Mtools

Benaderen van MS-DOS disks

Editie 3.9.6, voor Mtools versie 3.9.6

Juni 1999

Door Alain Knaff
Vertaald door Ellen Bokhorst


Table of Contents


Introductie

Mtools bestaat uit een verzameling hulpmiddelen in het public domain om onder Unix-systemen MS-DOS bestanden te kunnen manipuleren: lezen, schrijven, en bestanden over te brengen naar een andere plaats (typisch een diskette) op een MS-DOS bestandssysteem. Daar waar redelijk, probeert ieder programma het equivalente MS-DOS commando te emuleren. Onnodige beperkingen en eigenaardigheden van DOS worden niet geëmuleerd. Het is bijvoorbeeld mogelijk subdirectory's van de ene naar de andere subdirectory te verplaatsen.

Mtools volstaat voor het verlenen van toegang aan MS-DOS bestandssystemen. Opdrachten zoals mdir a: bijvoorbeeld, werken op de a: diskette zonder het eerst te mounten of initialiseren (ervan uitgaande dat de standaard `/etc/mtools.conf' op je computer werkt). Met mtools kan men ook zonder mounten en unmounten van diskettes wisselen.

Waarschuwing, wees je bewust van het cookie monster!

Als je deze documentatie op het World Wide Web aan het lezen bent, kan het zijn dat deze sectie je interesseert. Als je dit met behulp van info of als een afgedrukt document leest, of op één van onze eigen sites (http://www.tux.org/pub/knaff en http://mtools.linux.lu), hoef je je geen zorgen te maken.

Er is onder mijn aandacht gebracht dat een aantal websites, die deze documentatie tonen, zogenoemde "cookies" uitdelen. Deze "cookies" zijn vanaf de server naar de browser gezonden tags, waarbij wordt geactiveerd dat de server bij kan houden welke sites de gebruiker bezoekt, en dus zijn privacy compromitteren. Als je netscape gebruikt, kun je de bevestigingsmeldingen voor alle cookies deactiveren die naar je browser worden gestuurd door in het menu te kiezen voor Options->Network_Preferences->Protocols en de box "Show an Alert before Accepting a cookie" af te vinken. Klik dan op "Cancel", als de waarschuwingsbox tevoorschijn komt, om de cookie te weigeren en je privacy te beschermen.

1. Waar mtools te verkrijgen

Mtools is op de volgende plaatsen (en op mirrors) te vinden:

http://mtools.linux.lu/mtools-3.9.6.tar.gz
ftp://www.tux.org/pub/knaff/mtools/mtools-3.9.6.tar.gz
ftp://sunsite.unc.edu/pub/Linux/utils/disk-management/mtools-3.9.6.tar.gz

Wees er zeker van voor je een programmeerfout rapporteert, dat het nog niet is gecorrigeerd in de Alpha patches die zijn te vinden op:

http://mtools.linux.lu/
ftp://www.tux.org/pub/knaff/mtools

Deze patches zijn vernoemd naar mtools-versie-ddmm.taz, waar versie staat voor de basisversie, dd voor de dag en mm voor de maand. Vanwege ruimtegebruik, laat ik gewoonlijk slechts de meest recente patch achter.

Er is een discussielijst voor mtools op mtools @ tux.org. Stuur alle bug-rapporten alsjeblieft naar deze lijst. Je kunt je op deze lijst aanmelden door een bericht te sturen naar majordomo @ tux.org met in het bericht `subscribe mtools @ tux.org'. (N.B. Verwijder op beide plaatsen alsjeblieft de spaties rondom de "@". Ik heb ze daar gelaten om spambots om de tuin te leiden). Aankondigingen van nieuwe versies van mtools zullen ook naar deze lijst worden gezonden, als ook naar de linux nieuwsgroepen bestemd voor aankondigingen. De discussielijst wordt gearchiveerd op http://www.tux.org/hypermail/mtools/latest.

2. Algemene faciliteiten

2.1 Opties en bestandsnamen

MS-DOS bestandsnamen worden samengesteld uit een stationsletter, gevolgd door een dubbele punt, een subdirectory en een bestandsnaam. Alleen het bestandsnaamgedeelte is verplicht, de stationsletter en de subdirectory zijn optioneel. Bestandsnamen zonder stationsletter refereren naar Unix-bestanden. In namen van subdirectory's kan gebruik worden gemaakt van het scheidingsteken '/' of '\'. Het gebruik van het scheidingsteken '\' of jokertekens vereist dat de namen tussen aanhalingstekens worden geplaatst om ze van de shell af te schermen. Wildcards in Unix-bestanden moeten echter niet tussen aanhalingstekens worden geplaatst, omdat we hier juist willen dat de shell ze extraheert.

De routines waarin reguliere expressies met een "patroonovereenkomst" voorkomen volgen de regels in de stijl van Unix. `*' bijvoorbeeld, in plaats van `*.*' komt overeen met alle MS-DOS bestanden. De archief, hidden, read-only en systeemkenmerken worden tijdens de patroonovereenkomst genegeerd.

Alle opties maken als eerste teken gebruik van het - (min) teken, niet de / zoals je onder MS-DOS zou verwachten.

De meeste mtoolsopdrachten staan als parameter meerdere bestandsnamen toe, waarmee de MS-DOS conventie dan wel niet wordt gevolgd, maar die wel gebruikersvriendelijker is.

De meeste mtools opdrachten staan opties toe die ze instrueren hoe dubbel voorkomende bestandsnamen af te handelen, zie section 2.5 Dubbel voorkomende namen, voor meer informatie hierover. Alle opdrachten accepteren de -V optie waarmee de versie wordt afgedrukt, en de meeste opdrachten accepteren de -v vlag, waarmee naar de verbose mode wordt overgeschakeld. In verbose mode, geven deze opdrachten de naam van de MS-DOS bestanden waarop ze een actie uitvoeren, tenzij anders uiteengezet. Zie section 4. Opsomming van opdrachten, voor een beschrijving van de opties die voor iedere opdracht specifiek zijn.

2.2 Stationsletters

De betekenis van de stationsletters is afhankelijk van de doelarchitecturen. Op de meeste doelarchitecturen is id station A echter het eerste diskettestation, station B het tweede diskettestation (als beschikbaar), station J is een Jaz drive (als beschikbaar), en station Z is een Zip-drive (als beschikbaar). Op die systemen waarop de naam van het device is afgeleid van het SCSI-id, wordt verondersteld dat de Jaz drive zich bevindt op Scsi target 4, en de Zip op Scsi target 5 (standaard fabrieksinstellingen). Onder Linux, wordt van beide drives verondersteld dat ze zich bevinden op de tweede drive op de Scsi bus (/dev/sdb). De standaardinstellingen kunnen via een configuratiebestand worden gewijzigd, zie See section 3. Hoe mtools voor je omgeving te configureren.

2.3 Huidige werkdirectory

De opdracht mcd (section 4.6 Mcd) wordt gebruikt om het device en de huidige werkdirectory (relatief aan het MS-DOS bestandssysteem) vast te stellen, anders wordt als standaardwaarde uitgegaan van A:/. Er is echter in tegenstelling tot MS-DOS slechts één werkdirectory voor alle stations, en niet één per station.

2.4 Lange bestandsnamen in de stijl van VFAT

Deze versie mtools ondersteunt lange bestandsnamen in de stijl van VFAT. Als een Unix-bestandsnaam te lang is om in een korte DOS-naam te passen, wordt het als een VFAT lange naam opgeslagen en er wordt een bijbehorende verkorte naam gegenereerd. Deze verkorte naam zie je als je de disk met een DOS-versie van vóór 7.0 bestudeert. De volgende tabel toont een aantal voorbeelden van verkorte namen:

Lange naam      MS-DOS naam     Reden van de wijziging
---------       ----------      ---------------------
ditiseentest    DITISE~1        bestandsnaam te lang
alain.knaff     ALAIN~1.KNA     extensie te lang
prn.txt         PRN~1.TXT       PRN is een apparaatnaam
.abc            ABC~1           geen bestandsnaam
heet+koud       HEET_K~1        niet toegestaan teken

Zoals je kunt zien, worden korte namen als volgt herleid:

De initiële bestandsnaam in de stijl van Unix (of die nu lang of kort is) wordt ook wel de primaire naam genoemd, en de afgeleide korte naam wordt ook wel de secundaire naam genoemd.

Voorbeeld:

mcopy /etc/motd a:Echtlangenaam

Mtools maakt een VFAT-ingang voor Echtlangenaam en gebruikt ECHTLANG als een korte naam. Echtlangenaam is de primaire naam, en ECHTLANG is de secundaire naam.

mcopy /etc/motd a:motd

Motd voldoet aan de beperkingen van DOS-bestandsnamen. Mtools hoeft er geen andere naam uit af te leiden. Motd is de primaire naam, en er is geen secundaire naam.

In een notedop: De primaire naam is de lange naam, als er één bestaat, óf de korte naam als er geen lange naam is.

Alhoewel VFAT veel flexibeler is dan FAT, zijn er, zelfs in VFAT, nog steeds namen die niet acceptabel zijn. Er zijn nog steeds een aantal niet toegestane tekens overgebleven (\"*\\<>/?:|), en apparaatnamen zijn nog steeds gereserveerd.

Unix naam       Lange naam      Reden van de wijziging
---------       ----------      ---------------------
prn             prn-1           PRN is een apparaatnaam
ab:c            ab_c-1          niet toegestaan teken

Zoals je kunt zien, vinden de volgende transformaties plaats als het een niet toegestane lange naam betreft:

2.5 Dubbel voorkomende namen

Als je een bestand naar disk schrijft, kan het zijn dat de lange naam of de verkorte naam botst met een reeds bestaand bestand of al voorkomende directory. Dit kan gebeuren bij alle opdrachten waarmee nieuwe directory-ingangen, zoals mcopy, mmd, mren, mmove, mwrite en mread worden aangemaakt. Wanneer er een dubbele naam voorkomt, vraagt mtools wat het moet doen. Het biedt verscheidene keuzes:

overwrite (overschrijven)
Het bestaande bestand overschrijven. Het is niet mogelijk een directory met een bestand te overschrijven.
rename (hernoemen)
Hernoem het nieuw aangemaakte bestand. Mtools vraagt naar de nieuwe bestandsnaam
autorename (automatisch hernoemen)
Hernoem het nieuw aangemaakte bestand. Mtools kiest zelf een naam, zonder daarnaar te vragen
skip (overslaan)
Slaat het bestand over en gaat verder met het volgende bestand (als dat er is)

Om er uit deze akties één te kiezen, typ je achter de prompt de eerste letter ervan in. Als je een kleine letter gebruikt, geldt de aktie alleen voor dit bestand, gebruik je een hoofdletter, dan geldt de actie voor alle bestanden en zal er niet meer naar worden gevraagd.

Je mag ook bij het aanroepen van mtools op de opdrachtregel (voor alle bestanden) akties kiezen:

-o
Overschrijft standaard primaire namen.
-O
Overschrijft standaard secundaire namen.
-r
Hernoemt standaard primaire naam.
-R
Hernoemt standaard secundaire naam.
-a
Standaard automatisch hernoemen van de primaire naam.
-A
Standaard automatisch hernoemen van de secundaire naam.
-s
De primaire naam standaard overslaan.
-S
De secundaire naam standaard overslaan.
-m
Vraagt de gebruiker wat er moet gebeuren met de primaire naam.
-M
Vraagt de gebruiker wat er moet gebeuren met de secundaire naam.

Merk op hoe de opdrachtregelswitches zich onderscheiden door kleine letters/ hoofdletters tussen primaire/secundaire namen terwijl daarentegen voor interactieve keuzes, kleine letters/hoofdletters zich onderscheiden in slechts-deze-keer/altijd.

De primaire naam is de naam zoals ze onder Windows 95 of Windows NT wordt weergegeven: b.v. de lange naam als deze bestaat, en anders de korte naam. De secundaire naam is de "verborgen" naam, d.w.z. de korte naam als er al een lange naam bestaat.

Standaard wordt de gebruiker gewaarschuwd als er een naamsbotsing optreedt van de primaire naam, en wordt de secundaire naam automatisch hernoemd.

Als een naamsbotsing in een Unix-directory plaatsvindt, vraagt mtools alleen of het bestand moet worden overschreven of dat het moet worden overgeslagen.

2.6 Hoofdlettergevoeligheid van het VFAT bestandssysteem

Het VFAT bestandssysteem is in staat de letterkast van bestandsnamen te onthouden. Bestandsnamen die slechts verschillen in hoofd- en kleine letters mogen echter niet in dezelfde directory voorkomen. Als je op een VFAT bestandssysteem een bestand opslaat met de naam LangeBestandsNaam, toont mdir dit bestand als LangeBestandsNaam, en niet als Langebestandsnaam. Als je dan echter probeert LangeBestandsnaam aan dezelfde directory toe te voegen, wordt het geweigerd, omdat bij controle van naamsbotsingen de letterkast wordt genegeerd.

