrachten voeren een aantal beveiligingscontrole's uit voor ze verder gaan, om er zeker van te zijn dat de disk inderdaad een MS-DOS disk is (in tegenstelling tot bv een ext2 of minix disk). Deze controle's kunnen gedeeltelijk beschadigde disks verwerpen, die mogelijk anders nog steeds leesbaar zouden zijn. Ter voorkoming van deze controle's kun je de omgevingsvariabele MTOOLS_SKIP_CHECK of de overeenkomende variabele in het configuratiebestand instellen (Zie See section 3.4 Globale variabelen.).
Een ongelukkige keerzijde van het niet kunnen gissen van het juiste device (wanneer meerdere diskcapaciteiten worden ondersteund) is een af ten toe plaatsvindende foutmelding van de device driver. Deze kan gerust worden genegeerd.
De code voor de fatcontrole verslikt zich in 1.72 Mb disks geformatteerd met mtools van voor 2.0.7. Stel de omgevingsvariabele MTOOLS_FAT_COMPATIBILITY in (of de overeenkomende variabele in het configuratiebestand, section 3.4 Globale variabelen) om de fatcontrole te omzeilen.
In deze sectie wordt een uitleg gegeven van de syntax van de
configuratiebestanden voor mtools. De configuratiebestanden worden
`/usr/local/etc/mtools.conf' en `~/.mtoolsrc' genoemd. Als de
omgevingsvariabele MTOOLSRC is ingesteld, wordt de inhoud ervan gebruikt
als de bestandsnaam voor een derde configuratiebestand. Deze
configuratiebestanden beschrijven de volgende items:
`/usr/local/etc/mtools.conf' is het systeemomvattende configuratiebestand, en `~/.mtoolsrc' is het privé configuratiebestand voor de gebruiker.
Op een aantal systemen wordt het systeemomvattende configuratiebestand in plaats daarvan `/etc/defaults/mtools.conf' genoemd.
De configuratiebestanden zijn samengesteld uit secties. Iedere sectie start met een trefwoord gevolgd door een dubbele punt die de sectie identificeert. Dan volgen de variabele toekenningen en opties. Variabele toekenningen hebben de volgende vorm:
naam=waarde
Opties zijn op zichzelf staande trefwoorden zonder een is gelijk teken en opvolgende waarde. Een sectie eindigt of aan het einde van het bestand of waar de volgende sectie begint.
Regels beginnend met een hekje (#) bestaan uit commentaar. Newline tekens
zijn gelijk aan witruimte (behalve daar waar een opmerking eindigt). Het
configuratiebestand is niet hoofdlettergevoelig, behalve voor items
omsloten door aanhalingstekens (zoals bestandsnamen).
Voor de meeste platformen bevat mtools redelijke gecompileerde standaards voor fysieke diskettestations. Dus gewoonlijk is het niet nodig je bezig te houden met het configuratiebestand, als je alleen je diskettestations met mtools wilt benaderen. Aan de andere kant heb je het configuratiebestand nodig als je mtools ook wilt gebruiken om toegang tot harddiskpartities en dosemu image bestanden te krijgen.
Globale vlaggen mogen worden ingesteld op 1 of 0.
De volgende globale vlaggen worden herkend:
MTOOLS_SKIP_CHECK
MTOOLS_FAT_COMPATIBILITY
MTOOLS_LOWER_CASE
MTOOLS_NO_VFAT
MTOOLS_DOTTED_DIR
MTOOLS_NAME_NUMERIC_TAIL
MTOOLS_TWENTY_FOUR_HOUR_CLOCK
Voorbeeld: Door het opnemen van de volgende regel in het configuratiebestand, wordt mtools geïnstrueerd de beveiligingscontrole's over te slaan:
MTOOLS_SKIP_CHECK=1
Globale variabelen kunnen ook via de omgeving worden ingesteld:
export MTOOLS_SKIP_CHECK=1
Globale stringvariabelen kunnen op iedere waarde worden ingesteld:
MTOOLS_DATE_STRING
Opties en waarden per station kunnen worden beschreven in een drive sectie.
Een drive sectie begint met
drive "stationsletter:"
Dan volgen variabele-waarde paren en opties.
Dit is een voorbeeldbeschrijving van een drive:
drive a: file="/dev/fd0" use_xdf=1
Geometrie-informatie beschrijft de fysieke karakteristieken van de disk. Het dient drie doelen:
mformat_only.
Als je wel filtering wilt, moet je de vlag filter opgeven. Wanneer
je een geometrie aanlevert, moet je een van beiden vlaggen opgeven.
mformat_only vlag werd opgegeven, wordt geen initiële configuratie
uitgevoerd.
Onder Linux is de initiële geometrie niet echt nodig, aangezien de
configureerbare apparaten het type disk automatisch accuraat genoeg
kunnen detecteren (voor de meest gebruikelijke formaten) om de
bootsector in te lezen.
Onjuiste informatie over de geometrie kan tot zeer bizarre fouten leiden. Daarom
raad ik je ten zeerste aan de vlag mformat_only aan de beschrijving
van je station toe te voegen, tenzij je het filteren of de initiele geometrie
echt nodig hebt.
De volgende variabelen gerelateerd aan de geometrie zijn beschikbaar:
cylinders
tracks
cylinders is de voorkeursvorm,
tracks wordt als verouderd aangemerkt)
heads
sectors
Voorbeeld: de volgende drive sectie beschrijft een 1.44M station:
drive a:
file="/dev/fd0H1440"
fat_bits=12
cylinders=80 heads=2 sectors=18
mformat_only
De volgende verkorte geometrie beschijvingen zijn beschikbaar:
1.44m
fat_bits=12 cylinders=80 heads=2 sectors=18
1.2m
fat_bits=12 cylinders=80 heads=2 sectors=15
720k
fat_bits=12 cylinders=80 heads=2 sectors=9
360k
fat_bits=12 cylinders=40 heads=2 sectors=9
De verkorte formaatbeschrijvingen kunnen worden gewijzigd, bijvoorbeeld:
360k sectors=8
beschrijft een 320k disk en is equivalent aan:
fat_bits=12 cylinders=40 heads=2 sectors=8
Bovendien zijn de volgende opties beschikbaar:
sync
nodelay
exclusive
De volgende stationsvariabelen zijn beschikbaar voor algemene doeleinden. Afhankelijk van het type, kunnen deze variabelen worden ingesteld op een string (bestand, precmd) of een integer (alle anderen).
file
partition
offset variabele. De partition variabele is bedoeld
voor verwijderbare media zoals Syquests, ZIP-disks, en
magnetisch-optische disks. Alhoewel de traditionele DOS Syquests en
magnetisch-optische disks als `zeer grote diskettes' ziet die niet
zijn gepartitioneerd, behandelen OS/2 en Windows NT ze als harddisks,
d.w.z. gepartitioneerde devices. De partition vlag is ook handig voor
DOSEMU hdimages. Het wordt niet aanbevolen voor harddisks waarbij
partities direct kunnen worden benaderd via mounting.
offset
fat_bits
precmd
precmd="volcheck -v" in de drive clausule zorgt
voor het gewenste effect.
blocksize
Alleen de file variabele is verplicht. De andere parameters kunnen
achterwege worden gelaten. In dat geval wordt een standaardwaarde of een
automatisch gedetecteerde waarde gebruikt.
