# Onderhouden door Axel Boldt (boldt@math.ucsb.edu) # # Deze versie van de Linux kernel configuratie helpteksten hoort bij # kernelversies 2.2.x # # Vertalingen van dit bestand zijn beschikbaar op het WWW: # # - Japans, onderhouden door het JF project (JF@linux.or.jp), op # http://www.linux.or.jp/JF/JFdocs/Configure.help/ # - Russisch, door kaf@linux.nevod.perm.su, op # http://nevod.perm.su/service/linux/doc/kernel/Configure.help # - Frans, door Pierre Tane (tanep@bigfoot.com), op # http://www.traduc.org/kernelfr/ # - Spaans, door Carlos Perelló Marín (fperllo@ehome.encis.es), op # http://visar.csustan.edu/~carlos/ # - Pools, door Cezar Cichocki (cezar@cs.net.pl), op # http://www.cs.net.pl/~cezar/Kernel # - Duits, door Jörg Strebel (jstrebel@suse.de) en Karl Eichwalder # (ke@suse.de), op http://www.suse.de/~ke/kernel/Configure.de.help.gz # - Nederlands, door Wouter Verhelst (wouter.verhelst@advalvas.be), op # http://users.pandora.be/wouter.verhelst/configure.html. # (Zie ook de nota even verder in verband met deze vertaling) # Versie 1.0 # # Informatie over wat een kernel is, wat hij doet, hoe hem te patchen # en te compileren en nog veel meer is vervat in de Kernel-HOWTO, # verkrijgbaar via FTP (gebruikersnaam: anonymous) van metalab.unc.edu # in de directory /pub/Linux/docs/HOWTO. Zorg er voor dat je de nodige # versies van alle programma's en bibliotheken (libraries) die vereist # zijn, hebt; je kan die informatie vinden in het bestand # Documentation/Changes. Je leest best ook het README-bestand in de # hoogste directory van de kernel-source. # # Formaat van dit bestand: beschrijvingvariabelehelptekst, # waarbij staat voor "Nieuwe Regel". Als de gedocumenteerde vraag # een meerkeuzevraag is, staat er alleen de eerst voorkomende # configuratievariabele. De helpteksten mogen lege regels bevatten, # maar elke niet-lege regel moet beginnen met 2 spaties. De volgorde # van de teksten is van geen belang, maar geen enkele variabele mag 2 # keer voorkomen: mocht dat toch gebeuren, dan zal alleen het eerste # voorkomen van de variabele gebruikt worden. We proberen de # helpteksten van gerelateerde variabelen bij elkaar te houden. Lijnen # die beginnen met '#' worden genegeerd. Om geen problemen te krijgen # met menuconfig, moet de lengte van de lijnen beperkt worden tot 70 # karakters. Gebruik (onder emacs) kfill.el om dit bestand te bewerken # en ispell.el voor spellingscontrole! # # Als je een helptekst aan dit bestand toevoegd, probeer dan zo # vriendelijk mogelijk te zijn. Gebruik geen acroniemen zonder uit te # leggen wat ze betekenen, en schrijf in het algemeen voor de # hypotetisch onwetende maar intelligente gebruiker die juist een PC # gekocht heeft, Windows verwijderd en Linux geinstalleerd en nu de # kernel hercompileert voor de allereerste keer. Zeg wat hij moet doen # als hij niet zeker is. Technische informatie steek je best in een # README-bestand in de Documentation-directory. Vermeld alle relevante # README- en HOWTO-bestanden in de helptekst. Herhalingen zijn een # goede zaak vermits de helpteksten niet bedoeld zijn om na elkaar # gelezen te worden. # # # De tekst is zonder meer gestolen van verschillende bronnen. Veel # dank aan iedereen die iets bijgedragen heeft. Je mag de teksten # gerust in je eigen kernel configuratie-tools gebruiken. De teksten # zijn copyrighted (c) voor Axel Boldt en vele anderen en vallen onder # de GNU General Public Licence. # # Tot slot bij de vertaling: Ik ben geen vertaler of tolk, wel een # informaticus met een redelijke kennis van de Engelse taal; het kan # dus voorkomen dat een vertaling niet zo duidelijk is. In voorkomend # geval mag je altijd een mail sturen (zie boven). # Ik heb er voor gekozen om niet alle jargon-termen te vertalen, omdat # ik van mening