Het VFAT bestandssysteem staat het toe de letterkast van een bestandsnaam in het attribuut op te slaan, als alle letters van de bestandsnaam in dezelfde letterkast staan, en als alle letters van de extensie ook in dezelfde letterkast staan. Mtools gebruikt deze informatie bij het weergeven van de bestanden en genereert ook de Unix bestandsnaam bij gebruik van mcopy naar een Unix-directory. Dit kan onverwachte resultaten opleveren wanneer toegepast op bestanden geschreven door een DOS-versie van voor 7.0: Inderdaad, de bestandsnamen in oude stijl worden allen ingedeeld naar hoofdletters. Dit wijkt af van het functioneren van de oude versie van mtools waarbij Unix-bestandsnamen met kleine letters werden gegenereerd.

2.7 high capacity formaten

Mtools ondersteunt een aantal formaten waarmee het mogelijk is meer gegevens dan gewoonlijk op de disk op te slaan. Vanwege de verschillende mogelijkheden van besturingssystemen, worden deze formaten niet op alle OS'sen ondersteund. Mtools herkent, daar waar ondersteund, deze formaten transparant.

Om deze disks te kunnen gebruiken, heb je een voor het besturingssysteem specifieke tool nodig. Voor Linux zijn geschikte disktools op de volgende lokaties te vinden in het fdutils package:

ftp://www.tux.org/pub/knaff/fdutils/.
ftp://sunsite.unc.edu/pub/Linux/utils/disk-management/fdutils-*

Zie voor verdere details de meegeleverde manpagina's voor dat package: Gebruik superformat voor het formatteren van alle formaten behalve XDF, en gebruik voor het formatteren van XDF xdfcopy.

2.7.1 Meer sectoren

De oudste methode om meer gegevens op een disk te plaatsen is door het gebruik van meer sectoren en cylinders. Alhoewel het standaardformaat gebruik maakt van 80 cylinders en 18 sectoren (op een 3 1/2 high density disk), is het (op de meeste drives) mogelijk tot aan 83 cylinders en 21 sectoren te gebruiken. Met deze methode is het mogelijk tot 1743K op een 3 1/2 HD disk op te slaan. Disks met 21 sectoren zijn echter tweemaal zo langzaam als de standaarddisks met 18 sectoren, omdat de sectoren zo dichtbijeen zijn gepakt dat we gebruik moeten maken van interleave. Dit probleem doet zich niet voor bij formaten met 20 sectoren.

Deze formaten worden door talrijke DOS shareware-utility's, zoals fdformat en vgacopy ondersteund. In zijn oneindige hoogmoed, geloofde Bill Gate$ dat hij dit uitvond, en noemde het `DMF disks', of `Windows formatted disks'. Maar in werkelijkheid bestond het al jaren ervoor! Mtools ondersteunt deze formaten onder Linux, onder SunOS en onder de DELL Unix PC.

2.7.2 Grotere sectoren

Door grotere sectoren te gebruiken, is het mogelijk voorbij de capaciteit te gaan die kan worden verkregen door de standaard uit 512 bytes bestaande sectoren. Dit heeft te maken met de sectorheader. De sectorheader heeft dezelfde grootte, ongeacht hoeveel databytes in de sector voorkomen. Dus besparen we wat ruimte door gebruik te maken van wat minder, maar grotere sectoren. Bijvoorbeeld: 1 sector van 4K neemt slechts eenmaal headerruimte in beslag, terwijl 8 sectoren van 512 bytes ook 8 headers hebben voor dezelfde hoeveelheid nuttige data.

Via deze methode is het mogelijk tot 1992K op een 3 1/2 HD disk op te slaan.

Mtools ondersteunt deze formaten alleen onder Linux.

2.7.3 2m

Het 2m formaat werd oorspronkelijk uitgevonden door Ciriaco Garcia de Celis. Hierbij wordt ook van grotere sectoren dan gewoonlijk gebruik gemaakt om meer gegevens op de disk te laten passen. Er wordt echter gebruik gemaakt van het standaardformaat (18 sectoren van elk 512 bytes) op de eerste cylinder, om deze disks eenvoudiger door DOS af te laten handelen. Deze methode maakt het inderdaad mogelijk een bootsector van standaardgrootte te hebben, waarop een beschrijving voorkomt van hoe de rest van de disk zou moeten worden ingelezen.

De keerzijde hiervan is echter dat de eerste cylinder minder gegevens kan bevatten dan de andere cylinders. Helaas kan DOS alleen disks hanteren waarbij ieder spoor dezelfde hoeveelheid gegevens bevat. Dus 2m verbergt het feit dat het eerste spoor minder data bevat door gebruik te maken van een shadow FAT. (Gewoonlijk slaat DOS de FAT als extra zekerheid in twee identieke kopiën op. XDF slaat slechts één kopie op, en vertelt DOS dat het er twee opslaat. Dus die ruimte die door de tweede FAT kopie in beslag zou worden genomen, wordt bespaard). Dit betekent ook dat je nooit een 2m disk zou moeten gebruiken om er iets anders op te slaan dan een DOS fs.

Mtools ondersteunt deze formaten alleen onder Linux.

2.7.4 XDF

XDF is een high capacity formaat in gebruik door OS/2. Per disk past er 1840 K op. Dat is minder dan de beste 2m formaten, maar het belangrijkste voordeel ervan is dat het snel is: 600 milliseconden per spoor. Dat is sneller dan het 21 sector formaat, en bijna even snel als het standaard 18 sector formaat. Zorg ervoor dat mtools met ondersteuning voor XDF is gecompileerd als je deze disks wilt kunnen benaderen, en stel de variabele use_xdf in op de drive in het configuratiebestand. Zie voor details hierover, section 5. Architectuur specifieke compilatie opties, en section 3.6 Stationsvariabelen voor algemene doeleinden. Snelle XDF-toegang is alleen beschikbaar voor Linux-kernels recenter dan 1.1.34.

Mtools ondersteunt dit formaat alleen onder Linux.

Pas op / Attentie distributeurs: Als mtools onder een Linux-kernel recenter dan 1.3.34 is gecompileerd, zal het niet onder een oudere kernel draaien. Als het echter onder een oudere kernel is gecompileerd, zal het wel onder een nieuwere kernel draaien, behalve dat de XDF-toegang langzamer is. Het wordt auteurs van distributies aanbevolen alleen mtools binaire bestanden op te nemen die met kernels ouder dan 1.3.34 worden gecompileerd totdat 2.0 uitkomt. Wanneer 2.0 uit zal zijn, kunnen mtools binaire bestanden onder nieuwere kernels worden gecompileerd. Mtools binaire bestanden gecompileerd onder kernels ouder dan 1.3.34 zullen niet onder enige 2.1 kernel of later draaien.

2.8 Exit codes

Alle Mtools opdrachten retourneren bij succes een 0, 1 voor een volkomen fout, of 2 voor een gedeeltelijke fout. Alle Mtools opdrachten voeren een aantal beveiligingscontrole's uit voor ze verder gaan, om er zeker van te zijn dat de disk inderdaad een MS-DOS disk is (in tegenstelling tot bv een ext2 of minix disk). Deze controle's kunnen gedeeltelijk beschadigde disks verwerpen, die mogelijk anders nog steeds leesbaar zouden zijn. Ter voorkoming van deze controle's kun je de omgevingsvariabele MTOOLS_SKIP_CHECK of de overeenkomende variabele in het configuratiebestand instellen (Zie See section 3.4 Globale variabelen.).

2.9 Programmeerfouten

Een ongelukkige keerzijde van het niet kunnen gissen van het juiste device (wanneer meerdere diskcapaciteiten worden ondersteund) is een af ten toe plaatsvindende foutmelding van de device driver. Deze kan gerust worden genegeerd.

De code voor de fatcontrole verslikt zich in 1.72 Mb disks geformatteerd met mtools van voor 2.0.7. Stel de omgevingsvariabele MTOOLS_FAT_COMPATIBILITY in (of de overeenkomende variabele in het configuratiebestand, section 3.4 Globale variabelen) om de fatcontrole te omzeilen.

3. Hoe mtools voor je omgeving te configureren

3.1 Beschrijving

In deze sectie wordt een uitleg gegeven van de syntax van de configuratiebestanden voor mtools. De configuratiebestanden worden `/usr/local/etc/mtools.conf' en `~/.mtoolsrc' genoemd. Als de omgevingsvariabele MTOOLSRC is ingesteld, wordt de inhoud ervan gebruikt als de bestandsnaam voor een derde configuratiebestand. Deze configuratiebestanden beschrijven de volgende items:

3.2 Lokatie van de configuratiebestanden

`/usr/local/etc/mtools.conf' is het systeemomvattende configuratiebestand, en `~/.mtoolsrc' is het privé configuratiebestand voor de gebruiker.

Op een aantal systemen wordt het systeemomvattende configuratiebestand in plaats daarvan `/etc/defaults/mtools.conf' genoemd.

3.2.1 Algemene syntax configuratiebestand

De configuratiebestanden zijn samengesteld uit secties. Iedere sectie start met een trefwoord gevolgd door een dubbele punt die de sectie identificeert. Dan volgen de variabele toekenningen en opties. Variabele toekenningen hebben de volgende vorm:

naam=waarde

Opties zijn op zichzelf staande trefwoorden zonder een is gelijk teken en opvolgende waarde. Een sectie eindigt of aan het einde van het bestand of waar de volgende sectie begint.

Regels beginnend met een hekje (#) bestaan uit commentaar. Newline tekens zijn gelijk aan witruimte (behalve daar waar een opmerking eindigt). Het configuratiebestand is niet hoofdlettergevoelig, behalve voor items omsloten door aanhalingstekens (zoals bestandsnamen).

3.3 Standaardwaarden

Voor de meeste platformen bevat mtools redelijke gecompileerde standaards voor fysieke diskettestations. Dus gewoonlijk is het niet nodig je bezig te houden met het configuratiebestand, als je alleen je diskettestations met mtools wilt benaderen. Aan de andere kant heb je het configuratiebestand nodig als je mtools ook wilt gebruiken om toegang tot harddiskpartities en dosemu image bestanden te krijgen.

3.4 Globale variabelen

Globale vlaggen mogen worden ingesteld op 1 of 0.

De volgende globale vlaggen worden herkend:

MTOOLS_SKIP_CHECK
Als deze op 1 is gezet, slaat mtools de meeste beveiligingscontrole's over. Dit is nodig om een aantal Atari disks in te kunnen lezen die met eerdere ROM's zijn gemaakt en die anders niet zouden worden herkend.
MTOOLS_FAT_COMPATIBILITY
Als dit op 1 is ingesteld, slaat mtools de fatgrootte controles over. Een aantal disks hebben een grotere FAT dan ze in werkelijkheid nodig hebben. Deze worden verworpen als deze optie niet is ingesteld.
MTOOLS_LOWER_CASE
Als dit op 1 is ingesteld, toont mtools alle korte uit hoofdletters bestaande bestandsnamen in kleine letters. Dit is gedaan om het gedrag consistent met oudere versies van mtools die niet bekend waren met de letterkast bits mogelijk te maken.
MTOOLS_NO_VFAT
Als dit op 1 is ingesteld, zal mtools geen VFAT ingangen voor bestandsnamen bestaande uit kleine- en hoofdletters, maar op andere wijze geldige dos bestandsnamen genereren. Dit is handig wanneer met DOS-versies zoals FreeDOS wordt gewerkt, die de lange namen van VFAT niet kunnen hanteren.
MTOOLS_DOTTED_DIR
In een brede directoryweergave wordt de korte naam met een punt weergegeven in plaats van spaties, waarmee de basisnaam van de extensie wordt gescheiden.
MTOOLS_NAME_NUMERIC_TAIL
Als dit op 1 is ingesteld (standaard), worden voor alle lange namen numerieke toevoegingen (~1) gegenereerd. Als dit op nul is ingesteld, worden alleen numerieke toevoegingen gegenereerd als er anders naamsbotsingen op zouden treden.
MTOOLS_TWENTY_FOUR_HOUR_CLOCK
Als 1, gebruik de Europese notatie voor tijden (vierentwintig-uurs-klok), gebruik anders de UK/US notatie (am/pm)

Voorbeeld: Door het opnemen van de volgende regel in het configuratiebestand, wordt mtools geïnstrueerd de beveiligingscontrole's over te slaan:

  MTOOLS_SKIP_CHECK=1

Globale variabelen kunnen ook via de omgeving worden ingesteld:

  export MTOOLS_SKIP_CHECK=1

Globale stringvariabelen kunnen op iedere waarde worden ingesteld:

MTOOLS_DATE_STRING
Het formaat gebruikt voor het afdrukken van de datums van bestanden. Standaard is dit dd-mm-jjjj.