Een vlag kan of op 1 (geactiveerd) worden ingesteld of op 0 (gedeactiveerd).
Als de waarde wordt weggelaten dan is het geactiveerd.
Bijvoorbeeld: scsi is equivalent aan scsi=1
nolock
scsi
read en write syscalls, omdat het OS verwacht
dat ze een Sun specifieke "disklabel" bevatten.
Aangezien raw Scsi toegang altijd van het gehele device gebruik maakt, moet
je bovendien de "partitie" vlag opgeven.
Onder een aantal architecturen, zoals onder Solaris, heeft mtools
rootprivileges nodig om de optie scsi te kunnen gebruiken.
Dus om onder Solaris Zip/Jaz stations te kunnen benaderen, moet je
mtools setuid root installeren. Als de
scsi vlag is opgegeven, wordt automatisch uitgegaan van
privileged, tenzij het expliciet door middel van
privileged=0 is gedeactiveerd.
Mtools maakt van rootprivileges gebruik om het device te openen,
en de feitelijke SCSI I/O calls uit te voeren. Bovendien worden
rootprivileges alleen gebruikt voor stations die in een systeemomvattend
configuratiebestand zoals `/usr/local/etc/mtools.conf' zijn beschreven,
en niet voor die beschreven in `~/.mtoolsrc' of `$MTOOLSRC'.
privileged
scsi=1 ingesteld.
Mtools hoeft alleen setuid te worden geinstalleerd als je gebruik maakt
van de stationsvariabelen privileged of scsi. Als je deze
opties niet gebruikt, dan werkt mtools evengoed wanneer niet setuid root
geinstalleerd.
vold
media_findname() en media_oldaliases() functies van de
volmgt library. Deze vlag is alleen beschikbaar als je voor de
compilatie mtools configureerde met de --enable-new-vold optie.
use_xdf
mformat_only
filter
remote
Het is mogelijk meerdere beschrijvingen voor een station op te geven. In dat geval worden de beschrijvingen om de beurt in de gegeven volgorde uitgeprobeerd totdat er een is gevonden die passend is. Beschrijvingen kunnen om verscheidene redenen mislukken:
Meerdere definities zijn handig wanneer fysieke devices worden gebruikt die alleen een enkele diskgeometrie kunnen ondersteunen. Voorbeeld:
drive a: file="/dev/fd0H1440" 1.44m drive a: file="/dev/fd0H720" 720k
Dit instrueert mtools /dev/fd0H1440 voor 1.44m (high density) disks en /dev/fd0H720 voor 720k (double density) disks te gebruiken. Onder Linux is deze faciliteit niet echt nodig, aangezien het /dev/fd0 device in staat is iedere geometrie af te handelen.
Je kunt ook meerdere stationsbeschrijvingen gebruiken om je beide fysieke stations via één stationsletter te benaderen:
drive z: file="/dev/fd0" drive z: file="/dev/fd1"
Met deze beschrijving wordt met mdir z: je eerste fysieke station
benaderd als er een disk in zit. Als er zich in het eerste station geen disk
bevindt, dan controleert mtools het tweede station.
Bij gebruik van meerdere configuratiebestanden, overschrijven stationsbeschrijvingen
in de bestanden die het laatst worden verwerkt beschrijvingen voor hetzelfde
station in eerdere bestanden.
Gebruik ter voorkoming hiervan de trefwoorden drive+ en +drive
in plaats van drive. De eerste voegt een beschrijving toe
aan het einde van de lijst (d.w.z. zal als laatste worden geprobeerd) en de
eerste voegt het toe aan het begin van de lijst.
Als je in de USA, West-Europa of Australie woont, kun je deze sectie overslaan.
DOS gebruikt een andere tekencode indeling dan Unix. 7-bit tekens hebben nog steeds dezelfde betekenis, alleen tekens met acht bits worden beïnvloed. Om de kwestie nog wat te verergeren, zijn er verscheidene vertaaltabellen beschikbaar afhankelijk van het land waar je bent. De weergave van de tekens wordt gedefinieerd door gebruik te maken van code pages. Deze code pages zijn niet voor alle landen gelijk. Een aantal code pages bijvoorbeeld bevatten geen geaccentueerde tekens in hoofdletters. Aan de andere kant bevatten een aantal codepages tekens die niet in Unix voorkomen, zoals bepaalde tekens om lijnen te tekenen of geaccentueerde medeklinkers die door een aantal Oosteuropese landen wordt gebruikt. Dit beinvloedt twee dingen, gerelateerd aan bestandsnamen:
Mtools gaat bij de bestandsnamen ingevoerd op de opdrachtregel uit dat
ze de Unix indeling hebben, en zet de tekens om voor de verkrijging
van korte namen. Standaard wordt code page 850 gebruikt met de Zwitserse
hoofdletter/kleine letterkast indeling. Ik koos voor deze code page, omdat deze set met bestaande
tekens het dichtst die van Unix benaderen. Bovendien bevat deze code
de meeste tekens die in de USA, Australie en West-Europa in gebruik zijn.
Het is echter nog steeds mogelijk een andere indeling te kiezen.
Er zijn twee methoden:
de country variabele en expliciete tabellen.
De COUNTRY variabele wordt aanbevolen voor mensen die ook toegang
hebben tot MS-DOS systeembestanden en documentatie.
Als je hier geen toegang toe hebt, raad ik je aan daarvoor in de plaats
eerder gebruik te maken van expliciete tabellen.
Syntax:
COUNTRY="land[,[codepage],
land-file]"
Dit vertelt mtools gebruik te maken van een Unix-naar-DOS vertaaltabel die overeenkomt met de codepage en een kleine-naar-hoofdlettertabel voor land en het land-file bestand voor verkrijging van de kleine-naar-hoofdletter tabel. De landcode is meestal het telefoontoevoegsel van het land. Raadpleeg de DOS helppagina over "land" voor meer details. De parameters codepage en land-file zijn optioneel. Tik alsjeblieft de vierkante haken niet in, ze staan er slechts om aan te geven welke parameters optioneel zijn. Het bestand land-file wordt met MS-DOS meegeleverd en wordt gewoonlijk `COUNTRY.SYS' genoemd en 't wordt opgeslagen in de directory `C:\DOS'. In de meeste gevallen heb je het niet nodig aangezien de meest gebruikelijke vertaaltabellen in mtools zijn gecompileerd. Dus maak je er geen zorgen om als je een box met daarop alleen Unix draait waarop dit bestand ontbreekt.