ben dat bijvoorbeeld een "brandmuur" (firewall) niet # echt duidelijk maakt wat er bedoeld wordt. Als er een term voorkomt # die vrij algemeen een Nederlandse vertaling kent, dan gebruik ik de # Nederlandse versie. # Voorlopig is er alleen een Nederlandse versie van dit bestand, als # ik nog tijd heb komen er later misschien nog andere. # Prompt for development and/or incomplete code/drivers CONFIG_EXPERIMENTAL Sommige van de verschillende dingen die Linux ondersteund (zoals netwerkdrivers, bestandssystemen, netwerkprotocollen, enz.) kunnen in een status van ontwikkeling zijn waarbij de functionaliteit, stabiliteit, of de mate van testen nog niet hoog genoeg is voor algemeen gebruik, onder software-ontwikkelaars ook wel gekend als de "alpha-testfase". Als een functie op een gegeven ogenblik in alpha-fase is, raden de ontwikkelaars algemeen gebruik van die functie af, om mails in de aard van "Waarom werkt dit niet?" te voorkomen. Actief testen en gebruik van zulke systemen is echter welkom; hou er alleen rekening mee dat ze misschien niet de normale stabiliteit kennen, of dat ze in sommige gevallen niet werken. Gedetailleerde bugrapporten van mensen bekend met de interne werking van de kernel zijn gewoonlijk welkom bij de ontwikkelaars. (voor je zulke rapporten opstuurd, gelieve eerst de documenten README, MAINTAINERS, REPORTING_BUGS, Documentation/BUG-HUNTING en Documentation/oops-tracing.txt in de kernel-broncodedirectory te lezen). Tenzij je van plan bent om mee een functie te testen en te ontwikkelen die onder deze categorie valt, of wanneer je in een situatie zit waarbij je deze functies nodig hebt, kan je hier best N antwoorden, waardoor dit configuratie-script je minder vragen zal stellen. Als je hier Y antwoordt, zal je de keuze geboden worden om functionaliteit of drivers te gebruiken die nu nog in alpha-testfase zijn. Symmetric Multi Processing CONFIG_SMP Hiermee krijg je ondersteuning voor systemen met meer dan 1 processor. Als je een systeem hebt met slechts 1 processor, zoals de meeste PC's, antwoord dan N. Als je een systeem hebt met meer dan 1 processor, antwoord dan Y. Als je hier N antwoordt, dan zal de kernel werken op enkel- en multiprocessormachines, maar hij zal maar 1 processor gebruiken van een multiprocessormachine. Als je Y antwoordt, dan zal de kernel op vele, maar niet alle, enkelprocessormachines werken, en zal op de laatste ook trager werken. Opmerking: Als je hier Y antwoordt en bij "Processor family" kiest voor "586" of "Pentium", dan zal de kernel niet werken op 486 machines. Op dezelfde manier zullen multiprocessorkernels voor de "PPro"-familie niet werken op alle Pentium-gebaseerde machines. Mensen met multiprocessormachines die hier Y antwoorden moeten zodadelijk ook Y antwoorden bij "Improved Real Time Clock support". De "Advanced Power Management" code zal uitgeschakeld worden als je hier Y antwoordt. Zie ook: Documentation/SMP.txt, Documentation/smp.tex, Documentation/smp.txt en Documentation/IO-APIC.txt. Bekijk ook de SMP-FAQ op het WWW op http://www.irisa.fr/prive/mentre/smp-faq/ (om op het WWW iets te kunnen bekijken moet je toegang hebben tot een machine op het Internet die een programma zoals lynx of netscape heeft) Als je niet weet wat te doen, neem dan N. Kernel math emulation CONFIG_MATH_EMULATION Linux kan een rekenkundige coprocessor emuleren (die gebruikt wordt voor drijvende-komma bewerkingen) als je er zelf geen hebt. 486DX en Pentium processors hebben een ingebouwde rekenkundige coprocessor, 486SX en 386 niet, maar je kan er wel een 487DX of 387, respectievelijk, aan toevoegen. (De boodschappen tijdens het opstarten kunnen je hier helpen ["man dmesg"].) Iedereen moet ofwel een coprocessor ofwel deze emulatie hebben. Als je geen rekenkundige coprocessor