3.5 Opties en variabelen per station

3.5.1 Algemene informatie

Opties en waarden per station kunnen worden beschreven in een drive sectie. Een drive sectie begint met drive "stationsletter:"

Dan volgen variabele-waarde paren en opties.

Dit is een voorbeeldbeschrijving van een drive:

drive a: file="/dev/fd0" use_xdf=1

3.5.2 Disk Geometrie Configuratie

Geometrie-informatie beschrijft de fysieke karakteristieken van de disk. Het dient drie doelen:

formattering
De informatie over de geometrie wordt naar de bootsector van de nieuw aangemaakte disk geschreven. Je kunt de informatie over de geometrie echter ook op de opdrachtregel beschrijven. See section 4.12 Mformat, voor details.
filtering
Onder een aantal Unices komen device nodes voor die alleen een fysieke geometrie ondersteunen. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat je een andere node nodig hebt om een disk als high density of als low density te benaderen. De geometrie wordt vergeleken met de werkelijke geometrie die in de bootsector is opgeslagen om er zeker van te zijn dat deze device node in staat is de disk correct in te lezen. Als de geometrie niet overeenkomt, deze stationsingang in gebreke blijft, wordt de volgende stationsingang met betrekking tot dezelfde stationsletter geprobeerd. Zie See section 3.7.1 Meerdere beschrijvingen voor een station opgeven, voor meer details voor het leveren van meerdere beschrijvingen voor één stationsletter. Als in het configuratiebestand geen informatie over de geometrie is opgegeven, dan worden alle disks geaccepteerd. Onder Linux (en onder Sparc) bestaan device nodes met een configureerbare geometrie (`/dev/fd0', `/dev/fd1' enz), en dus is filtering niet nodig (en wordt dit genegeerd) voor diskdrives. (Mtools past het filteren op gewone bestanden (diskimages) onder Linux nog steeds toe: dit is voornamelijk bedoeld voor testdoeleinden, aangezien ik geen toegang hebt tot een Unix die in werkelijkheid het filteren nodig heeft). Als je het filteren niet nodig hebt, maar voor mformat nog steeds een standaardgeometrie nodig hebt, dan kun je het filteren uitschakelen met de vlag mformat_only. Als je wel filtering wilt, moet je de vlag filter opgeven. Wanneer je een geometrie aanlevert, moet je een van beiden vlaggen opgeven.
initiële geometrie
Bij apparaten die het ondersteunen (gewoonlijke diskettestations), wordt de informatie over de geometrie ook gebruikt om de initiële geometrie in te stellen. Deze initiële geometrie wordt bij het lezen van de bootsector toegepast, waarin zich de echte geometrie bevindt. Als geen informatie over de geometrie in het configuratiebestand wordt opgegeven, of als de mformat_only vlag werd opgegeven, wordt geen initiële configuratie uitgevoerd. Onder Linux is de initiële geometrie niet echt nodig, aangezien de configureerbare apparaten het type disk automatisch accuraat genoeg kunnen detecteren (voor de meest gebruikelijke formaten) om de bootsector in te lezen.

Onjuiste informatie over de geometrie kan tot zeer bizarre fouten leiden. Daarom raad ik je ten zeerste aan de vlag mformat_only aan de beschrijving van je station toe te voegen, tenzij je het filteren of de initiele geometrie echt nodig hebt.

De volgende variabelen gerelateerd aan de geometrie zijn beschikbaar:

cylinders
tracks
Het aantal cylinders. (cylinders is de voorkeursvorm, tracks wordt als verouderd aangemerkt)
heads
Het aantal koppen (zijden).
sectors
Het aantal sectoren per spoor.

Voorbeeld: de volgende drive sectie beschrijft een 1.44M station:

  drive a:
      file="/dev/fd0H1440"
      fat_bits=12
      cylinders=80 heads=2 sectors=18
	  mformat_only

De volgende verkorte geometrie beschijvingen zijn beschikbaar:

1.44m
high density 3 1/2 disk. Equivalent aan: fat_bits=12 cylinders=80 heads=2 sectors=18
1.2m
high density 5 1/4 disk. Equivalent aan: fat_bits=12 cylinders=80 heads=2 sectors=15
720k
double density 3 1/2 disk. Equivalent aan: fat_bits=12 cylinders=80 heads=2 sectors=9
360k
double density 5 1/4 disk. Equivalent aan: fat_bits=12 cylinders=40 heads=2 sectors=9

De verkorte formaatbeschrijvingen kunnen worden gewijzigd, bijvoorbeeld: 360k sectors=8 beschrijft een 320k disk en is equivalent aan: fat_bits=12 cylinders=40 heads=2 sectors=8

3.5.3 Open Opties

Bovendien zijn de volgende opties beschikbaar:

sync
Alle i/o bewerkingen worden synchroon uitgevoerd.
nodelay
Het device of het bestand wordt met de O_NDELAY vlag geopend. Dit is onder een aantal niet Linux architecturen nodig.
exclusive
Het apparaat of bestand wordt geopend met de O_EXCL vlag. Onder Linux waarborgt dit de exclusieve toegang tot het diskettestation. Onder de meeste andere architecturen, en voor gewone bestanden heeft dit in het geheel geen effect.

3.6 Stationsvariabelen voor algemene doeleinden

De volgende stationsvariabelen zijn beschikbaar voor algemene doeleinden. Afhankelijk van het type, kunnen deze variabelen worden ingesteld op een string (bestand, precmd) of een integer (alle anderen).

file
De naam van het bestand of het device met het diskimage. Dit is verplicht. De bestandsnaam moet tussen aanhalingstekens worden opgegeven.
partition
Vertelt mtools het station als een gepartitioneerd device te behandelen, en de opgegeven partitie te gebruiken. Alle primaire partities zijn via deze methode toegankelijk, en ze zijn genummerd van 1 tot en met 4. Gebruik voor logische partities de meer algemene offset variabele. De partition variabele is bedoeld voor verwijderbare media zoals Syquests, ZIP-disks, en magnetisch-optische disks. Alhoewel de traditionele DOS Syquests en magnetisch-optische disks als `zeer grote diskettes' ziet die niet zijn gepartitioneerd, behandelen OS/2 en Windows NT ze als harddisks, d.w.z. gepartitioneerde devices. De partition vlag is ook handig voor DOSEMU hdimages. Het wordt niet aanbevolen voor harddisks waarbij partities direct kunnen worden benaderd via mounting.
offset
Beschrijft waar in het bestand het MS-DOS bestandssysteem begint. Dit is handig voor logische partities in DOSEMU hdimages en voor ATARI ramdisks. Standaard is dit nul, wat betekent dat het bestandssysteem direct aan het begin van het device of bestand begint.
fat_bits
Het aantal FAT bits. Dit kan 12 of 16 zijn. Dit is zeer zelden nodig, aangezien het bijna altijd kan worden afgeleid uit de informatie in de bootsector. Daarentegen kan het beschrijven van het aantal fatbits echt schade toebrengen als je het verkeerd hebt. Het is beter het alleen dan te gebruiken als mtools het automatisch gedetecteerde aantal fatbits verkeerd heeft, of als je een disk wilt formatteren met een vreemd aantal fatbits.
precmd
Onder een aantal varianten van Solaris, is het nodig een 'volcheck -v' voor het openen van een diskettestation aan te roepen, zodat het systeem in de gaten heeft dat er inderdaad een disk in het station zit. precmd="volcheck -v" in de drive clausule zorgt voor het gewenste effect.
blocksize
Deze parameter geeft een standaard blokgrootte weer om altijd te gebruiken op dit device. Alle I/O wordt in veelvouden van deze blokgrootte uitgevoerd, onafhankelijk van de sectorgrootte die in de bootsector van het bestandssysteem is geregistreerd. Dit is handig voor character devices waarvan de sectorgrootte niet gelijk is aan 512, zoals bijvoorbeeld voor CD-ROM stations onder Solaris.

Alleen de file variabele is verplicht. De andere parameters kunnen achterwege worden gelaten. In dat geval wordt een standaardwaarde of een automatisch gedetecteerde waarde gebruikt.

3.7 Opties voor algemene doeleinden

Een vlag kan of op 1 (geactiveerd) worden ingesteld of op 0 (gedeactiveerd). Als de waarde wordt weggelaten dan is het geactiveerd. Bijvoorbeeld: scsi is equivalent aan scsi=1

nolock
Instrueert mtools op dit station geen blokkade toe te passen. Dit is nodig op systemen met fouten bevattende blokkerings semantieken. Het activeren hiervan maakt een bewerking minder veilig in situaties waar verscheidene gebruikers hetzelfde station tegelijkertijd kunnen benaderen.
scsi
Wanneer op 1 ingesteld, vertelt deze optie mtools raw SCSI I/O te gebruiken, in plaats van de standaard read/write aanroepen om het device te benaderen. Thans wordt dit ondersteund onder HP/UX, Solaris en SunOs. Onder een aantal architecturen is dit nodig, zoals onder SunOs of Solaris, kunnen PC media niet worden benaderd met de read en write syscalls, omdat het OS verwacht dat ze een Sun specifieke "disklabel" bevatten. Aangezien raw Scsi toegang altijd van het gehele device gebruik maakt, moet je bovendien de "partitie" vlag opgeven. Onder een aantal architecturen, zoals onder Solaris, heeft mtools rootprivileges nodig om de optie scsi te kunnen gebruiken. Dus om onder Solaris Zip/Jaz stations te kunnen benaderen, moet je mtools setuid root installeren. Als de scsi vlag is opgegeven, wordt automatisch uitgegaan van privileged, tenzij het expliciet door middel van privileged=0 is gedeactiveerd. Mtools maakt van rootprivileges gebruik om het device te openen, en de feitelijke SCSI I/O calls uit te voeren. Bovendien worden rootprivileges alleen gebruikt voor stations die in een systeemomvattend configuratiebestand zoals `/usr/local/etc/mtools.conf' zijn beschreven, en niet voor die beschreven in `~/.mtoolsrc' of `$MTOOLSRC'.
privileged
Wanneer op 1 ingesteld, instrueert dit mtools gebruik te maken van de set-uid en set-gid privileges voor het openen van het gegeven station. Deze optie is alleen geldig voor stations beschreven in de systeemomvattende configuratiebestanden (zoals `/usr/local/etc/mtools.conf', niet `~/.mtoolsrc' of `$MTOOLSRC'). Uiteraard heb je ook niets aan deze optie als mtools niet setuid of setgid is geinstalleerd. Deze optie wordt geimpliceerd door 'scsi=1', maar nogmaals alleen voor stations gedefinieerd in systeemomvattende configuratiebestanden. Privileged kan ook expliciet op 0 worden ingesteld, om mtools aan te geven geen gebruik te maken van zijn privileges voor een gegeven station zelfs al is scsi=1 ingesteld. Mtools hoeft alleen setuid te worden geinstalleerd als je gebruik maakt van de stationsvariabelen privileged of scsi. Als je deze opties niet gebruikt, dan werkt mtools evengoed wanneer niet setuid root geinstalleerd.
vold
Instrueert mtools de devicenaam te interpreteren als een vold identifier in plaats van als een bestandsnaam. De vold identifier wordt omgezet in een echte bestandsnaam door gebruik te maken van de media_findname() en media_oldaliases() functies van de volmgt library. Deze vlag is alleen beschikbaar als je voor de compilatie mtools configureerde met de --enable-new-vold optie.
use_xdf
Als dit op een waarde ongelijk aan nul wordt ingesteld, dan probeert mtools deze disk ook als een XDF-disk te benaderen. XDF is een high capacity formaat dat door OS/2 wordt gebruikt. Standaard staat dit uit. See section 2.7.4 XDF, voor meer details.
mformat_only
Vertelt mtools de geometrie voor dit station alleen te gebruiken voor mformat en niet voor filtering.
filter
Vertelt mtools de geometrie zowel voor mformat als voor filtering te gebruiken.
remote
Vertelt mtools een verbinding te maken met floppyd. (Zie See section 4.1 Floppyd.)

3.7.1 Meerdere beschrijvingen voor een station opgeven

Het is mogelijk meerdere beschrijvingen voor een station op te geven. In dat geval worden de beschrijvingen om de beurt in de gegeven volgorde uitgeprobeerd totdat er een is gevonden die passend is. Beschrijvingen kunnen om verscheidene redenen mislukken:

  1. omdat de geometrie niet passend is,
  2. omdat er geen disk in het station zit,
  3. of vanwege andere problemen.

Meerdere definities zijn handig wanneer fysieke devices worden gebruikt die alleen een enkele diskgeometrie kunnen ondersteunen. Voorbeeld:

  drive a: file="/dev/fd0H1440" 1.44m
  drive a: file="/dev/fd0H720" 720k

Dit instrueert mtools /dev/fd0H1440 voor 1.44m (high density) disks en /dev/fd0H720 voor 720k (double density) disks te gebruiken. Onder Linux is deze faciliteit niet echt nodig, aangezien het /dev/fd0 device in staat is iedere geometrie af te handelen.