Als de codepage niet is opgegeven, dan wordt een standaard codepage per land gebruikt. Als de land-file parameter niet is gegeven, dan worden ingecompileerde standaardwaarden voor de kleine-naar-hoofdlettertabel gebruikt. Dit is handig voor andere Unices dan Linux, waarop geen `COUNTRY.SYS' bestand beschikbaar is.
De Unix-naar-DOS komt niet voor in het bestand `COUNTRY.SYS', dus
gebruikt mtools daar altijd ingecompileerde standaardwaarden voor.
Hierdoor wordt slechts een beperkte hoeveelheid codepages ondersteund.
Als je voorkeurs codepage ontbreekt, of als je de naam kent van het Windows
95 bestand waarin deze indeling voorkomt, zou je me dit dan alsjeblieft willen
laten weten via alain@linux.lu.
De COUNTRY variabele kan ook worden gebruikt door gebruik te maken
van de omgeving.
Vertaaltabellen kunnen in het configuratiebestand per regel worden beschreven.
Hiervoor zijn twee tabellen nodig: als eerste de DOS-naar-Unix tabel,
en dan de kleine letterkast-naar-grote letterkast tabel.
Een DOS-naam-Unix tabel begint met het trefwoord,
tounix
gevolgd door een dubbele punt, en 128 hexidecimale getallen.
Een kleine-letterkast-naar-grote-letterkast tabel begint met het trefwoord,
fucase
gevolgd door een dubbele punt, en 128 hexidecimale getallen.
In de tabellen worden alleen de omzettingen voor tekens gegeven waarvan de code groter is dan 128, omdat omzettingen voor lagere codes alledaags zijn.
tounix: 0xc7 0xfc 0xe9 0xe2 0xe4 0xe0 0xe5 0xe7 0xea 0xeb 0xe8 0xef 0xee 0xec 0xc4 0xc5 0xc9 0xe6 0xc6 0xf4 0xf6 0xf2 0xfb 0xf9 0xff 0xd6 0xdc 0xf8 0xa3 0xd8 0xd7 0x5f 0xe1 0xed 0xf3 0xfa 0xf1 0xd1 0xaa 0xba 0xbf 0xae 0xac 0xbd 0xbc 0xa1 0xab 0xbb 0x5f 0x5f 0x5f 0x5f 0x5f 0xc1 0xc2 0xc0 0xa9 0x5f 0x5f 0x5f 0x5f 0xa2 0xa5 0xac 0x5f 0x5f 0x5f 0x5f 0x5f 0x5f 0xe3 0xc3 0x5f 0x5f 0x5f 0x5f 0x5f 0x5f 0x5f 0xa4 0xf0 0xd0 0xc9 0xcb 0xc8 0x69 0xcd 0xce 0xcf 0x5f 0x5f 0x5f 0x5f 0x7c 0x49 0x5f 0xd3 0xdf 0xd4 0xd2 0xf5 0xd5 0xb5 0xfe 0xde 0xda 0xd9 0xfd 0xdd 0xde 0xaf 0xb4 0xad 0xb1 0x5f 0xbe 0xb6 0xa7 0xf7 0xb8 0xb0 0xa8 0xb7 0xb9 0xb3 0xb2 0x5f 0x5f fucase: 0x80 0x9a 0x90 0xb6 0x8e 0xb7 0x8f 0x80 0xd2 0xd3 0xd4 0xd8 0xd7 0xde 0x8e 0x8f 0x90 0x92 0x92 0xe2 0x99 0xe3 0xea 0xeb 0x59 0x99 0x9a 0x9d 0x9c 0x9d 0x9e 0x9f 0xb5 0xd6 0xe0 0xe9 0xa5 0xa5 0xa6 0xa7 0xa8 0xa9 0xaa 0xab 0xac 0xad 0xae 0xaf 0xb0 0xb1 0xb2 0xb3 0xb4 0xb5 0xb6 0xb7 0xb8 0xb9 0xba 0xbb 0xbc 0xbd 0xbe 0xbf 0xc0 0xc1 0xc2 0xc3 0xc4 0xc5 0xc7 0xc7 0xc8 0xc9 0xca 0xcb 0xcc 0xcd 0xce 0xcf 0xd1 0xd1 0xd2 0xd3 0xd4 0x49 0xd6 0xd7 0xd8 0xd9 0xda 0xdb 0xdc 0xdd 0xde 0xdf 0xe0 0xe1 0xe2 0xe3 0xe5 0xe5 0xe6 0xe8 0xe8 0xe9 0xea 0xeb 0xed 0xed 0xee 0xef 0xf0 0xf1 0xf2 0xf3 0xf4 0xf5 0xf6 0xf7 0xf8 0xf9 0xfa 0xfb 0xfc 0xfd 0xfe 0xff
De eerste tabel deelt DOS tekencodes in naar Unix tekencodes. Als voorbeeld het DOS-teken nummer 129. Dit is een u met twee puntjes erboven. Om het naar Unix om te zetten, kijken we naar het tekennummer 1 in de eerste tabel (1 = 129 - 128). Dit is 0xfc. (Let op, de nummering begint bij 0). De tweede tabel zet de kleine letterkast DOS-tekens om in DOS hoofdletters. Dezelfde kleine letter u met puntjes is ingedeeld als het teken 0x9a, wat onder DOS een hoofdletter U met puntjes is.
Als een bestaande MS-DOS naam Unicode tekens groter dan 256 bevat, dan worden deze in onderstrepingstekens omgezet of naar tekens die in de zichtbare verschijning er op lijken. Geaccentueerde medeklinkers worden bijvoorbeeld omgezet in hun niet geaccentueerde tegenhangers. Deze omzetting wordt gebruikt voor mdir en voor de Unix bestandsnamen gegenereerd door mcopy. Linux ondersteunt ook Unicode, maar helaas ondersteunen nog te weinig applicaties het om er in mtools iets mee te doen. Als belangrijkste kan xterm nog geen Unicode weergeven. Als er voldoende vraag naar is, zal ik wellicht ook ondersteuning voor Unicode voor Unix bestandsnamen opnemen.