hebt, dan moet je hier Y antwoorden; Als je hier Y antwoordt terwijl je een coprocessor hebt, dan zal de coprocessor toch gebruikt worden. (Dit gedrag kan gewijzigd worden met de kernel boot-optie "no387", wat handig is als je coprocessor stuk is. Probeer "man bootparam" of bekijk de documentatie van je bootloader (lilo of loadlin) om te weten hoe je tijdens het opstarten opties kan meegeven aan de kernel. De lilo-procedure wordt ook uitgelegd in de SCSI-HOWTO, verkrijgbaar via FTP (gebruiker:anonymous) op ftp://metalab.unc.edu/pub/Linux/docs/HOWTO.) Dit betekend dat het een goed idee is om hier Y te antwoorden als je van plan bent om deze kernel op verschillende machines te gebruiken. Meer informatie over de werking van deze emulatie kan gevonden worden in arch/i386/math-emu/README. Als je niet zeker bent, antwoord dan Y; afgezien van een 45 KB grotere kernel kan deze optie geen kwaad. # # # Timer and CPU usage LEDs CONFIG_LEDS Als je deze optie inschakelt, zullen de LEDs op je machine gebruikt worden om nuttige informatie over de systeemstatus weer te geven. Als je een kernel aan het compileren bent voor een NetWinder of een EBSA-285, dan zal je met verdere opties kunnen selecteren welke LEDs actief zijn. Als je een kernel aan het compileren bent voor een EBSA-110, dan zal enkel het rode LEDje regelmatig flikkeren om aan te geven dat het systeem nog functioneert. Het is veilig om hier Y te antwoorden als je een CATS systeem hebt, maar dan zal de driver niets doen. # Timer LED CONFIG_LEDS_TIMER Als je hier Y antwoordt, dan zal 1 v/d systeem-LEDs (het groene op de NetWinder, het amberkleurige op de EBSA285) regelmatig flikkeren om aan te geven dat het systeem nog functioneert. Dit is vooral nuttig voor kernelhackers die onstabiele kernels aan het debuggen zijn. CPU usage LED CONFIG_LEDS_CPU Als je hier Y antwoordt, dan zal het rode LED gebruikt worden om een vrij goede real time-indicatie van het Processorgebruik weer te geven, dit door op te lichten telkens als het idle-proces niet actief is. Kernel FP software completion CONFIG_MATHEMU Deze optie is vereist voor IEEE-conforme drijvende komma-berekeningen op de Alpha. De enige reden om hier niet Y te antwoorden is dat je M antwoordt, om zo de code te kunnen debuggen. Antwoord Y tenzij je weet wat je doet. Normal PC floppy disk support CONFIG_BLK_DEV_FD Als je de diskette drive(s) van je PC onder Linux wilt gebruiken, antwoordt dan Y. Informatie over deze driver, speciaal belangrijk voor IBM Thinkpad-gebruikers, is te vinden in drivers/block/README.fd. Dit bestand bevat ook de locatie van de Floppy driver FAQ en de locatie van het fdutils-pakket dat gebruikt wordt om extra parameters van de driver te configureren at run time. Deze driver is ook beschikbaar als module ( = code die in en uit een werkende kernel kan gehaald worden wanneer je maar wilt). De module zal floppy.o heten. Als je hem als een module wilt compileren, antwoord hier dan M en lees Documentatie/modules.txt. # Support for PowerMac floppy CONFIG_MAC_FLOPPY Als je een SWIM-3 (Super Woz Integrated Machine 3; van Apple) floppy controller hebt, antwoord dan Y. Wordt het meeste gevonden in PowerMacs. RAM disk support CONFIG_BLK_DEV_RAM Hier Y antwoorden zal het mogelijk maken om een gedeelte van je RAM-geheugen te gebruiken als een block device, zodat je er bestandssystemen op kunt maken, er van kunt lezen en er naar schrijven en er alle andere dingen mee doen die je met normale block devices kunt gebruiken (zoals harde schijven). Het wordt meestal gebruikt om een minimaal root-bestandssysteem van een floppy in het RAM-geheugen te laden gedurende de installatie van een Linux-systeem. Opmerking: de kernel boot-optie "ramdisk=XX" vervalt. Voor meer details, lees Documentation/ramdisk.txt. Als