Je kunt ook meerdere stationsbeschrijvingen gebruiken om je beide fysieke stations via één stationsletter te benaderen:

  drive z: file="/dev/fd0"
  drive z: file="/dev/fd1"

Met deze beschrijving wordt met mdir z: je eerste fysieke station benaderd als er een disk in zit. Als er zich in het eerste station geen disk bevindt, dan controleert mtools het tweede station.

Bij gebruik van meerdere configuratiebestanden, overschrijven stationsbeschrijvingen in de bestanden die het laatst worden verwerkt beschrijvingen voor hetzelfde station in eerdere bestanden. Gebruik ter voorkoming hiervan de trefwoorden drive+ en +drive in plaats van drive. De eerste voegt een beschrijving toe aan het einde van de lijst (d.w.z. zal als laatste worden geprobeerd) en de eerste voegt het toe aan het begin van de lijst.

3.8 Tekenset vertaaltabellen

Als je in de USA, West-Europa of Australie woont, kun je deze sectie overslaan.

3.8.1 Waarom tekensettabellen nodig zijn

DOS gebruikt een andere tekencode indeling dan Unix. 7-bit tekens hebben nog steeds dezelfde betekenis, alleen tekens met acht bits worden beïnvloed. Om de kwestie nog wat te verergeren, zijn er verscheidene vertaaltabellen beschikbaar afhankelijk van het land waar je bent. De weergave van de tekens wordt gedefinieerd door gebruik te maken van code pages. Deze code pages zijn niet voor alle landen gelijk. Een aantal code pages bijvoorbeeld bevatten geen geaccentueerde tekens in hoofdletters. Aan de andere kant bevatten een aantal codepages tekens die niet in Unix voorkomen, zoals bepaalde tekens om lijnen te tekenen of geaccentueerde medeklinkers die door een aantal Oosteuropese landen wordt gebruikt. Dit beinvloedt twee dingen, gerelateerd aan bestandsnamen:

tekens in hoofdletters
In korte namen zijn alleen hoofdletters toegestaan. Dit geldt ook voor geaccentueerde tekens. In bijvoorbeeld een codepage zonder geaccentueerde hoofdletters, worden de geaccentueerde kleine tekens getransformeerd tot hun niet geaccentueerde tegenhangers.
lange bestandsnamen
Micro$oft is uiteindelijk verstandig geworden en maakt gebruik van een betere standaardindeling voor de lange bestandsnamen. Ze maakt gebruik van Unicode, wat eigenlijk een 32 bit versie van ASCII is. De eerste 256 tekens ervan zijn identiek aan Unix ASCII. Dus de code page heeft ook invloed op de overeenkomst tussen de codes die in lange namen worden gebruikt en die worden gebruikt in korte namen.

Mtools gaat bij de bestandsnamen ingevoerd op de opdrachtregel uit dat ze de Unix indeling hebben, en zet de tekens om voor de verkrijging van korte namen. Standaard wordt code page 850 gebruikt met de Zwitserse hoofdletter/kleine letterkast indeling. Ik koos voor deze code page, omdat deze set met bestaande tekens het dichtst die van Unix benaderen. Bovendien bevat deze code de meeste tekens die in de USA, Australie en West-Europa in gebruik zijn. Het is echter nog steeds mogelijk een andere indeling te kiezen. Er zijn twee methoden: de country variabele en expliciete tabellen.

3.8.2 Configuratie met Country

De COUNTRY variabele wordt aanbevolen voor mensen die ook toegang hebben tot MS-DOS systeembestanden en documentatie. Als je hier geen toegang toe hebt, raad ik je aan daarvoor in de plaats eerder gebruik te maken van expliciete tabellen.

Syntax:

COUNTRY="land[,[codepage], land-file]"

Dit vertelt mtools gebruik te maken van een Unix-naar-DOS vertaaltabel die overeenkomt met de codepage en een kleine-naar-hoofdlettertabel voor land en het land-file bestand voor verkrijging van de kleine-naar-hoofdletter tabel. De landcode is meestal het telefoontoevoegsel van het land. Raadpleeg de DOS helppagina over "land" voor meer details. De parameters codepage en land-file zijn optioneel. Tik alsjeblieft de vierkante haken niet in, ze staan er slechts om aan te geven welke parameters optioneel zijn. Het bestand land-file wordt met MS-DOS meegeleverd en wordt gewoonlijk `COUNTRY.SYS' genoemd en 't wordt opgeslagen in de directory `C:\DOS'. In de meeste gevallen heb je het niet nodig aangezien de meest gebruikelijke vertaaltabellen in mtools zijn gecompileerd. Dus maak je er geen zorgen om als je een box met daarop alleen Unix draait waarop dit bestand ontbreekt.

Als de codepage niet is opgegeven, dan wordt een standaard codepage per land gebruikt. Als de land-file parameter niet is gegeven, dan worden ingecompileerde standaardwaarden voor de kleine-naar-hoofdlettertabel gebruikt. Dit is handig voor andere Unices dan Linux, waarop geen `COUNTRY.SYS' bestand beschikbaar is.

De Unix-naar-DOS komt niet voor in het bestand `COUNTRY.SYS', dus gebruikt mtools daar altijd ingecompileerde standaardwaarden voor. Hierdoor wordt slechts een beperkte hoeveelheid codepages ondersteund. Als je voorkeurs codepage ontbreekt, of als je de naam kent van het Windows 95 bestand waarin deze indeling voorkomt, zou je me dit dan alsjeblieft willen laten weten via alain@linux.lu.

De COUNTRY variabele kan ook worden gebruikt door gebruik te maken van de omgeving.

3.8.3 Configuratie met expliciete vertaaltabellen

Vertaaltabellen kunnen in het configuratiebestand per regel worden beschreven. Hiervoor zijn twee tabellen nodig: als eerste de DOS-naar-Unix tabel, en dan de kleine letterkast-naar-grote letterkast tabel. Een DOS-naam-Unix tabel begint met het trefwoord, tounix gevolgd door een dubbele punt, en 128 hexidecimale getallen. Een kleine-letterkast-naar-grote-letterkast tabel begint met het trefwoord, fucase gevolgd door een dubbele punt, en 128 hexidecimale getallen.

In de tabellen worden alleen de omzettingen voor tekens gegeven waarvan de code groter is dan 128, omdat omzettingen voor lagere codes alledaags zijn.

Voorbeeld:

 tounix:
   0xc7 0xfc 0xe9 0xe2 0xe4 0xe0 0xe5 0xe7 
   0xea 0xeb 0xe8 0xef 0xee 0xec 0xc4 0xc5 
   0xc9 0xe6 0xc6 0xf4 0xf6 0xf2 0xfb 0xf9 
   0xff 0xd6 0xdc 0xf8 0xa3 0xd8 0xd7 0x5f 
   0xe1 0xed 0xf3 0xfa 0xf1 0xd1 0xaa 0xba 
   0xbf 0xae 0xac 0xbd 0xbc 0xa1 0xab 0xbb 
   0x5f 0x5f 0x5f 0x5f 0x5f 0xc1 0xc2 0xc0 
   0xa9 0x5f 0x5f 0x5f 0x5f 0xa2 0xa5 0xac 
   0x5f 0x5f 0x5f 0x5f 0x5f 0x5f 0xe3 0xc3 
   0x5f 0x5f 0x5f 0x5f 0x5f 0x5f 0x5f 0xa4 
   0xf0 0xd0 0xc9 0xcb 0xc8 0x69 0xcd 0xce 
   0xcf 0x5f 0x5f 0x5f 0x5f 0x7c 0x49 0x5f 
   0xd3 0xdf 0xd4 0xd2 0xf5 0xd5 0xb5 0xfe 
   0xde 0xda 0xd9 0xfd 0xdd 0xde 0xaf 0xb4 
   0xad 0xb1 0x5f 0xbe 0xb6 0xa7 0xf7 0xb8 
   0xb0 0xa8 0xb7 0xb9 0xb3 0xb2 0x5f 0x5f 

 fucase:
   0x80 0x9a 0x90 0xb6 0x8e 0xb7 0x8f 0x80 
   0xd2 0xd3 0xd4 0xd8 0xd7 0xde 0x8e 0x8f 
   0x90 0x92 0x92 0xe2 0x99 0xe3 0xea 0xeb 
   0x59 0x99 0x9a 0x9d 0x9c 0x9d 0x9e 0x9f 
   0xb5 0xd6 0xe0 0xe9 0xa5 0xa5 0xa6 0xa7 
   0xa8 0xa9 0xaa 0xab 0xac 0xad 0xae 0xaf 
   0xb0 0xb1 0xb2 0xb3 0xb4 0xb5 0xb6 0xb7 
   0xb8 0xb9 0xba 0xbb 0xbc 0xbd 0xbe 0xbf 
   0xc0 0xc1 0xc2 0xc3 0xc4 0xc5 0xc7 0xc7 
   0xc8 0xc9 0xca 0xcb 0xcc 0xcd 0xce 0xcf 
   0xd1 0xd1 0xd2 0xd3 0xd4 0x49 0xd6 0xd7 
   0xd8 0xd9 0xda 0xdb 0xdc 0xdd 0xde 0xdf 
   0xe0 0xe1 0xe2 0xe3 0xe5 0xe5 0xe6 0xe8 
   0xe8 0xe9 0xea 0xeb 0xed 0xed 0xee 0xef 
   0xf0 0xf1 0xf2 0xf3 0xf4 0xf5 0xf6 0xf7 
   0xf8 0xf9 0xfa 0xfb 0xfc 0xfd 0xfe 0xff 

De eerste tabel deelt DOS tekencodes in naar Unix tekencodes. Als voorbeeld het DOS-teken nummer 129. Dit is een u met twee puntjes erboven. Om het naar Unix om te zetten, kijken we naar het tekennummer 1 in de eerste tabel (1 = 129 - 128). Dit is 0xfc. (Let op, de nummering begint bij 0). De tweede tabel zet de kleine letterkast DOS-tekens om in DOS hoofdletters. Dezelfde kleine letter u met puntjes is ingedeeld als het teken 0x9a, wat onder DOS een hoofdletter U met puntjes is.

3.8.4 Unicode tekens groter dan 256

Als een bestaande MS-DOS naam Unicode tekens groter dan 256 bevat, dan worden deze in onderstrepingstekens omgezet of naar tekens die in de zichtbare verschijning er op lijken. Geaccentueerde medeklinkers worden bijvoorbeeld omgezet in hun niet geaccentueerde tegenhangers. Deze omzetting wordt gebruikt voor mdir en voor de Unix bestandsnamen gegenereerd door mcopy. Linux ondersteunt ook Unicode, maar helaas ondersteunen nog te weinig applicaties het om er in mtools iets mee te doen. Als belangrijkste kan xterm nog geen Unicode weergeven. Als er voldoende vraag naar is, zal ik wellicht ook ondersteuning voor Unicode voor Unix bestandsnamen opnemen.

Pas op: Bij het verwijderen van bestanden met mtools, komt het onderstrepingsteken overeen met alle tekens die onder Unix niet kunnen worden weergegeven. Wees voorzichtig met mdel!

3.9 Lokatie van configuratiebestanden en volgorde van verwerking

De configuratiebestanden worden in de volgende volgorde verwerkt:

  1. ingecompileerde standaardwaarden
  2. `/usr/local/etc/mtools.conf'
  3. `/etc/mtools' Dit is alleen voor compatibiliteit met eerdere versies, en wordt alleen verwerkt als `mtools.conf' niet voorkomt.
  4. `~/.mtoolsrc'.
  5. `$MTOOLSRC' (bestand waarnaar wordt verwezen door de MTOOLSRC omgevingsvariabele)

Opties beschreven in de laatste bestanden overschrijven die opties die in de eerdere bestanden zijn beschreven. Stations gedefinieerd in eerdere bestanden blijven bestaan als ze niet in latere bestanden worden overschreven. Bijvoorbeeld, station A en B kunnen zijn gedefinieerd in `/usr/local/etc/mtools.conf' en station C en D kunnen zijn gedefinieerd in `~/.mtoolsrc'. Als echter in `~/.mtoolsrc' ook station A wordt gedefinieerd, dan zou deze nieuwe beschrijving de beschrijving van station A in `/usr/local/etc/mtools.conf' overschrijven in plaats dat het eraan wordt toegevoegd. Als je een nieuwe beschrijving van een station toe wilt voegen die in een eerder bestand is beschreven, dan moet je gebruik maken van het trefwoord +drive of drive+.