Pas op: Bij het verwijderen van bestanden met mtools, komt het onderstrepingsteken overeen met alle tekens die onder Unix niet kunnen worden weergegeven. Wees voorzichtig met mdel!
De configuratiebestanden worden in de volgende volgorde verwerkt:
MTOOLSRC
omgevingsvariabele)
Opties beschreven in de laatste bestanden overschrijven die opties
die in de eerdere bestanden zijn beschreven. Stations gedefinieerd in
eerdere bestanden blijven bestaan als ze niet in latere bestanden worden
overschreven. Bijvoorbeeld, station A en B kunnen zijn gedefinieerd in
`/usr/local/etc/mtools.conf' en station C en D kunnen zijn gedefinieerd
in `~/.mtoolsrc'. Als echter in `~/.mtoolsrc' ook station A
wordt gedefinieerd, dan zou deze nieuwe beschrijving de beschrijving
van station A in `/usr/local/etc/mtools.conf' overschrijven in plaats
dat het eraan wordt toegevoegd. Als je een nieuwe beschrijving van een
station toe wilt voegen die in een eerder bestand is beschreven, dan moet
je gebruik maken van het trefwoord +drive of drive+.
De syntax die hierin is beschreven is nieuw voor versie mtools-3.0.
De oude regelgeoriënteerde syntax wordt nog steeds ondersteund.
Iedere regel beginnend met een enkele letter wordt aangemerkt als een
stationsbeschrijving waarbij gebruik is gemaakt van de oude syntax.
Drive secties in de oude en nieuwe stijl mogen binnen hetzelfde
configuratiebestand doorelkaar worden gebruikt, om het upgraden er
eenvoudiger op te maken. Ondersteuning voor de oude syntax zal
mettertijd eventueel verdwijnen en om het gebruik ervan te ontmoedigen,
laat ik de beschrijving hier met opzet achterwege.
In deze sectie worden de beschikbare mtools opdrachten, en de opdrachtregel parameters die ze allemaal accepteren beschreven. Opties die voor alle mtools opdrachten gelijk zijn, worden hier niet beschreven. Zie daarvoor section 2.1 Opties en bestandsnamen voor een beschrijving.
Floppyd wordt gebruikt als een server om toegang tot het diskettestation
toe te staan aan clients die op een remote machine draaien, net als een X-server
toegang verleent tot het display aan remote clients. De syntax luidt als volgt:
floppyd [-d] [-l] [-s poort] [-r
gebruiker] [-b ipadres] devicenaam [displaynamen]
floppyd wordt altijd geassocieerd met een X-server. Het draait op
dezelfde machine als de X-server, en luistert op poort 5703 en hoger.
floppyd verificeert remote client met het Xauthority
protocol. Xhost authenticatie wordt niet ondersteund. Elke floppyd wordt
geassocieerd met een X-server. Wanneer een remote client een verbinding
tot stand tracht te brengen met floppyd, zendt het floppyd het X-authority
record corresponderend met floppyd's X-server. Floppyd probeert dan op
zijn beurt een connectie naar de X-server te openen om de authenticatie
van het xauth record te verifieren. Als de connectie naar de X-server
succesvol is, wordt aan de client toegang verleend.
Pas op: Om de authenticatie correct te laten werken, zou de
lokale host niet in de lijst met toegestane hosts van xhost
mogen voorkomen. Inderdaad, hosts opgesomd in xhost hebben geen
correct Xauthority cookie nodig om een verbinding met de X-server
te maken. Aangezien floppyd op dezelfde host draait als de X-server,
zouden al zijn probe connecties succesvol zijn, zelfs voor clients die
een onjuiste cookie leverde. Dit betekent dat je diskettestation voor
de hele wereld toegankelijk zou zijn, d.w.z. een zeer groot beveiligingslek.
Je kunt floppyd behoeden voor het uitproberen van de displaynamen
localhost:0 en :0 vanuit de xhost lijst met de optie
-l als je X-server niet toestaat dat je deze verwijdert.
d
inetd.conf opstartte.
s poort
hitchhiker:5, zou de poort 5708 zijn.
b ipadres
r gebruiker
l
devicename is de naam van de te openen device node. Standaard is
/dev/fd0.
displaynamen is een lijst met displaynamen om een verbinding mee
te maken voor authenticatie. Alle displays in de lijst worden uitgeprobeerd totdat
er een wordt gevonden die toegang toestaat of totdat de lijst uitgeput is.
Als geen lijst wordt opgegeven, wordt een lijst met displaynamen gebaseerd
op het ip-adres opgegeven met de vlag -b geconstrueerd:
ipadres:n.0.
:n.0
Als floppyd vanuit inetd is gestart, wordt het adres van de gebruikte
socket voor stdin gebruikt als een verbindingsadres.
Als geen verbindingsadres wordt opgegeven, wordt een lijst met de volgende
3 items geconstrueerd:
:n.0
localhost:n.0
:n.0
n is het display nummer afgeleid van het poortnummer (poort
- 5703 modulo 10). De lokale items (localhost:0 en :0)
worden niet geconstrueerd als de vlag -l wordt opgegeven.
De vlag remote moet aan de device beschrijving in het bestand
`~/.mtoolsrc' worden toegevoegd om floppyd te kunnen gebruiken.
Als de vlag remote is gegeven, dan wordt de parameter
file van de beschrijving van het device aangenomen
als remote adres. Het formaat ervan luidt:
hostnaam:displaynummer[/basispoort]. Bij
gebruik van deze regel, maakt mtools een verbinding met poort
basispoort+displaynummer op hostnaam. Standaard is
de basispoort 5703.
Het volgende start een floppy daemon die toegang geeft tot `/dev/fd0', luisterend op de standaardpoort 5703, verbonden met de standaard X-servers:
floppyd -d /dev/fd0
Elk van de volgende regels start een floppy daemon die toegang geeft tot
`/dev/fd1', verbonden met de :1 local X-servers, en luisterend op
poort 5704. We veronderstellen dat de lokale host de naam hitchhiker
heeft.
floppyd -d /dev/fd0 localhost:1 hitchhiker:1 :1 floppyd -p 5704 /dev/fd0
Als je floppyd door inetd wilt laten starten in plaats van
het als een daemon te draaien, voeg dan de volgende regels toe aan
`/etc/services':
# floppy daemon floppyd-0 5703/tcp # floppy daemon voor X server :0 floppyd-1 5704/tcp # floppy daemon voor X server :1
En voeg het volgende toe aan `/etc/inetd.conf' (in de veronderstelling dat je een gebruiker hebt gedefinieerd met de naam floppy in `/etc/passwd'):
# floppy daemon floppyd-0 stream tcp wait floppy /usr/sbin/floppyd floppyd /dev/fd0 floppyd-1 stream tcp wait floppy /usr/sbin/floppyd floppyd /dev/fd1
Voor de tweede floppyd moet je de X display namen opgeven. Dit komt omdat de poort door inetd.conf is geopend, en vandaar dat floppyd niet zijn nummer kan weten om het displaynummer te interfereren.