je dit als een module wilt compileren ( = code die in en uit een werkende kernel gehaald kan worden wanneer je maar wilt), antwoord dan M en lees Documentatie/modules.txt. De module zal rd.o heten. De meeste normale gebruikers hebben geen RAM disk-functionaliteit nodig, en kunnen hier dus N zeggen. Default RAM disk size CONFIG_BLK_DEV_RAM_SIZE De standaardwaarde is 4096. Wijzig dit alleen als je weet waar je mee bezig bent. Als je met een IBM S/390 werkt, antwoord dan 8192. Initial RAM disk (initrd) support CONFIG_BLK_DEV_INITRD De initiele RAM disk is een RAM disk die geladen wordt door de boot loader (loadlin of lilo) en die gemount wordt als root voor de normale bootprocedure. Typisch gebruik hiervan is om modules te laden die nodig zijn voor het "echte" root bestandssysteem, enz. Zie Documentation/initrd.txt voor details. Loop device support CONFIG_BLK_DEV_LOOP Als je hier Y antwoordt kan je een gewoon bestand als een block device gebruiken; je kan er dan een bestandssysteem op maken en het mounten net zoals je een ander block device zoals harde schijf-partities, CDROM schijven of diskettes mount. Dit is nuttig als je een ISO 9660 bestandssysteem wilt controleren voor je de CD brandt, of als je diskette-"images" wilt gebruiken zonder ze naar diskette te schrijven. De loop device driver kan ook gebruikt worden om een bestandssysteem in een harde scijf-partitie, diskette, of gewoon bestand de "verbergen", hetzij gebruik makende van encryptie, (de data versleutelen) of steganografie (de data verbergen in de lage bits van bijvoorbeeld een geluidsbestand. Dit is ook veilig als het bestand zich bevindt op een bestandsserver. Als je dit zou willen doen, dan moet je eerst een kernel-patch installeren van ftp://ftp.replay.com/pub/crypto/linux/all of ftp://verden.pvv.org/pub/linux/kerneli/v2.1/, en dan moet je hier Y antwoorden. Opmerking: alternatieve wijzen om bestandssystemen te encrypteren wordt aangeboden door het pakket cfs, dat je via FTP (gebruiker: anonymous) kan verkrijgen van ftp://ftp.replay.com/pub/crypto/disk, and het nieuwere tcfs-pakket, verkrijgbaar op http://tcfs.dia.unisa.it/. Als je een van deze wenst te gebruiken, dan moet je hier niet Y antwoorden; voor cfs moet je echter wel Y antwoorden op "NFS filesystem support" even verder, terwijl je voor tcfs een kernel patch moet toepassen. Om het loop device te gebruiken heb je het losetup-pakket nodig en een recente versie van het mount-programma, dewelke je beide kan vinden in het util-linux pakket. De locatie en huidige versie van util-linux kan je vinden in Documentatie/Changes. Opmerking: dit loop device heeft niets te maken met het loopback device dat gebruikt wordt voor netwerkverbindingen van een gegeven machine naar zichzelf. Als je deze driver als een module wilt compileren ( = code die je in en uit een werkende kernel kunt halen wanneer je maar wilt), antwoord dan M en lees Documentatie/modules.txt. De module zal loop.o heten. De meeste gebruikers zullen hier N antwoorden. # # # # # # # Network Block Device support CONFIG_BLK_DEV_NBD Als je hier Y antwoordt, dan kan je computer een client zijn voor netwerk block devices, waardoor hij block devices kan gebruiken die geexporteerd worden door servers (er bestandssystemen op mounten enz.). Communicatie tussen client en server gaat via TCP/IP netwerken, maar voor het clientprogramma is dit verborgen: het lijkt op gewone lokale bestandstoegang op een block device special file zoals /dev/nd0. Netwerk block devices staan je ook toe om een blockdevice te gebruiken in userland (waarbij client en server fysisch de zelfde computer zijn en communicatie via het loopback netwerkapparaat gaat). Lees Documentatie/nbd.txt voor meer informatie, speciaal over waar je de server-code kunt vinden, vermits