3.10 Compabiliteit met oude syntax van configuratiebestand

De syntax die hierin is beschreven is nieuw voor versie mtools-3.0. De oude regelgeoriënteerde syntax wordt nog steeds ondersteund. Iedere regel beginnend met een enkele letter wordt aangemerkt als een stationsbeschrijving waarbij gebruik is gemaakt van de oude syntax. Drive secties in de oude en nieuwe stijl mogen binnen hetzelfde configuratiebestand doorelkaar worden gebruikt, om het upgraden er eenvoudiger op te maken. Ondersteuning voor de oude syntax zal mettertijd eventueel verdwijnen en om het gebruik ervan te ontmoedigen, laat ik de beschrijving hier met opzet achterwege.

4. Opsomming van opdrachten

In deze sectie worden de beschikbare mtools opdrachten, en de opdrachtregel parameters die ze allemaal accepteren beschreven. Opties die voor alle mtools opdrachten gelijk zijn, worden hier niet beschreven. Zie daarvoor section 2.1 Opties en bestandsnamen voor een beschrijving.

4.1 Floppyd

Floppyd wordt gebruikt als een server om toegang tot het diskettestation toe te staan aan clients die op een remote machine draaien, net als een X-server toegang verleent tot het display aan remote clients. De syntax luidt als volgt:

floppyd [-d] [-l] [-s poort] [-r gebruiker] [-b ipadres] devicenaam [displaynamen]

floppyd wordt altijd geassocieerd met een X-server. Het draait op dezelfde machine als de X-server, en luistert op poort 5703 en hoger.

4.1.1 Authenticatie

floppyd verificeert remote client met het Xauthority protocol. Xhost authenticatie wordt niet ondersteund. Elke floppyd wordt geassocieerd met een X-server. Wanneer een remote client een verbinding tot stand tracht te brengen met floppyd, zendt het floppyd het X-authority record corresponderend met floppyd's X-server. Floppyd probeert dan op zijn beurt een connectie naar de X-server te openen om de authenticatie van het xauth record te verifieren. Als de connectie naar de X-server succesvol is, wordt aan de client toegang verleend.

Pas op: Om de authenticatie correct te laten werken, zou de lokale host niet in de lijst met toegestane hosts van xhost mogen voorkomen. Inderdaad, hosts opgesomd in xhost hebben geen correct Xauthority cookie nodig om een verbinding met de X-server te maken. Aangezien floppyd op dezelfde host draait als de X-server, zouden al zijn probe connecties succesvol zijn, zelfs voor clients die een onjuiste cookie leverde. Dit betekent dat je diskettestation voor de hele wereld toegankelijk zou zijn, d.w.z. een zeer groot beveiligingslek. Je kunt floppyd behoeden voor het uitproberen van de displaynamen localhost:0 en :0 vanuit de xhost lijst met de optie -l als je X-server niet toestaat dat je deze verwijdert.

4.1.2 Opdrachtregelopties

d
Daemon mode. Floppyd draait zijn eigen server loop. Geef dit niet op als je floppyd vanuit inetd.conf opstartte.
s poort
Poortnummer voor deamon modus. Standaard is 5703 + displaynummer. Deze vlag impliceert daemon modus. Voor bijvoorbeeld de display hitchhiker:5, zou de poort 5708 zijn.
b ipadres
Verbindingsadres (voor multihomed hosts). Deze vlag impliceert daemon modus
r gebruiker
Draai de server onder de opgegeven gebruiker.
l
Genereer geen lokale standaard display namen

devicename is de naam van de te openen device node. Standaard is /dev/fd0.

displaynamen is een lijst met displaynamen om een verbinding mee te maken voor authenticatie. Alle displays in de lijst worden uitgeprobeerd totdat er een wordt gevonden die toegang toestaat of totdat de lijst uitgeput is. Als geen lijst wordt opgegeven, wordt een lijst met displaynamen gebaseerd op het ip-adres opgegeven met de vlag -b geconstrueerd:

Als floppyd vanuit inetd is gestart, wordt het adres van de gebruikte socket voor stdin gebruikt als een verbindingsadres. Als geen verbindingsadres wordt opgegeven, wordt een lijst met de volgende 3 items geconstrueerd:

n is het display nummer afgeleid van het poortnummer (poort - 5703 modulo 10). De lokale items (localhost:0 en :0) worden niet geconstrueerd als de vlag -l wordt opgegeven.

4.1.3 Connectie naar floppyd

De vlag remote moet aan de device beschrijving in het bestand `~/.mtoolsrc' worden toegevoegd om floppyd te kunnen gebruiken. Als de vlag remote is gegeven, dan wordt de parameter file van de beschrijving van het device aangenomen als remote adres. Het formaat ervan luidt: hostnaam:displaynummer[/basispoort]. Bij gebruik van deze regel, maakt mtools een verbinding met poort basispoort+displaynummer op hostnaam. Standaard is de basispoort 5703.

4.1.4 Voorbeelden:

Het volgende start een floppy daemon die toegang geeft tot `/dev/fd0', luisterend op de standaardpoort 5703, verbonden met de standaard X-servers:

floppyd -d /dev/fd0

Elk van de volgende regels start een floppy daemon die toegang geeft tot `/dev/fd1', verbonden met de :1 local X-servers, en luisterend op poort 5704. We veronderstellen dat de lokale host de naam hitchhiker heeft.

floppyd -d /dev/fd0 localhost:1 hitchhiker:1 :1
floppyd -p 5704 /dev/fd0 

Als je floppyd door inetd wilt laten starten in plaats van het als een daemon te draaien, voeg dan de volgende regels toe aan `/etc/services':

# floppy daemon
floppyd-0    5703/tcp    # floppy daemon voor X server :0
floppyd-1    5704/tcp    # floppy daemon voor X server :1

En voeg het volgende toe aan `/etc/inetd.conf' (in de veronderstelling dat je een gebruiker hebt gedefinieerd met de naam floppy in `/etc/passwd'):

# floppy daemon
floppyd-0   stream  tcp  wait  floppy  /usr/sbin/floppyd floppyd /dev/fd0 
floppyd-1   stream  tcp  wait  floppy  /usr/sbin/floppyd floppyd /dev/fd1

Voor de tweede floppyd moet je de X display namen opgeven. Dit komt omdat de poort door inetd.conf is geopend, en vandaar dat floppyd niet zijn nummer kan weten om het displaynummer te interfereren.

Voeg aan de clientzijde het volgende toe aan `~/.mtoolsrc' om een stationsletter te definieren waarmee het diskettestation in je X-terminal kan worden benaderd:

drive x: file="$DISPLAY" remote

4.2 Floppyd_installtest

Floppyd_installtest wordt gebruikt om op de aanwezigheid van een draaiende floppyd daemon te controleren. Dit is handig als je een klein frontend script naar mtools hebt, waarin wordt bepaald om floppyd wel of niet te gebruiken.

floppyd_installtest [-f] Connect-String

floppyd_installtest voert een volledige X-Cookie authenticatie uit en geeft een foutmelding als het niet werkt als de optie -f werd opgegeven.

De connect-String heeft het formaat dat is beschreven in de floppyd-sectie: hostnaam:displaynummer[/basispoort]

4.3 Mattrib

Mattrib wordt gebruikt om de bestandskenmerken van MS-DOS bestanden te wijzigen. Het heeft de volgende syntax:

mattrib [-a|+a] [-h|+h] [-r|+r] [-s|+s] [-/] [-p] [-X] msdosfile [ msdosfiles ... ]

Mattrib voegt bestandskenmerken toe aan een MS-DOS bestand (met de `+' operator) of verwijdert bestandskenmerken (met de `-' operator).

Mattrib ondersteunt de volgende attribuut bits:

a
Archief bit. Wordt door een aantal backupprogramma's gebruikt als indicatie van een nieuw bestand.
r
Read-only bit. Wordt gebruikt om een read-only bestand aan te geven. Bestanden waarbij dit bit is ingesteld, kunnen niet met DEL worden verwijderd noch worden aangepast.
s
Systeem bit. Wordt door MS-DOS gebruikt om een besturingssysteembestand aan te geven.
h
Hidden bit. Wordt gebruikt om bestanden verborgen te maken voor DIR.

Mattrib ondersteunt de volgende opdrachtregelopties:

/
Recursive. Recursief weergegeven van de kenmerken van de bestanden in de subdirectory's.
X
Beknopt. Geeft de kenmerken weer zonder enige toevoeging van witruimte. Als noch de "/" optie is opgegeven, noch de msdosfile een jokerteken bevat, en er is slechts een Msdos bestandsparameter op de opdrachtregel, dan wordt alleen het kenmerk weergegeven, en niet de bestandsnaam. Deze optie is handig voor scripts.
p
Replay modus. Geeft als uitvoer een serie mformat opdrachten die de huidige situatie zullen herproduceren, te beginnen vanuit een situatie zoals achtergelaten door het uitpakken van het Dos bestandssysteem. Alleen voor kenmerkinstellingen die verschillen vertonen met de standaard (archiefbit ingesteld voor bestanden, niet ingesteld voor directory's) worden opdrachten als uitvoer gegeven. Deze opdracht is bedoeld te worden gebruikt in aanvulling op tar. Er wordt geen rekening gehouden met het readonly kenmerk, aangezien tar die zelf in kan stellen.

4.4 Mbadblocks

De opdracht mbadblocks wordt gebruikt om een MS-DOS diskette te scannen en de ongebruikte slechte blokken als zodanig te markeren. Het maakt gebruik van de volgende syntax:

mbadblocks drive:

Mbadblocks scant een MS-DOS diskette op slechte blokken. Alle ongebruikte slechte blokken worden als zodanig in de FAT gemarkeerd. Het is bedoeld om direct na mformat te gebruiken. Het is niet bedoeld om slechte disks te herstellen.

4.4.1 Programmeerfouten

Mbadblocks zou (maar doet dit nog niet :-( ) ook moeten proberen slechte in gebruik zijnde blokken te herstellen door ze herhaaldelijk in te lezen om ze dan als slecht te markeren.

4.5 Mcat

De opdracht mcat wordt gebruikt om een volledig disk-image van of naar het diskettestation te kopieren. Het maakt gebruik van de volgende syntax:

mcat [-w] station:

Mcat voert dezelfde taak uit als de unix opdracht cat. Het is in het mtools package opgenomen, omdat cat geen toegang heeft tot remote floppy devices in voorzien door de mtools floppy daemon. Nu is het mogelijk op afstand bootdiskettes aan te maken. De standaardbewerking is inlezen. De uitvoer wordt naar stdout weggeschreven.

mcat leest een disk-image van stdin en schrijft het naar het opgegeven device. Gebruik dit behoedzaam! Vanwege de lowlevel aard van deze opdracht, zal het met veel plezier zonder waarschuwing alle gegevens ruineren die voorheen op de disk stonden!

4.6 Mcd

De opdracht mcd wordt gebruikt om de werkdirectory van mtools op de MS-DOS disk te wijzigen. Het maakt gebruik van de volgende syntax:

mcd [msdosdirectory]

Zonder argumenten rapporteert mcd het huidige device en de werkdirectory. Anders wijzigt mcd het huidige device en de huidige werkdirectory relatief aan een MS-DOS bestandssysteem.

De omgevingsvariabele MCWD kan worden gebruikt om het bestand te lokaliseren waar de informatie over het device en de werkdirectory zijn opgeslagen. De standaard is `$HOME/.mcwd'. Informatie in dit bestand wordt genegeerd als het bestand meer dan 6 uur oud is.

Mcd retourneert 0 bij succes of 1 bij een fout.

Integenstelling tot de MS-DOS versies van CD, kan mcd worden gebruikt om naar een ander station over te schakelen. Het kan verstandig zijn oude `.mcwd' bestanden bij het uitloggen te verwijderen.

4.7 Mcopy

De opdracht mcopy wordt gebruikt om MS-DOS bestanden naar en vanaf Unix te kopiëren. Het maakt gebruik van de volgende syntax:

mcopy [-b/ptnvmoQOsSrRA] bronbestand doelbestand
mcopy [-b/ptnvmoQOsSrRA] bronbestand [ bronbestanden... ] doeldirectory
mcopy [-tnvm] MSDOSbronbestand

Mcopy kopieert het opgegeven bestand naar het genoemde bestand, of kopieert meerdere bestanden naar de genoemde directory. De bron en het doel kunnen zowel MS-DOS als Unix bestanden zijn.

Het gebruik van een stationsletter toekenning op de MS-DOS bestanden, 'a:' bijvoorbeeld, stelt de richting van het transport vast. Een ontbrekende stationstoekenning impliceert een Unix bestand waarvan het pad in de huidige directory begint. Als voor de bron een stationsletter is opgegeven zonder daaraan gekoppelde bestandsnaam (b.v. mcopy a: .), dan worden alle bestanden vanaf dat station gekopieerd.

Als slechts een enkele, MS-DOS bronparameter is geleverd (b.v. "mcopy a:foo.exe"), dan wordt een geimpliceerde bestemming van de huidige directory (`.') verondersteld.

Een bestandsnaam aangegeven door een `-' betekent standaardinvoer of standaarduitvoer, afhankelijk van de positie op de opdrachtregel.