Voeg aan de clientzijde het volgende toe aan `~/.mtoolsrc' om een stationsletter te definieren waarmee het diskettestation in je X-terminal kan worden benaderd:
drive x: file="$DISPLAY" remote
Floppyd_installtest wordt gebruikt om op de aanwezigheid van een
draaiende floppyd daemon te controleren. Dit is handig als je een klein
frontend script naar mtools hebt, waarin wordt bepaald om floppyd wel
of niet te gebruiken.
floppyd_installtest [-f] Connect-String
floppyd_installtest voert een volledige X-Cookie authenticatie uit
en geeft een foutmelding als het niet werkt als de optie -f werd
opgegeven.
De connect-String heeft het formaat dat is beschreven in de floppyd-sectie:
hostnaam:displaynummer[/basispoort]
Mattrib wordt gebruikt om de bestandskenmerken van MS-DOS bestanden
te wijzigen. Het heeft de volgende syntax:
mattrib [-a|+a] [-h|+h] [-r|+r]
[-s|+s] [-/] [-p] [-X] msdosfile [ msdosfiles ... ]
Mattrib voegt bestandskenmerken toe aan een MS-DOS bestand (met de
`+' operator) of verwijdert bestandskenmerken (met de `-'
operator).
Mattrib ondersteunt de volgende attribuut bits:
a
r
DEL
worden verwijderd noch worden aangepast.
s
h
DIR.
Mattrib ondersteunt de volgende opdrachtregelopties:
/
X
p
readonly kenmerk, aangezien tar die zelf in kan
stellen.
De opdracht mbadblocks wordt gebruikt om een MS-DOS diskette te scannen
en de ongebruikte slechte blokken als zodanig te markeren. Het maakt gebruik
van de volgende syntax:
Mbadblocks scant een MS-DOS diskette op slechte blokken. Alle ongebruikte
slechte blokken worden als zodanig in de FAT gemarkeerd.
Het is bedoeld om direct na mformat te gebruiken.
Het is niet bedoeld om slechte disks te herstellen.
Mbadblocks zou (maar doet dit nog niet :-( ) ook moeten proberen
slechte in gebruik zijnde blokken te herstellen door ze herhaaldelijk
in te lezen om ze dan als slecht te markeren.
De opdracht mcat wordt gebruikt om een volledig disk-image van
of naar het diskettestation te kopieren. Het maakt gebruik van de volgende
syntax:
Mcat voert dezelfde taak uit als de unix opdracht cat. Het
is in het mtools package opgenomen, omdat cat geen toegang heeft
tot remote floppy devices in voorzien door de mtools floppy daemon.
Nu is het mogelijk op afstand bootdiskettes aan te maken.
De standaardbewerking is inlezen. De uitvoer wordt naar stdout weggeschreven.
mcat leest een disk-image van stdin en schrijft het naar het opgegeven device. Gebruik dit behoedzaam! Vanwege de lowlevel aard van deze opdracht, zal het met veel plezier zonder waarschuwing alle gegevens ruineren die voorheen op de disk stonden!
De opdracht mcd wordt gebruikt om de werkdirectory van mtools op de
MS-DOS disk te wijzigen. Het maakt gebruik van de volgende syntax:
mcd [msdosdirectory]
Zonder argumenten rapporteert mcd het huidige device en de
werkdirectory. Anders wijzigt mcd het huidige device en
de huidige werkdirectory relatief aan een MS-DOS bestandssysteem.
De omgevingsvariabele MCWD kan worden gebruikt om het bestand
te lokaliseren waar de informatie over het device en de werkdirectory
zijn opgeslagen. De standaard is `$HOME/.mcwd'. Informatie in dit
bestand wordt genegeerd als het bestand meer dan 6 uur oud is.
Mcd retourneert 0 bij succes of 1 bij een fout.
Integenstelling tot de MS-DOS versies van CD, kan mcd worden
gebruikt om naar een ander station over te schakelen. Het kan verstandig
zijn oude `.mcwd' bestanden bij het uitloggen te verwijderen.
De opdracht mcopy wordt gebruikt om MS-DOS bestanden naar en vanaf
Unix te kopiëren. Het maakt gebruik van de volgende syntax:
mcopy[-b/ptnvmoQOsSrRA] bronbestand doelbestandmcopy[-b/ptnvmoQOsSrRA] bronbestand [ bronbestanden... ] doeldirectorymcopy[-tnvm] MSDOSbronbestand
Mcopy kopieert het opgegeven bestand naar het genoemde bestand, of
kopieert meerdere bestanden naar de genoemde directory.
De bron en het doel kunnen zowel MS-DOS als Unix bestanden zijn.
Het gebruik van een stationsletter toekenning op de MS-DOS bestanden,
'a:' bijvoorbeeld, stelt de richting van het transport vast. Een
ontbrekende stationstoekenning impliceert een Unix bestand waarvan het
pad in de huidige directory begint. Als voor de bron een stationsletter is
opgegeven zonder daaraan gekoppelde bestandsnaam (b.v. mcopy a: .),
dan worden alle bestanden vanaf dat station gekopieerd.
Als slechts een enkele, MS-DOS bronparameter is geleverd
(b.v. "mcopy a:foo.exe"), dan wordt een geimpliceerde bestemming
van de huidige directory (`.') verondersteld.
Een bestandsnaam aangegeven door een `-' betekent standaardinvoer
of standaarduitvoer, afhankelijk van de positie op de opdrachtregel.
Mcopy accepteert de volgende opdrachtregelopties:
b
/
p
Q
t
Mcopy zet inkomende carriage return/
line feeds om in line feeds.
n
Mcopy geeft de gebruiker geen waarschuwing als het een bestaand
Unix-bestand overschrijft.
Gebruik -o om de bevestiging voor DOS bestanden uit te schakelen.
m
-n niet van invloed is, vraagt mcopy of het 't
bestand moet overschrijven of het nieuwe bestand hernoemen
(section 2.5 Dubbel voorkomende namen) voor details).
In tegenstelling tot MS-DOS wordt de '+' operator (append) van MS-DOS niet
ondersteund. Je kunt echter mtype gebruiken om hetzelfde effect te
bereiken:
mtype a:bestand1 a:bestand2 a:bestand3 >unixbestand mtype a:bestand1 a:bestand2 a:bestand3 | mcopy - a:msdosbestand
De opdracht mdel wordt gebruikt om een MS-DOS bestand te verwijderen.