dat user-processen zijn die geen speciale kernel-ondersteuning nodig hebben. Opmerking: dit heeft niets te maken met de netwerkbestandssystemen NFS of Coda; je kan hier N zeggen zelfs als je van plan bent om NFS of Coda te gebruiken. Als je deze driver als een module wilt compileren ( = code die je in en uit een werkende kernel kunt halen wanneer je maar wilt), antwoord dan M en lees Documentatie/modules.txt. De module zal nbd.o heten. Als je niet zeker bent, antwoord dan N. # # # # Enhanced IDE/MFM/RLL disk/cdrom/tape/floppy support CONFIG_BLK_DEV_IDE Als je hier Y antwoordt, zal je de volledige IDE driver gebruiken om tot vier IDE-interfaces te controleren, waarbij je aan elk een "master" en een "slave" apparaat kunt hangen, voor een totaal van maximaal 8 IDE harde schijven,CD-ROM spelers, tapestreamers of diskettestations. Mensen met enkel SCSI kunnen hier N antwoorden. Nuttige informatie over grote (>540 MB) IDE schijven, meerdere interfaces, wat te doen als IDE apparaten niet automatisch gedetecteerd worden, IDE-interfaces op geluidskaarten, module-ondersteuning en nog meer is te vinden in Documentation/ide.txt. Voor gedetailleerde informatie over harde schijven lees je best de Disk-HOWTO en de Multi-Disk-HOWTO, verkrijgbaar via FTP (gebruiker:anonymous) van ftp://metalab.unc.edu/pub/Linux/docs/HOWTO. Om IDE schijf/interface parameters fijn te stellen is er het hdparm-pakket, verkrijgbaar op ftp://metalab.unc.edu/pub/Linux/kernel/patches/diskdrives/ Als je deze driver als een module wilt compileren ( = code die je in en uit een werkende kernel kunt halen wanneer je maar wilt), antwoord hier dan M en lees Documentatie/modules.txt en Documentatie/ide.txt. The module zal ide.o heten. Doe dit echter niet als je root-bestandssysteem (datgene waarop de directory / zich bevindt) op een IDE-schijf staat. Als je een of meerdere IDE-schijven hebt, antwoord dan Y of M. Als jouw systeem geen IDE-schijven heeft, of als je echt een kleine kernel moet hebben, dan zou je hier N kunnen zeggen, en zodadelijk de "Oude harde schijf-driver" selecteren zodat je ongeveer 13 KB geheugen bespaart. # # # # Old hard disk (MFM/RLL/IDE) driver CONFIG_BLK_DEV_HD_ONLY Er zijn 2 drivers voor MFM/RLL/IDE harde schijven. De meeste mensen gebruiken de nieuwe geavanceerde driver, maar deze verouderde is er nog steeds om 2 redenen. Sommige oudere systemen hebben timing-problemen en lijken alleen te werken met de oude driver (die op zijn beurt niet werkt met sommige niewere systemen). De andere reden is dat de oudere driver kleiner is, vermits het de geavanceerde functionaliteit van de nieuwe mist. Dat maakt het een goede keuze voor systemen met zeer weinig geheugen, of voor systemen met alleen oude MFM/RLL/ESDI drives. Kiezen voor de oude driver kan ongeveer 13 KB kernelgeheugen besparen. Als je niet zeker bent, kies dan gewoon voor de nieuwe IDE/MFM/RLL driver in plaats van de deze. Voor meer gedetailleerde informatie raadpleeg de Disk-HOWTO, verkrijgbaar via FTP (gebruiker:anonymous) op ftp://metalab.unc.edu/pub/Linux/docs/HOWTO. Mensen met alleen SCSI kunnen hier N antwoorden. # # Use old disk-only driver on primary interface CONFIG_BLK_DEV_HD_IDE Er zijn 2 drivers voor MFM/RLL/IDE schijven. De meeste mensen gebruiken gewoon de nieuwe geavanceerde driver op zichzelf. Deze optie daarentegen installeert de oude harde schijf-driver zodat hij de primary IDE interface in het systeem controleert, waarbij hij de 2de, 3de en 4de IDE interface aan de nieuwe driver overlaat. Als je dit doet, dan kan je geen IDE/ATAPI CDROM of tapestreamer aan de primary IDE interface koppelen. Deze optie kan nuttig zijn voor oudere systemen die MFM/RLL/ESDI controllers+schijven hebben op het primary port adres (0x1f0), tesamen met IDE schijven op de