Mcopy accepteert de volgende opdrachtregelopties:

b
Batch mode. Geoptimaliseerd voor zeer grote recursieve kopien, maar minder veilig als tijdens de kopie een crash plaatsvindt.
/
Recursieve kopie. Kopieert ook directory' s met inhoud.
p
Behoud de kenmerken van de gekopieerde bestanden
Q
Bij het met mcopy kopieren van meerdere bestanden, wordt de opdracht beeindigd zodra een kopie mislukt (bijvoorbeeld vanwege het gebrek aan opslagruimte op de doeldisk).
t
Text file transfer. Mcopy zet inkomende carriage return/ line feeds om in line feeds.
n
Geen bevestiging bij het overschrijven van Unix-bestanden. Mcopy geeft de gebruiker geen waarschuwing als het een bestaand Unix-bestand overschrijft. Gebruik -o om de bevestiging voor DOS bestanden uit te schakelen.
m
Behoud de wijzigingstijd van het bestand. Als het doelbestand reeds voorkomt en de optie -n niet van invloed is, vraagt mcopy of het 't bestand moet overschrijven of het nieuwe bestand hernoemen (section 2.5 Dubbel voorkomende namen) voor details).

4.7.1 Programmeerfouten

In tegenstelling tot MS-DOS wordt de '+' operator (append) van MS-DOS niet ondersteund. Je kunt echter mtype gebruiken om hetzelfde effect te bereiken:

mtype a:bestand1 a:bestand2 a:bestand3 >unixbestand
mtype a:bestand1 a:bestand2 a:bestand3 | mcopy - a:msdosbestand

4.8 Mdel

De opdracht mdel wordt gebruikt om een MS-DOS bestand te verwijderen. De syntax luidt:

mdel [-v] msdosbestand [ msdosbestand ...  ]

Mdel verwijdert bestanden op een MS-DOS bestandssysteem.

Mdel vraagt om verificatie voor het verwijderen van het read-only bestand.

4.9 Mdeltree

De opdracht mdeltree wordt gebruikt om een MS-DOS bestand te verwijderen. De syntax luidt:

mdeltree [-v] msdosdirectory [msdosdirectory's...]

Mdeltree verwijdert een directory en alle daarin voorkomende bestanden en subdirectory's van een MS-DOS bestandssysteem. Er treedt een fout op als de te verwijderen directory niet bestaat.

4.10 Mdir

De opdracht mdir wordt gebruikt om een MS-DOS directory weer te geven. De syntax luidt:

mdir [-/] [-f] [-w] [-a] [-X] msdosbestand [ msdosbestanden...]

Mdir Toont de inhoud van MS-DOS directory's, of de ingangen van een aantal MS-DOS bestanden.

Mdir ondersteunt de volgende opdrachtregelopties:

/
Recursieve uitvoer, net als de optie -s van Dos
w
Brede uitvoer. Met deze optie geeft mdir de bestanden over de pagina weer zonder de bestandsgrootte of aanmaakdatum te laten zien.
a
Geef ook verborgen bestanden weer.
f
Snel. Probeer geen vrije ruimte te achterhalen. Op grotere disks, zal het achterhalen van de hoeveelheid vrije ruimte een aanmerkelijke hoeveelheid tijd in beslag nemen, aangezien de gehele FAT moet worden ingelezen en gescand. De vlag -f zorgt ervoor dat deze stap wordt overgeslagen. Deze vlag is op FAT32 bestandssystemen niet nodig, omdat de grootte daarop expliciet wordt bewaard.
X
Beknopte opsomming. Geeft slechts een met newlines gescheiden lijst met padnamen zonder enige opmaak of aanvullende informatie.

Er treedt een fout op als een component van het pad geen directory is.

4.11 Mdu

Mdu wordt gebruikt voor een weergave van de ruimte die in beslag wordt genomen door een directory, de daaronderliggende subdirectory's en bestanden. Het is vergelijkbaar met de opdracht du onder Unix. De gebruikte eenheid is clusters. Gebruik de opdracht minfo om achter de clustergrootte te komen.

mdu [-a] [ msdosfiles ... ]

a
Alle bestanden. Geeft ook de ruimte die in beslag wordt genomen door individuele bestanden.
s
Geeft alleen de totale ruimte weer, geef geen details voor iedere subdirectory.

4.12 Mformat

De opdracht mformat wordt gebruikt om een MS-DOS bestandssysteem aan een low-level geformatteerde diskette toe te voegen. De syntax ervan luidt:

mformat [-t cylinders] [-h heads]
[-s sectors] [-l volume_label] [-F]
[-I fsVersion] [-S sizecode] [-2
sectors_on_track_0] [-M software_sector_size]
[-a] [-X] [-C] [-H hidden_sectors]
[-r root_sectors] [-B boot_sector]
[-0 rate_on_track_0] [-A rate_on_other_tracks]
[-1]
[-k] drive:

Mformat voegt een minimaal MS-DOS bestandssysteem toe (bootsector, FAT en rootdirectory) aan een diskette dat reeds middels een Unix low-level format is geformatteerd.

De volgende opties worden ondersteund: (De S, 2, 1 en M opties bestaan mogelijk niet als deze kopie van mtools zonder de USE_2M optie is gecompileerd).

t
Het aantal cylinders.
h
Het aantal koppen (zijden).
s
Het aantal sectoren per spoor. Als de 2m optie is opgegeven, het aantal 512-byte sector equivalenten op algemene sporen (d.w.z. niet kop 0 spoor 0). Als de optie 2m niet is opgegeven, het aantal fysieke sectoren per spoor (welke groter kan zijn dan 512 bytes).
l
Een optioneel volumelabel.
S
De sizecode. De grootte van de sector is 2 ^ (sizecode + 7).
2
2m format. De parameter voor deze optie beschrijft het aantal sectoren op spoor 0, kop 0. Deze optie is aan te bevelen voor sectoren die groter zijn dan normaal.
1
gebruik het 2m formaat niet, zelfs niet als de huidige geometrie van de disk een 2m geometrie heeft.
M
software sector size. Deze parameter beschrijft de sectorgrootte in bytes gebruikt door het MS-DOS bestandssysteem. Standaard is dit de fysieke sectorgrootte.
a
Als deze optie is gegeven, dan zal een serieel nummer in de stijl van Atari worden gegenereerd. Atari bewaart een serieel nummer in het OEM label.
X
formatteer de disk als een XDF-disk. Voor meer details See section 2.7.4 XDF. De disk moet eerst low-level worden geformatteerd met het utility xdfcopy dat is opgenomen in het package fdutils.
C
maakt het diskimage-bestand aan om het MS-DOS bestandssysteem erop te installeren. Uiteraard heeft dit geen nut voor fysieke devices zoals diskettes en harddiskpartities.
H
aantal verborgen sectoren. Deze parameter is handig voor het formatteren van een harddiskpartitie, die niet is uitgelijnd op de grenzen van een spoor. (d.w.z. eerste kop van eerste spoor behoort niet toe aan de partitie, maar bevat een partitietabel). In dat geval is het aantal verborgen sectoren over het algemeen gelijk aan het aantal sectoren per cylinder. Dit is niet getest.
n
serieel nummer
F
Formatteer de partitie als FAT32 (experimenteel).
I
Stelt bij het formatteren van een FAT32 station de fsVersion in. Voer minfo uit op een bestaande FAT32 station om hier achter te komen, en mail me dat, zodat ik de juiste waarde in toekomstige versies van mtools op kan nemen.
c
Stel de grootte van een cluster (in sectoren) in. Als deze clustergrootte een FAT zou genereren die te groot is voor het aantal bits, dan zal mtools automatisch de clustergrootte toe laten nemen, totdat de FAT klein genoeg is.
r
Stelt de grootte in van de rootdirectory (in sectoren). Alleen van toepassing op 12 en 16 bit FAT's.
B
Gebruik de bootsector opgeslagen in het gegeven bestand of device, in plaats van zijn eigen te gebruiken. Alleen de geometrie velden worden bijgewerkt dat ze overeenkomen met de doeldiskparameters.
k
Behoud zoveel mogelijk de bestaande bootsector. Alleen de geometrie velden worden bijgewerkt overeenkoment met de doeldiskparameters.
0
Data transfer rate op spoor 0.
A
Data transfer rate op sporen ongelijk aan 0

Voor het formatteren van een diskette met een dichtheid anders dan de standaardwaarde, moet je (op z'n minst) die opdrachtregelparameters opgeven die anders zijn dan de standaard.

Mformat retourneert een 0 bij succes en 1 bij een fout.

Informatie over slechte blokken wordt niet opgenomen, gebruik hiervoor mkmanifest.

4.13 Mkmanifest

De opdracht mkmanifest wordt gebruikt om een shellscript aan te maken (packing list) om Unix bestandsnamen te herstellen. De syntax luidt:

mkmanifest [ bestanden ]

Met Mkmanifest wordt een shellscript aangemaakt die van hulp kan zijn bij het herstellen van Unix bestandsnamen die door de beperkingen van de MS-DOS bestandsnamen zijn beschadigd. MS-DOS bestandsnamen zijn beperkt tot namen bestaande uit 8 tekens, 3 tekens voor de extensie, alleen in hoofdletters, geen devicenamen en geen ongeldige tekens.

Het programma mkmanifest is compatibel met de methoden die in pcomm, arc, en mtools worden gebruikt om perfect goede Unix bestandsnamen zodanig te wijzigen dat ze passen binnen de MS-DOS beperkingen. Deze opdracht is alleen van nut als het doelsysteem welke de diskette zal inlezen, geen vfat lange namen af kan handelen.

4.13.1 Voorbeeld

Stel dat je de volgende Unix bestanden naar een MS-DOS diskette wilt kopiëren (met de opdracht mcopy).

  zeer_lange_naam
  2.veel.punten
  illegal:
  goed.c
  prn.dev
  Capital

Mcopy converteert de namen naar:

  zeer_lan
  2xveel.pun
  illegalx
  goed.c
  xprn.dev
  capital

De opdracht:

mkmanifest zeer_lange_naam 2.veel.punten illegal: goed.c prn.dev Capital >manifest

zou het volgende produceren:

  mv zeer_lan zeer_lange_naam
  mv 2xveel.pun 2.veel.punten
  mv illegalx illegal:
  mv xprn.dev prn.dev
  mv capital Capital

Voor "goed.c" was geen enkele conversie nodig, daarom verscheen het niet in de uitvoer.

Stel dat ik deze bestanden vanaf de diskette naar een ander Unix systeem heb gekopieerd en nu de bestanden weer wil terugzetten naar hun oorspronkelijke namen. Als het bestand "manifest" (de afgevangen uitvoer van hierboven) samen met die bestanden werd meegezonden, dan zou het kunnen worden gebruikt om de bestandsnamen om te zetten.

4.13.2 Programmeerfouten

De korte namen gegenereerd door mkmanifest volgen de oude conventie (van mtools-2.0.7) en niet die van Windows 95 en mtools-3.0.

4.14 Minfo

De opdracht minfo geeft de parameters van een Dos bestandssysteem weer, zoals het aantal sectoren, koppen en cylinders. Het geeft ook een mformat opdrachtregel weer die kan worden gebruikt om een vergelijkbaar Dos bestandssysteem op andere media aan te maken. Dit werkt echter niet met 2m of Xdf media en met Dos 1.0 bestandssystemen.

minfo station:

Mlabel ondersteunt de volgende optie:

v
Geef een hexdump weer van de bootsector, in aanvulling op de andere informatie

4.15 Mlabel

De opdracht mlabel voegt een volumelabel toe aan een disk. De syntax luidt:

mlabel [-vcs] station:[nieuwe_label]

Mlabel toont het huidige volumelabel, als het aanwezig is. Als nieuwe_label niet is opgegeven, en als ook de c noch de s opties zijn ingesteld, vraagt het de gebruiker om een nieuw volumelabel. Druk achter de prompt op return om een bestaand volumelabel te verwijderen.

Er is een redelijke zorgvuldigheid in acht genomen om een geldig MS-DOS volumelabel aan te maken. mlabel wijzigt het label (en toont het nieuwe label als de verbose mode is ingesteld), als een ongeldig label werd opgegeven. Mlabel retourneert een 0 bij succesvolle uitvoering of 1 bij een opgetreden fout.

Mlabel ondersteunt de volgende opties:

c
Verwijdert een bestaand label, zonder de gebruiker ernaar te vragen.
s
Toont het bestaande label, zonder de gebruiker ernaar te vragen.

4.16 Mmd

De opdracht mmd wordt gebruikt om een MS-DOS subdirectory aan te maken. De syntax luidt:

mmd [-voOsSrRA] msdosdirectory [ msdosdirectory's... ]

Mmd maakt op een MS-DOS bestandssysteem een nieuwe directory aan. Er treedt een fout op als de directory reeds bestaat.