De syntax luidt:
mdel[-v] msdosbestand [ msdosbestand ... ]
Mdel verwijdert bestanden op een MS-DOS bestandssysteem.
Mdel vraagt om verificatie voor het verwijderen van het read-only
bestand.
De opdracht mdeltree wordt gebruikt om een MS-DOS bestand te
verwijderen. De syntax luidt:
mdeltree[-v] msdosdirectory [msdosdirectory's...]
Mdeltree verwijdert een directory en alle daarin voorkomende bestanden
en subdirectory's van een MS-DOS bestandssysteem.
Er treedt een fout op als de te verwijderen directory niet bestaat.
De opdracht mdir wordt gebruikt om een MS-DOS directory weer te geven.
De syntax luidt:
mdir [-/] [-f] [-w] [-a] [-X] msdosbestand [ msdosbestanden...]
Mdir
Toont de inhoud van MS-DOS directory's, of de ingangen van een aantal
MS-DOS bestanden.
Mdir ondersteunt de volgende opdrachtregelopties:
/
-s van Dos
w
mdir de bestanden over
de pagina weer zonder de bestandsgrootte of aanmaakdatum te laten zien.
a
f
-f zorgt ervoor dat deze stap
wordt overgeslagen. Deze vlag is op FAT32 bestandssystemen niet nodig,
omdat de grootte daarop expliciet wordt bewaard.
X
Er treedt een fout op als een component van het pad geen directory is.
Mdu wordt gebruikt voor een weergave van de ruimte die in beslag
wordt genomen door een directory, de daaronderliggende subdirectory's en bestanden.
Het is vergelijkbaar met de opdracht du onder Unix.
De gebruikte eenheid is clusters. Gebruik de opdracht minfo
om achter de clustergrootte te komen.
mdu [-a] [ msdosfiles ... ]
a
s
De opdracht mformat wordt gebruikt om een MS-DOS bestandssysteem
aan een low-level geformatteerde diskette toe te voegen. De syntax ervan luidt:
mformat[-tcylinders] [-hheads] [-ssectors] [-lvolume_label] [-F] [-IfsVersion] [-Ssizecode] [-2sectors_on_track_0] [-Msoftware_sector_size] [-a] [-X] [-C] [-Hhidden_sectors] [-rroot_sectors] [-Bboot_sector] [-0rate_on_track_0] [-Arate_on_other_tracks] [-1] [-k] drive:
Mformat voegt een minimaal MS-DOS bestandssysteem toe
(bootsector, FAT en rootdirectory) aan een diskette dat reeds middels een
Unix low-level format is geformatteerd.
De volgende opties worden ondersteund: (De S, 2, 1 en M opties bestaan mogelijk niet als deze kopie van mtools zonder de USE_2M optie is gecompileerd).
t
h
s
l
S
2
1
M
a
X
C
H
n
F
I
c
r
B
k
0
A
Voor het formatteren van een diskette met een dichtheid anders dan de standaardwaarde, moet je (op z'n minst) die opdrachtregelparameters opgeven die anders zijn dan de standaard.
Mformat retourneert een 0 bij succes en 1 bij een fout.
Informatie over slechte blokken wordt niet opgenomen, gebruik hiervoor
mkmanifest.
De opdracht mkmanifest wordt gebruikt om een shellscript aan te
maken (packing list) om Unix bestandsnamen te herstellen. De syntax luidt:
mkmanifest [ bestanden ]
Met Mkmanifest wordt een shellscript aangemaakt die van hulp kan
zijn bij het herstellen van Unix bestandsnamen die door de beperkingen
van de MS-DOS bestandsnamen zijn beschadigd.
MS-DOS bestandsnamen zijn beperkt tot namen bestaande uit 8 tekens, 3
tekens voor de extensie, alleen in hoofdletters, geen devicenamen en
geen ongeldige tekens.
Het programma mkmanifest is compatibel met de methoden die in
pcomm, arc, en mtools worden gebruikt om perfect goede
Unix bestandsnamen zodanig te wijzigen dat ze passen binnen de MS-DOS
beperkingen. Deze opdracht is alleen van nut als het doelsysteem welke
de diskette zal inlezen, geen vfat lange namen af kan handelen.
Stel dat je de volgende Unix bestanden naar een MS-DOS diskette wilt
kopiëren (met de opdracht mcopy).
zeer_lange_naam 2.veel.punten illegal: goed.c prn.dev Capital
Mcopy
converteert de namen naar:
zeer_lan 2xveel.pun illegalx goed.c xprn.dev capital
De opdracht:
mkmanifest zeer_lange_naam 2.veel.punten illegal: goed.c prn.dev Capital >manifest
zou het volgende produceren:
mv zeer_lan zeer_lange_naam mv 2xveel.pun 2.veel.punten mv illegalx illegal: mv xprn.dev prn.dev mv capital Capital
Voor "goed.c" was geen enkele conversie nodig, daarom verscheen het niet in de uitvoer.
Stel dat ik deze bestanden vanaf de diskette naar een ander Unix systeem heb gekopieerd en nu de bestanden weer wil terugzetten naar hun oorspronkelijke namen. Als het bestand "manifest" (de afgevangen uitvoer van hierboven) samen met die bestanden werd meegezonden, dan zou het kunnen worden gebruikt om de bestandsnamen om te zetten.
De korte namen gegenereerd door mkmanifest volgen de oude conventie
(van mtools-2.0.7) en niet die van Windows 95 en mtools-3.0.
De opdracht minfo geeft de parameters van een Dos bestandssysteem
weer, zoals het aantal sectoren, koppen en cylinders. Het geeft ook een
mformat opdrachtregel weer die kan worden gebruikt om een vergelijkbaar
Dos bestandssysteem op andere media aan te maken. Dit werkt echter niet
met 2m of Xdf media en met Dos 1.0 bestandssystemen.
minfo station:
Mlabel ondersteunt de volgende optie:
v
De opdracht mlabel voegt een volumelabel toe aan een disk. De
syntax luidt:
mlabel[-vcs] station:[nieuwe_label]
Mlabel toont het huidige volumelabel, als het aanwezig is. Als
nieuwe_label niet is opgegeven, en als ook de c noch de
s opties zijn ingesteld, vraagt het de gebruiker om een nieuw
volumelabel. Druk achter de prompt op return om een bestaand volumelabel
te verwijderen.
Er is een redelijke zorgvuldigheid in acht genomen om een geldig MS-DOS
volumelabel aan te maken. mlabel
wijzigt het label (en toont het nieuwe label als de verbose mode is ingesteld),
als een ongeldig label werd opgegeven. Mlabel retourneert een 0
bij succesvolle uitvoering of 1 bij een opgetreden fout.