secondary/3de/4de port adressen. Normaal gezien moet je hier gewoon N antwoorden; in dat geval zal de nieuwe driver gebruikt worden voor alle 4 de interfaces. Mensen met enkel SCSI hebben dit niet nodig en kunnen hier dus ook N antwoorden. # # Include IDE/ATA-2 DISK support CONFIG_BLK_DEV_IDEDISK Hiermee krijgt u geavanceerde ondersteuning voor MFM/RLL/IDE schijven. Als je een MFM/RLL/IDE schijf hebt, en je hebt geen speciale reden om de oude harde schijf-driver te gebruiken, antwoord dan Y. Als je enkel SCSI hebt, dan kan je hier N antwoorden. Als je deze driver als een module ( = code die in en uit een werkende kernel kan gehaald worden wanneer je maar wilt ) wilt compileren, antwoord dan M en lees Documentation/modules.txt. De module zal ide-disk.o heten. Compileer deze driver niet als een module als je root-bestandssysteem (waarop de directory / staat) zich op een IDE schijf bevindt. Als je niet zeker bent, antwoord dan Y. # Include IDE/ATAPI CDROM support CONFIG_BLK_DEV_IDECD Als je een CDROM-schijf hebt die van het ATAPI protocol gebruik maakt, antwoord dan Y. ATAPI is een nieuwer protocol gebruikt door IDE CDROM en TAPE stations, gelijkaardig aan het SCSI protocol. De meeste nieuwe CDROM-spelers gebruiken ATAPI, o.a. de NEC-260, Mitsumi FX400, Sony 55E, en ongeveer alle niet-SCSI double-speed (2X) of snellere CDROM-spelers. Als je hier Y antwoord, dan zal de CDROM-speler herkend worden bij het opstarten tesamen met alle andere IDE apparaten, als "hdb" of "hdc", of iets gelijkaardigs. (je kan de opstartberichten bekijken met dmesg). Als dit je enige CDROM-speler is, dan kan je N antwoorden op alle andere CDROM-opties, maar antwoord wel zeker Y of M op "ondersteuning voor ISO 9660 CDROM bestandssysteem". Lees de CDROM-HOWTO, verkrijgbaar via FTP (gebruiker:anonymous) in ftp://metalab.unc.edu/pub/Linux/docs/HOWTO en het bestand Documentation/cdrom/ide-cd. Opmerking: oudere versies van lilo (De bootmanager van Linux) werken niet goed samen met IDE/ATAPI CDROM-spelers, dus installeer lilo-16 of later, verkrijgbaar op ftp://metalab.unc.edu/pub/Linux/system/Linux-boot/lilo. Als je deze driver als een module ( = code die in en uit een werkende kernel kan gehaald worden wanneer je maar wilt) wilt compileren, antwoord dan M en lees Documentation/modules.txt. De module zal ide-cd.o heten. # Include IDE/ATAPI TAPE support CONFIG_BLK_DEV_IDETAPE Als je een IDE tapestreamer hebt die van het ATAPI protocol gebruikt maakt, antwoord dan Y. ATAPI is een nieuwer protocol gebruikt door IDE tapestreamers en CDROM-spelers, gelijkaardig aan het SCSI protocol. Als je echter een SCSI tapestreamer hebt, dan kan je hier N antwoorden. Als je hier Y antwoord, dan zal de tapestreamer herkent worden bij het opstarten tesamen met de ander IDE-apparaten, als "hdb" of "hdc", of iets gelijkaardigs, en er zal een character device naar verwijzen zoals "ht0" (je kan de opstartboodschappen bekijken met dmesg). Bekijk zeker ook drivers/block/ide-tape.c en Documentation/ide.txt om te zien hoe je de tapestreamer moet gebruiken. Als je de driver als een module ( = code die in en uit een werkende kernel kan gehaald worden wanneer je maar wilt), antwoord dan M en lees Documentation/modules.txt. De module zal ide-tape.o heten. # # Include IDE/ATAPI FLOPPY support CONFIG_BLK_DEV_IDEFLOPPY Als je een IDE diskettestation hebt die gebruik maakt van het ATAPI protocol, antwoord dan Y. ATAPI is een nieuwer protocol gebruikt door CDROM-spelers, tapestreamers en diskettestations, gelijkaardig aan het SCSI protocol. De LS-120 en de IDE/ATAPI Iomega ZIP drive worden ook ondersteund door deze driver. (ATAPI PD-CD/CDR stations worden niet ondersteund door deze driver; ondersteuning hiervoor kan je krijgen als je zodadelijk Y antwoord op "SCSI emulatie"). Als