4.17 Mmount

De opdracht mmount wordt gebruikt om een MS-DOS disk te mounten. Het is alleen onder Linux beschikbaar, aangezien het alleen bruikbaar is als de OS-kernel het toestaat de disk-geometrie te configureren. De syntax luidt:

mmount msdosstation [mountargs]

Mmount leest de bootsector van een MS-DOS disk in, configureert de drivegeometrie, en mount het uiteindelijk daarbij de mountargs aan mount doorgevend. Als er geen mount argumenten zijn opgegeven, wordt de naam van het device gebruikt. Als de disk tegen schrijven is beveiligd, wordt het automatisch voor alleen lezen gemount.

4.18 Mmove

De opdracht mmove wordt gebruikt om een bestaand MS-DOS bestand of subdirectory te verplaatsen of hernoemen.

mmove [-voOsSrRA] bronbestand doelbestand
mmove [-voOsSrRA] bronbestand [ bronbestanden... ] doeldirectory

Mmove verplaatst of hernoemt een bestaand MS-DOS bestand of subdirectory. In tegenstelling tot de MS-DOS versie van MOVE, is mmove in staat subdirectory's te verplaatsen. Bestanden of directory's kunnen alleen worden verplaatst binnen een bestandssysteem. Gegevens kunnen niet worden verplaatst van Dos naar Unix of vice versa. Als je de stationsletter van het doelbestand of doeldirectory achterwege laat, dan wordt dezelfde letter als voor de source verondersteld. Als je bij alle parameters de stationsletter weglaat, dan wordt standaard uitgegaan van station a:.

4.19 Mpartition

De opdracht mpartition wordt gebruikt om MS-DOS bestandssystemen als partities aan te maken. Dit is bedoeld voor gebruik op niet Linux-systemen, d.w.z. op systemen waarop fdisk en eenvoudige toegang tot Scsi devices niet beschikbaar zijn. Deze opdracht werkt alleen op drives waarvan de partitie variabale is ingesteld.

mpartition -p station
mpartition -r station
mpartition -I [-B bootSector] station 
mpartition -a station
mpartition -d station
mpartition -c [-s sectoren] [-h koppen]
[-t cylinders] [-v [-T type] [-b
begin] [-l lengte] [-f]

Mpartition ondersteunt de volgende bewerkingen:

p
Geeft een opdrachtregel weer voor het heraanmaken van de partitie voor de drive. Er wordt niets weergegeven als de partitie voor het station niet is gedefinieerd, of een inconsistentie is gedetecteerd. Als tevens verbose (-v) is ingesteld, dan wordt de huidige partitietabel weergegeven.
r
Verwijdert de partitie beschreven door station.
I
Initialiseert de partitietabel, en verwijdert alle partities.
c
Maakt de partitie aan beschreven door station.
a
"Activeert" de partitie, d.w.z. maakt het bootable. Slechts een partitie kan tegelijkertijd bootable zijn.
d
"Deactiveert" de partitie, d.w.z. maakt het booten ervan onmogelijk.

Als geen bewerking werd opgegeven, dan wordt de huidige instelling weergeven.

Voor het aanmaken van partities, zijn de volgende opties beschikbaar:

s sectoren
Het aantal sectoren per spoor van de partitie (wat gelijk is aan het aantal sectoren per spoor voor de gehele drive).
h koppen
Het aantal koppen van de partitie (wat gelijk is aan het aantal koppen voor de gehele drive). Standaard wordt de geometrie informatie achterhaald van de daarnaast liggende partitietabelingangen, of geraden uit de grootte.
t cylinders
Het aantal cylinders van de partitie (niet het aantal cylinders van de gehele drive.
b begin
Het beginoffset van de partitie, uitgedrukt in sectoren. Als het begin niet is gegeven, dan laat mpartition de partitie beginnen aan het begin van de disk (partitienummer 1), of onmiddelijk na het einde van de vorige partitie.
l lengte
De grootte (lengte) van de partitie, uitgedrukt in sectoren. Als het einde niet is opgegeven, achterhaalt mpartition de grootte middels het aantal sectoren, koppen en cylinders. Als ook deze niet zijn gegeven, dan geeft het de partitie de grootst mogelijke grootte, daarbij rekening houdend met de diskgrootte en het begin van de volgende partitie.

De volgende optie is beschikbaar voor alle bewerkingen die de partitietabel wijzigen:

f
Gewoonlijk voert mpartition bepaalde consistente controle's uit, zoals het controleren van overlappingen en een juiste uitlijning van de partities, voordat enige wijzigingen naar de partitie worden weggeschreven. Als een van deze controle's mislukken, dan wordt de partitietabel niet gewijzigd. De -f staat het je toe deze beveiligingen te overschrijven.

De volgende opties zijn voor alle bewerkingen beschikbaar:

v
In combinatie met -p wordt de partitietabel weergegeven zoals het nu is (zonder wijzigingen), of zoals het is nadat het is aangepast.
vv
Als de verbose vlag tweemaal is opgegeven, dan zal mpartition een hexdump afdrukken van de partitietabel wanneer het 't van het device inleest of ernaar wegschrijft.

De volgende optie is beschikbaar voor de initialisatie van de partitietabel:

B bootSector
Leest het template masterbootrecord uit het bestand bootSector.

4.20 Mrd

De opdracht mrd wordt gebruikt om een MS-DOS directory te verplaatsen. De syntax luidt:

mrd [-v] msdosdirectory [ msdosdirectory's... ]

Mrd verplaatst een directory vanaf een MS-DOS bestandssysteem. Er treedt een fout op als de directory niet bestaat of leeg is.

4.21 Mren

De opdracht mren wordt gebruikt om een bestaand MS-DOS bestand of bestaande subdirectory te hernoemen of te verplaatsen De syntax luidt:

mren [-voOsSrRA] bronbestand doelbestand

Mren hernoemt een bestaand bestand op een MS-DOS bestandssysteem.

In verbose mode, toont Mren de nieuwe bestandsnaam als de opgegeven naam ongeldig is.

Als de eerste syntax wordt gebruikt (alleen een bronbestand), en als in de doelnaam geen slashes of dubbele punten voorkomen, dan wordt het bestand (of de subdirectory) hernoemd in dezelfde directory, in plaats dat ze worden hernoemd naar de huidige mcd directory wat het geval zou zijn met mmove. In tegenstelling tot de MS-DOS versie van REN, kan mren worden gebruikt om directory's te hernoemen.

4.22 Mshowfat

De opdracht mshowfat wordt gebruikt om de FAT ingangen voor een bestand te tonen. Syntax:

$ mshowfat bestanden

4.23 Mtoolstest

De opdracht mtoolstest wordt gebruikt om de configuratiebestanden van mtools te testen. Typ voor een aanroep ernaar slechts mtoolstest zonder enige argumenten in. Mtoolstest leest de configuratiebestanden van mtools in, en drukt de cumulatieve configuratie naar stdout af. De uitvoer kan worden gebruikt als een configuratiebestand (alhoewel je wellicht overtollige clausules wilt verwijderen) Je kunt dit programma gebruiken om configuratiebestanden in de oude stijl naar configuratiebestanden in de nieuwe stijl te converteren.

4.24 Mtype

De opdracht mtype wordt gebruikt om de inhoud van een MS-DOS bestand te tonen. De syntax luidt:

mtype [-ts] msdosfile [ msdosfiles... ]

Mtype geeft het opgegeven MS-DOS bestand op het scherm weer.

In aanvullling op de standaardopties, staat Mtype de volgende opdrachtregelopties toe:

t
Bekijken van tekstbestanden. Mtype vertaalt inkomende carriage return/line feeds naar line feeds.
s
Mtype ontdoet de gegevens van de hoge bit

De opdracht mcd kan worden gebruikt om het station en de huidige werkdirectory in te stellen (relatief aan MS-DOS), anders is de standaard A:/.

Mtype retourneert 0 bij succes, 1 bij een volledige fout, en 2 bij een gedeeltelijke fout.

In tegenstelling tot de MS-DOS versie van TYPE, staat mtype meerdere argumenten toe.

4.25 Mzip

De opdracht mzip wordt gebruikt om onder Solaris of HPUX specifieke opdrachten voor de ZIP-disk uit te voeren. De syntax luidt:

mzip [-epqrwx]

Mzip staat de volgende opdrachtregelopties toe:

e
Werp de disk uit.
f
Forceer het uitwerpen zelfs als de disk is gemount (moet worden opgegeven in aanvulling op -e).
r
Bescherm de disk tegen schrijven.
w
Verwijder de schrijfbescherming.
p
Bescherm de disk tegen schrijven middels een wachtwoord.
x
Bescherm de disk middels een wachtwoord.
u
De disk tijdelijk ontdoen van de bescherming totdat de disk wordt uitgeworpen. De disk wordt schrijfbaar, en keert weer terug naar zijn oude status wanneer het wordt uitgeworpen.
q
Ondervraag de status

Voor het verwijderen van het wachtwoord stel je het in op een van de wachtwoordloze modes -r of -w: mzip zal je dan om het wachtwoord vragen, en de disk deblokkeren. Als je het wachtwoord bent vergeten, dan kun je hier vanaf komen door een low-level format op de disk toe te passen (met de BIOS-setup van je SCSI-adaptor).

De ZipTools disk die met deze drive wordt geleverd, is ook met een wachtwoord beveiligd. Onder Dos of op een Mac, wordt dit wachtwoord automatisch verwijderd zodra de ZipTools eenmaal zijn geinstalleerd. Van diverse artikelen die naar het Usenet waren gepost, leerde ik dat het wachtwoord voor de toolsdisk APlaceForYourStuff is. (1). Mzip is bekend met dit wachtwoord en probeert het eerst uit, voordat het je om een wachtwoord vraagt. Dus mzip -w z: deblokkeert de toolsdisk(2). De toolsdisk is op een speciale manier geformatteerd zodat het zowel op een PC als op een Mac bruikbaar is. Op een PC verschijnt het Mac bestandssysteem als een verborgen bestand met de naam `partishn.mac'. Je kunt het verwijderen om de 50 Meg ruimte in beslag genomen door het Mac bestandssysteem terug te winnen.

4.26 Xcopy

Het xcopy script wordt gebruikt om een directory recursief naar een andere te kopieren. De syntax luidt:

xcopy brondirectory doeldirectory

Als de doeldirectory niet bestaat, wordt ze aangemaakt. Als het wel bestaat, worden de bestanden vanuit de brondirectory er direct naartoe gekopieerd, en wordt in tegenstelling tot cp -rf geen subdirectory genaamd brondirectory aangemaakt.

4.26.1 Programmeerfouten

Deze opdracht is een groot probleem. Een zuivere implementatie zou het opnieuw opbouwen van veelbetekenende onderdelen van mtools in beslag nemen, maar helaas heb ik daar de tijd nu niet voor. Het belangrijkste nadeel van deze implementatie is dat het op een aantal architecturen inefficient is (verscheidene opeenvolgende calls naar mtools, die het cachen van mtools teniet doen).

5. Architectuur specifieke compilatie opties

Voor het compileren van mtools, roep als eerste ./configure aan en dan make. In aanvulling op de standaard autoconfigure opties, zijn er twee architectuur specifieke opties beschikbaar.

./configure --enable-xdf
./configure --disable-xdf
Activeert ondersteuning voor XDF-bestanden. Dit staat standaard aan. Voor details See section 2.7.4 XDF.
./configure --enable-vold
./configure --disable-vold
Activeert ondersteuning voor vold onder Solaris. Wanneer gebruikt in samenwerking met vold, zou mtools van andere device nodes dan die voor de directe toegang gebruik moeten maken.
./configure --enable-new-vold
./configure --disable-new-vold
Activeert nieuwe ondersteuning voor vold onder Solaris. Er wordt verondersteld dat dit soepeler werkt dan de oude ondersteuning.
./configure --enable-floppyd
./configure --disable-floppyd
Activeert ondersteuning voor floppyd. Standaard is floppyd geactiveerd zolang als de benodigde X includes en library's beschikbaar zijn.

6. mtools naar nog niet ondersteunde architecturen porten

Dit hoofdstuk is alleen interessant voor degenen die mtools naar een nog niet ondersteunde architectuur willen porten. Voor de meest gebruikelijke systemen zijn standaardstations reeds gedefinieerd. Als je standaardstations voor een nog niet ondersteund systeem toe wilt voegen, start je config.guess om te kijken welke identificatie autoconf voor dat systeem gebruikt. Deze identificatie heeft de vorm cpu-verkoper-os (bijvoorbeeld sparc-sun-sunos). De cpu en de os componenten worden aan de compiler als preprocessor opties doorgegeven. Het OS gedeelte wordt aan de compiler in drie vormen doorgegeven.

  1. De volledige naam van het os, waarbij punten zijn vervangen door onderstrepingstekens. sco3.2v2 wordt sco3_2v2
  2. De basisnaam van het os. Sco3.2v2 wordt Sco
  3. De basisnaam van het os plus het hoofdbestanddeel van het versienummer. Sco3.2v2 wordt Sco3.