Mlabel ondersteunt de volgende opties:
c
s
De opdracht mmd wordt gebruikt om een MS-DOS subdirectory aan te
maken. De syntax luidt:
mmd [-voOsSrRA] msdosdirectory [
msdosdirectory's... ]
Mmd maakt op een MS-DOS bestandssysteem een nieuwe directory aan.
Er treedt een fout op als de directory reeds bestaat.
De opdracht mmount wordt gebruikt om een MS-DOS disk te mounten.
Het is alleen onder Linux beschikbaar, aangezien het alleen bruikbaar is als
de OS-kernel het toestaat de disk-geometrie te configureren.
De syntax luidt:
mmount msdosstation [mountargs]
Mmount
leest de bootsector van een MS-DOS disk in, configureert de drivegeometrie,
en mount het uiteindelijk daarbij de
mountargs aan mount doorgevend.
Als er geen mount argumenten zijn opgegeven, wordt de naam van het device
gebruikt. Als de disk tegen schrijven is beveiligd, wordt het automatisch
voor alleen lezen gemount.
De opdracht mmove wordt gebruikt om een bestaand MS-DOS bestand of
subdirectory te verplaatsen of hernoemen.
mmove[-voOsSrRA] bronbestand doelbestandmmove[-voOsSrRA] bronbestand [ bronbestanden... ] doeldirectory
Mmove verplaatst of hernoemt een bestaand MS-DOS bestand of
subdirectory. In tegenstelling tot de MS-DOS versie van MOVE, is
mmove in staat subdirectory's te verplaatsen. Bestanden of
directory's kunnen alleen worden verplaatst binnen een bestandssysteem.
Gegevens kunnen niet worden verplaatst van Dos naar Unix of vice versa.
Als je de stationsletter van het doelbestand of doeldirectory achterwege
laat, dan wordt dezelfde letter als voor de source verondersteld.
Als je bij alle parameters de stationsletter weglaat, dan wordt
standaard uitgegaan van station a:.
De opdracht mpartition wordt gebruikt om MS-DOS bestandssystemen als
partities aan te maken. Dit is bedoeld voor gebruik op niet Linux-systemen,
d.w.z. op systemen waarop fdisk en eenvoudige toegang tot Scsi devices
niet beschikbaar zijn. Deze opdracht werkt alleen op drives waarvan de partitie
variabale is ingesteld.
mpartition-pstationmpartition-rstationmpartition-I[-BbootSector] stationmpartition-astationmpartition-dstationmpartition-c[-ssectoren] [-hkoppen] [-tcylinders] [-v[-Ttype] [-bbegin] [-llengte] [-f]
Mpartition ondersteunt de volgende bewerkingen:
p
-v) is ingesteld,
dan wordt de huidige partitietabel weergegeven.
r
I
c
a
d
Als geen bewerking werd opgegeven, dan wordt de huidige instelling weergeven.
Voor het aanmaken van partities, zijn de volgende opties beschikbaar:
s sectoren
h koppen
t cylinders
b begin
l lengte
De volgende optie is beschikbaar voor alle bewerkingen die de partitietabel wijzigen:
f
-f staat het je toe deze beveiligingen te overschrijven.
De volgende opties zijn voor alle bewerkingen beschikbaar:
v
-p wordt de partitietabel weergegeven
zoals het nu is (zonder wijzigingen), of zoals het is nadat het is
aangepast.
vv
De volgende optie is beschikbaar voor de initialisatie van de partitietabel:
B bootSector
De opdracht mrd wordt gebruikt om een MS-DOS directory te verplaatsen.
De syntax luidt:
mrd[-v] msdosdirectory [ msdosdirectory's... ]
Mrd verplaatst een directory vanaf een MS-DOS bestandssysteem. Er treedt
een fout op als de directory niet bestaat of leeg is.
De opdracht mren wordt gebruikt om een bestaand MS-DOS bestand
of bestaande subdirectory te hernoemen of te verplaatsen
De syntax luidt:
mren[-voOsSrRA] bronbestand doelbestand
Mren
hernoemt een bestaand bestand op een MS-DOS bestandssysteem.
In verbose mode, toont Mren de nieuwe bestandsnaam als de opgegeven
naam ongeldig is.
Als de eerste syntax wordt gebruikt (alleen een bronbestand), en als in de
doelnaam geen slashes of dubbele punten voorkomen, dan wordt het bestand
(of de subdirectory) hernoemd in dezelfde directory, in plaats dat ze
worden hernoemd naar de huidige
mcd directory wat het geval zou zijn met mmove. In tegenstelling
tot de MS-DOS versie van REN, kan mren worden gebruikt om
directory's te hernoemen.
De opdracht mshowfat wordt gebruikt om de FAT ingangen voor een
bestand te tonen.
Syntax:
$ mshowfat bestanden
De opdracht mtoolstest wordt gebruikt om de configuratiebestanden
van mtools te testen.
Typ voor een aanroep ernaar slechts mtoolstest zonder enige argumenten
in. Mtoolstest leest de configuratiebestanden van mtools in, en drukt
de cumulatieve configuratie naar stdout af. De uitvoer kan worden
gebruikt als een configuratiebestand (alhoewel je wellicht overtollige
clausules wilt verwijderen)
Je kunt dit programma gebruiken om configuratiebestanden
in de oude stijl naar configuratiebestanden in de nieuwe stijl te converteren.
De opdracht mtype wordt gebruikt om de inhoud van een MS-DOS bestand
te tonen. De syntax luidt:
mtype[-ts] msdosfile [ msdosfiles... ]
Mtype geeft het opgegeven MS-DOS bestand op het scherm weer.
In aanvullling op de standaardopties, staat Mtype de volgende
opdrachtregelopties toe:
t
Mtype vertaalt inkomende carriage
return/line feeds naar line feeds.
s
Mtype ontdoet de gegevens van de hoge bit
De opdracht mcd kan worden gebruikt om het station en de huidige
werkdirectory in te stellen (relatief aan MS-DOS), anders is de standaard
A:/.
Mtype retourneert 0 bij succes, 1 bij een volledige fout, en
2 bij een gedeeltelijke fout.
In tegenstelling tot de MS-DOS versie van TYPE, staat mtype
meerdere argumenten toe.
De opdracht mzip wordt gebruikt om onder Solaris of HPUX specifieke
opdrachten voor de ZIP-disk uit te voeren. De syntax luidt:
mzip[-epqrwx]
Mzip staat de volgende opdrachtregelopties toe:
e
f
-e).
r
w
p
x
u
q
Voor het verwijderen van het wachtwoord stel je het in op een van de
wachtwoordloze modes -r of -w: mzip zal je dan om het
wachtwoord vragen, en de disk deblokkeren.
Als je het wachtwoord bent vergeten, dan kun je hier vanaf komen door
een low-level format op de disk toe te passen
(met de BIOS-setup van je SCSI-adaptor).
De ZipTools disk die met deze drive wordt geleverd, is ook met een
wachtwoord beveiligd. Onder Dos of op een Mac, wordt dit wachtwoord
automatisch verwijderd zodra de ZipTools eenmaal zijn geinstalleerd.
Van diverse artikelen die naar het Usenet waren gepost, leerde ik dat
het wachtwoord voor de toolsdisk APlaceForYourStuff is.
(1). Mzip is bekend met dit
wachtwoord en probeert het eerst uit, voordat het je om een wachtwoord
vraagt. Dus mzip -w z: deblokkeert de toolsdisk(2). De toolsdisk is
op een speciale manier geformatteerd zodat het zowel op een PC als op een
Mac bruikbaar is. Op een PC verschijnt het Mac bestandssysteem als een
verborgen bestand met de naam `partishn.mac'. Je kunt het verwijderen
om de 50 Meg ruimte in beslag genomen door het Mac bestandssysteem terug
te winnen.
Het xcopy script wordt gebruikt om een directory recursief naar een
andere te kopieren. De syntax luidt:
xcopy brondirectory doeldirectory
Als de doeldirectory niet bestaat, wordt ze aangemaakt. Als het wel bestaat,
worden de bestanden vanuit de brondirectory er direct naartoe gekopieerd, en
wordt in tegenstelling tot cp -rf geen subdirectory genaamd
brondirectory aangemaakt.
Deze opdracht is een groot probleem. Een zuivere implementatie zou het opnieuw opbouwen van veelbetekenende onderdelen van mtools in beslag nemen, maar helaas heb ik daar de tijd nu niet voor. Het belangrijkste nadeel van deze implementatie is dat het op een aantal architecturen inefficient is (verscheidene opeenvolgende calls naar mtools, die het cachen van mtools teniet doen).
Voor het compileren van mtools, roep als eerste ./configure aan en dan
make. In aanvulling op de standaard autoconfigure opties,
zijn er twee architectuur specifieke opties beschikbaar.
./configure --enable-xdf
./configure --disable-xdf
./configure --enable-vold
./configure --disable-vold
./configure --enable-new-vold
./configure --disable-new-vold
./configure --enable-floppyd
./configure --disable-floppyd
Dit hoofdstuk is alleen interessant voor degenen die mtools naar een nog niet ondersteunde architectuur willen porten. Voor de meest gebruikelijke systemen zijn standaardstations reeds gedefinieerd. Als je standaardstations voor een nog niet ondersteund systeem toe wilt voegen, start je config.guess om te kijken welke identificatie autoconf voor dat systeem gebruikt. Deze identificatie heeft de vorm cpu-verkoper-os (bijvoorbeeld sparc-sun-sunos). De cpu en de os componenten worden aan de compiler als preprocessor opties doorgegeven. Het OS gedeelte wordt aan de compiler in drie vormen doorgegeven.
De drie versies worden allen doorgegeven als ze verschillend zijn.
Voor het definieren van de devices, gebruik je de entries voor de systemen die reeds als templates aanwezig zijn. Over het algemeen hebben ze de volgende vorm:
#if (defined (mijn_cpu) && defined(mijn_os))
#define predefined_devices
struct device devices[] = {
{ "/dev/eerste_station", 'stationsletter', stationsbeschrijving},
...
{ "/dev/laatste_station", 'stationsletter', stationsbeschrijving}
}
#define INIT_NOOP
#endif
"/dev/eerste_station" is de naam van het device of het image bestand welke voor het station staat. Stationsletter is een letter in de range a tot en met z die toegang geeft tot het station. Met Stationsbeschrijving wordt het type station beschreven:
ED312
HD312
DD312
HD514
DD514
DDsmall
SS514
SSsmall
GENFD
GENHD
GEN
ZIPJAZ(opties)
Opties zijn alle speciale opties die aan open worden doorgegeven.
RZIPJAZ(opties)
Opties zijn alle speciale opties die aan open worden doorgegeven.
REMOTE
Entries kunnen in meer detail worden beschreven:
fat_bits,open_opties,cylinders,heads,sectors,DEF_ARG
of als je een offset moet beschrijven (bestandssysteem begint niet aan het begin van het bestandssysteem)
fat_bits, open_opties, cylinders, heads, sectors, offset, DEF_ARG0
fat_bits
open_options
cylinders,heads,sectors
offset
In een definitie van standaardwaarden in het devices file zou alleen moeten
worden voorzien als dezelfde devices op een groot aantal hosts van dit
type zijn te vinden. Zou je
me in dat geval ook je nieuwe definities kunnen laten weten, zodat ik ze
in de volgende release op kan nemen. Voor een puur lokaal bestand,
raad ik je aan gebruik te maken van de configuratiebestanden
/usr/local/etc/mtools.conf en ~/.mtoolsrc.
Het devices bestand maakt het ook mogelijk geometrie instellingroutines aan te leveren. Deze zijn nodig als je high capacity disks wilt benaderen.
Twee routines zouden moeten worden aangeleverd:
static inline int get_parameters(int fd, struct generic_floppy_struct *floppy)Hiermee wordt de huidige geconfigureerde geometrie uitgeprobeerd, en het in de structuur generic_floppy_struct gegeneerd (die ook moet worden gedeclaeerd). Fd is een open file descriptor voor het device, en buf is een reeds ingevulde stat structuur, wat van nut kan zijn. Deze routine zou 1 moeten retourneren als de probing mislukt en anders een 0.
static inline int set_parameters(int fd, struct generic_floppy_struct *floppy)
struct stat *buf)
Dit configureert de geometrie in floppy op de file descriptor
fd. Buf is het resultaat van een stat call (reeds ingevuld).
Dit zou een 1 moeten retourneren als de nieuwe geometrie niet kan worden
geconfigureerd en anders een 0.
Een bepaald aantal preprocessor macro's zou kunnen worden geleverd:
TRACKS(floppy)
HEADS(floppy)
SECTORS(floppy)
SECTORS_PER_DISK(floppy)
BLOCK_MAJOR
CHAR_MAJOR
Voor de werkelijk high capacity formaten (XDF, 2m, etc), is er nog geen zuivere en gedocumenteerde interface.
Jump to: b - c - e - f - h - k - m - n - s - t - u
Jump to: 2 - a - b - c - d - e - f - g - h - i - j - k - l - m - n - o - p - r - s - t - u - v - w - x - z