De drie versies worden allen doorgegeven als ze verschillend zijn.

Voor het definieren van de devices, gebruik je de entries voor de systemen die reeds als templates aanwezig zijn. Over het algemeen hebben ze de volgende vorm:

#if (defined (mijn_cpu) && defined(mijn_os))
#define predefined_devices
struct device devices[] = {
        { "/dev/eerste_station", 'stationsletter', stationsbeschrijving},
        ... 
        { "/dev/laatste_station", 'stationsletter', stationsbeschrijving}
}
#define INIT_NOOP
#endif

"/dev/eerste_station" is de naam van het device of het image bestand welke voor het station staat. Stationsletter is een letter in de range a tot en met z die toegang geeft tot het station. Met Stationsbeschrijving wordt het type station beschreven:

ED312
extra density (2.88M) 3 1/2 disk
HD312
high density 3 1/2 disk
DD312
double density 3 1/2 disk
HD514
high density 5 1/4 disk
DD514
double density 5 1/4 disk
DDsmall
8 sector double density 5 1/4 disk
SS514
single sided double density 5 1/4 disk
SSsmall
single sided 8 sector double density 5 1/4 disk
GENFD
generic floppy drive (12 bit FAT)
GENHD
generic hard disk (16 bit FAT)
GEN
generic device (alle parameters komen overeen)
ZIPJAZ(opties)
algemeen ZIP-station gebruik makend van normale toegang. Maakt gebruik van partitie 4. Opties zijn alle speciale opties die aan open worden doorgegeven.
RZIPJAZ(opties)
algemeen ZIP-station gebruik makend van raw SCSI-toegang. Maakt gebruik van partitie 4. Opties zijn alle speciale opties die aan open worden doorgegeven.
REMOTE
het remote station gebruikt voor floppyd. In tegenstelling tot de andere items, bevat deze macro ook de bestandsnaam ($DISPLAY) en de stationsletter(X)

Entries kunnen in meer detail worden beschreven:

 fat_bits,open_opties,cylinders,heads,sectors,DEF_ARG

of als je een offset moet beschrijven (bestandssysteem begint niet aan het begin van het bestandssysteem)

 fat_bits, open_opties, cylinders, heads, sectors, offset, DEF_ARG0
fat_bits
is 12, 16 of 0. 0 betekent dat het device beiden typen FAT accepteert.
open_options
kunnen opties zoals O_NDELAY, of O_RDONLY in worden opgenomen, die wellicht nodig zijn om het device te openen. 0 betekent dat er geen speciale opties nodig zijn.
cylinders,heads,sectors
beschrijft de geometrie van de disk. Als de cylinders ongelijk zijn aan 0, dan worden de parameters heads en sectors genegeerd en accepteert het station elke geometrie.
offset
wordt gebruikt als het DOS bestandssysteem niet aan het begin van het device of image-bestand begint. Dit is vooral handig voor Atari Ramdisks (waarbij zich de device driver aan het begin van het bestand bevindt) of voor DOS emulator images (welke een gepartitioneerd device voor kunnen stellen)

In een definitie van standaardwaarden in het devices file zou alleen moeten worden voorzien als dezelfde devices op een groot aantal hosts van dit type zijn te vinden. Zou je me in dat geval ook je nieuwe definities kunnen laten weten, zodat ik ze in de volgende release op kan nemen. Voor een puur lokaal bestand, raad ik je aan gebruik te maken van de configuratiebestanden /usr/local/etc/mtools.conf en ~/.mtoolsrc.

Het devices bestand maakt het ook mogelijk geometrie instellingroutines aan te leveren. Deze zijn nodig als je high capacity disks wilt benaderen.

Twee routines zouden moeten worden aangeleverd:

  1. Inlezen van de huidige parameters
    static inline int get_parameters(int fd, struct generic_floppy_struct *floppy)
    
    Hiermee wordt de huidige geconfigureerde geometrie uitgeprobeerd, en het in de structuur generic_floppy_struct gegeneerd (die ook moet worden gedeclaeerd). Fd is een open file descriptor voor het device, en buf is een reeds ingevulde stat structuur, wat van nut kan zijn. Deze routine zou 1 moeten retourneren als de probing mislukt en anders een 0.
  2. Installeren van nieuwe parameters
    static inline int set_parameters(int fd, struct generic_floppy_struct *floppy)
                                     struct stat *buf)
    
    Dit configureert de geometrie in floppy op de file descriptor fd. Buf is het resultaat van een stat call (reeds ingevuld). Dit zou een 1 moeten retourneren als de nieuwe geometrie niet kan worden geconfigureerd en anders een 0.

Een bepaald aantal preprocessor macro's zou kunnen worden geleverd:

TRACKS(floppy)
refereert naar het track veld in de diskettestructuur
HEADS(floppy)
refereert naar het heads veld in de diskettestructuur
SECTORS(floppy)
refereert naar het sectoren per track veld in de diskettestructuur
SECTORS_PER_DISK(floppy)
refereert naar het sectoren per disk veld in de diskettestructuur (als van toepassing, anders ongedefinieerd laten)
BLOCK_MAJOR
major nummer van het diskettestation, wanneer bekeken als een blockdevice.
CHAR_MAJOR
major nummer van het diskettestation, wanneer bekeken als een character device (a.l.a. "raw" device, gebruikt voor fsck) (laat dit ongedefinieerd, als je OS geen raw devices heeft)

Voor de werkelijk high capacity formaten (XDF, 2m, etc), is er nog geen zuivere en gedocumenteerde interface.

Opdrachten Index

Jump to: f - m - x

f

  • floppyd
  • floppyd_installtest
  • m

  • mattrib
  • mbadblocks
  • mcat
  • mcd
  • mcd (introductie)
  • mcopy
  • mdel
  • mdeltree
  • mdir
  • mdu
  • mformat
  • mformat (geometrie gebruikt voor)
  • mkmanifest
  • mlabel, mlabel
  • mmd
  • mmount
  • mmove
  • mpartition
  • mrd
  • mren
  • mshowfat
  • mtoolstest
  • mzip
  • x

  • xcopy
  • Variabelen index

    Jump to: b - c - e - f - h - k - m - n - s - t - u

    b

  • bestand
  • c

  • cylinders
  • e

  • exclusive
  • f

  • fat_bits
  • filter
  • fucase
  • h

  • heads
  • k

  • koppen
  • m

  • mformat_only
  • MTOOLS_FAT_COMPATIBILITY
  • MTOOLS_LOWER_CASE
  • MTOOLS_NO_VFAT
  • MTOOLS_SKIP_CHECK
  • MTOOLSRC
  • n

  • nodelay
  • s

  • sectoren
  • sectors
  • sporen
  • station
  • sync
  • t

  • tounix
  • tracks
  • u

  • use_xdf
  • Concepten index

    Jump to: 2 - a - b - c - d - e - f - g - h - i - j - k - l - m - n - o - p - r - s - t - u - v - w - x - z

    2

  • 2m, 2m
  • a

  • Aaneenschakelen van MS-DOS bestanden
  • Aanmaak bestandssysteem
  • Aanmaken van een directory
  • Accenttekens
  • ALPHA patches
  • APlaceForYourStuff
  • Archief-bit
  • Atari Ram disk
  • b

  • Beschrijven van MS-DOS bestanden
  • Beschrijving van diskgeometrie
  • Bestandskenmerken wijzigen
  • Bestandsnaam van device node
  • Bestandsnamen
  • Bestandsnamen in de stijl van VFAT
  • Bestandsnamen in de stijl van Windows 95
  • blocksize
  • Blokken als slecht markeren
  • blokkering (deactiveren ervan)
  • c

  • character devices
  • Clusters van een bestand
  • Compabiliteit met oudere versies
  • Configuratie bestandsnaam (volgorde van verwerking)
  • Configuratie tijdens compileren
  • Configuratie van diskgeometrie
  • Configuratiebestand
  • Configuratiebestand controleren
  • Configuratiebestand op juistheid testen
  • Configuratiebestand syntax
  • Configuratiebestand verifiëren
  • Configuratiebestand volgorde van verwerking
  • Configuratiebestand, oude syntax
  • Configuratiebestanden
  • CR/LF conversies
  • Creëren van een directory
  • d

  • deactiveer blokkering
  • diffs
  • Directory
  • Directory (wijzigen)
  • Directory aanmaak
  • Directoryweergave
  • discussielijst
  • Disk Geometrie
  • Disk label
  • Disk-image
  • Diskformaat
  • DMF disks
  • Dosemu harddisk image
  • du
  • Dubbel voorkomende namen
  • Duplicaat bestandsnamen
  • e

  • Een directory verplaatsen
  • Een directory verwijderen
  • exclusieve toegang tot een station
  • f

  • Fat
  • fdformat
  • Floppyd cat
  • Formaten, high capacity
  • Formatteren van disks
  • fouten
  • FreeDos
  • g

  • Gepartitioneerd image bestand
  • gewone diskette: device xxx busy
  • Globale configuratiebestanden
  • h

  • Hdimage
  • Hernoemen van bestanden (mmove)
  • Hernoemen van bestanden (mren)
  • High capacity formaten
  • High capacity formaten, mounting
  • High density disk
  • Hoofdlettergevoeligheid
  • Huidige werkdirectory
  • Huidige werkdirectory (wijzigen van)
  • i

  • Image bestand
  • In beslagname van ruimte door directory' s en bestanden
  • Ingecompileerde standaardwaarden
  • Initialiseren van disks
  • Inlezen van MS-DOS bestanden
  • Internationalisatie
  • j

  • Jaz disk (utility's)
  • Jaz disks (partities)
  • Jaz disks (partitioneren)
  • Jaz disks (raw Scsi toegang)
  • k

  • Kopieren van een volledig disk-image
  • Kopiëren van MS-DOS bestanden
  • l

  • Labeling a disk
  • Lange bestandsnaam
  • Leesfouten
  • Lijst met beschikbare opdrachten
  • Linux uitbreidingen (High Capacity Formats)
  • Linux uitbreidingen (mmount)
  • Lokatie van configuratiebestanden
  • Lokatie van configuratiebestanden (volgorde van verwerking)
  • Low density disk
  • m

  • Magnetisch optische disks
  • Mcwd bestand
  • Met wachtwoord beschermde Zip disks
  • mformat parameters
  • Mounten van een disk
  • MS-DOS bestanden verwijderen
  • n

  • Naam configuratiebestand
  • Naam van configuratiebestanden
  • Naam van configuratiebestanden (volgorde van verwerking)
  • Naam van device node
  • Nationale tekenset
  • o

  • Omgevingsvariabelen
  • open opties
  • Opsomming van opdrachten
  • Opsomming van ruimte in beslag genomen door directory's en bestanden
  • Opties
  • OS/2 (lay-out van verwijderbare media)
  • OS/2 (XDF disks)
  • Overschrijf bestanden
  • p

  • packing list
  • parameters van een Dos fs
  • partities (aanmaken)
  • patches
  • Porten
  • Primaire bestandsnaam (lange namen)
  • Primaire bestandsnaam (naamsbotsing)
  • programmeerfouten
  • r

  • Ram disk
  • Rare formaten
  • raw device
  • Read-only bestanden (weergeven)
  • Read-only bestanden (wijzig het kenmerk)
  • recursief verwijderen van een MS-DOS directory
  • recursive copy
  • remote diskette toegang
  • remote floppy access
  • Ruimte in beslag genomen door directory's en bestanden
  • s

  • Schrijfbescherming van een Zip/Jaz disk
  • SCSI devices
  • Secundaire bestandsnaam (lange namen)
  • Secundaire bestandsnaam (naamsbotsing)
  • setgid installatie
  • setuid installatie
  • setuid installatie (nodig voor raw SCSI I/O)
  • Slechte blokken
  • Solaris (configuratie van vold tijdens compileren)
  • Solaris (Raw toegang tot SCSI devices zoals Zip & Jaz)
  • Solaris (volcheck)
  • Solaris (vold)
  • Speciale formaten
  • Standaardconfiguratie
  • Standaarddirectory
  • Standaarddirectory (wijzigen van)
  • Standaardwaarden
  • Stations onafhankelijke configuratievariabelen
  • Stationsbeschrijving
  • Stationsbeschrijving, voorbeeld
  • Stationsconfiguratie
  • Stationsconfiguratie, voorbeeld
  • Subdirectory aanmaak
  • Subdirectory verplaatsen
  • SunOS (Raw toegang tot SCSI devices zoals Zip & Jaz)
  • synchronous writing
  • Syntax configuratiebestand
  • Syntax van het configuratiebestand
  • Syquest disks
  • Syquests (raw Scsi toegang)
  • Systeembestanden
  • t

  • Tekstbestanden
  • Tools disk (Zip en Jaz stations)
  • u

  • Uitwerpen van een Zip/Jaz disk
  • v