je hier Y antwoord, dan zal het DISKETTEstation herkent worden tesamen met andere IDE apparaten als "hdb" of "hdc", of iets gelijkaardig (je kan de opstartberichten lezen met dmesg). Als je de driver als een module ( = code die in en uit een werkende kernel kan gehaald worden wanneer je maar wilt) wilt compileren, antwoord dan M en lees Documentatie/modules.txt. De module zal ide-floppy.o heten. # # # SCSI emulation support CONFIG_BLK_DEV_IDESCSI Hiermee krijgt u SCSI host adapter-emulatie voor IDE ATAPI apparaten, waardoor je een SCSI-driver kunt gebruiken in plaats van een ATAPI driver. Dit is handig als je een ATAPI apparaat hebt waarvoor geen ATAPI driver geschreven is (bijvoorbeeld een ATAPI PD-CD of CDR-station); je kan dan deze emulatie gebruiken samen met de juiste SCSI-driver. Om dit te kunnen doen moet je hier Y antwoorden, en zodadelijk ook op "Ondersteuning voor SCSI" en "Algemene SCSI-ondersteuning". Opmerking: deze optie maakt het NIET mogelijk om SCSI-apparaten aan een machine te koppelen die geen SCSI-host adapter geinstalleerd heeft! Als zowel deze SCSI emulatie als de ATAPI-driver in de kernel gecompileerd zijn, dan zal de ATAPI-driver gebruikt worden. Mensen met alleen SCSI kunnen hier N antwoorden. Als je niet zeker bent, antwoord dan N. # # # # CMD640 chipset bugfix/support CONFIG_BLK_DEV_CMD640 De IDE-chip CMD640 van CMD-Technologies wordt gebruikt op vele 486- en Pentium-moederborden, gewoonlijk in combinatie met een "Neptune" of "SiS" chipset. Helaas heeft deze chip een aantal vrij lastige ontwerpfouten die onder een aantal (vaak voorkomende) voorwaarden verlies van data tot gevolg kunnen hebben. Antwoord hier Y voor code die automatisch probeert de problemen onder Linux te detecteren en op te lossen. Deze optie maakt het ook mogelijk om de secundaire IDE-interface op sommige machines met een CMD-640 chipset te gebruiken. Deze driver zal automatisch werken op systemen met PCI (De meeste nieuwe systemen hebben PCI slots). Maar als je systeem VESA local bus (VLB) gebruikt in plaats van PCI, dan moet je een kernel bootparameter meegeven om de CMD640 bugfix/ondersteuning in te schakelen:"ide0=cmd640_vlb" (probeer "man bootparam" of bekijk de documentatie van je bootmanager om te weten te komen hoe je bootparameters aan de kernel moet meegeven. De lilo-procedure wordt ook uitgelegd in de SCSI-HOWTO, verkrijgbaar via FTP (gebruiker:anonymous) op ftp://metalab.unc.edu/pub/Linux/docs/HOWTO. De CMD640 chip wordt ook gebruikt op uitbreidingskaarten van Acculogic, en op de "CSA-6400E PCI to IDE controller" die sommige mensen hebben. Voor details: zie Documentation/ide.txt # # # CMD640 enhanced support CONFIG_BLK_DEV_CMD640_ENHANCED Deze optie bevat ondersteuning om PIO-modi en prefetch op CMD640 IDE interfaces in te stellen/automatisch te tunen. Voor details: lees Documentation/ide.txt. Als je een CMD640 IDE-interface hebt en je BIOS doet dit nog niet voor jou, antwoord dan Y. In het andere geval mag je N antwoorden. RZ1000 chipset bugfix/support CONFIG_BLK_DEV_RZ1000 De RZ1000 IDE chip van PC-Technologies wordt gebruikt op vele 486-en Pentium-moederborden, gewoonlijk in combinatie met de "Neptune" chipset. Helaas heeft hij een vrij lastige ontwerpfout die in vele gevallen verlies van data tot gevolg kunnen hebben. Antwoord hier Y voor code die het probleem onder Linux automatisch detecteert en oplost. De doorvoersnelheid van de IDE-schijven kan hierdoor een paar procent trager worden, maar ze werken dan ten minste 100% betrouwbaar. Mensen met enkel SCSI antwoorden best N. Als je niet zeker bent, antwoord dan Y. # Generic PCI IDE chipset support CONFIG_BLK_DEV_IDEPCI Antwoord hier Y voor PCI systemen die (een) IDE schij(f)(ven) gebruiken. Deze optie helpt de IDE driver alle PCI gebaseerde IDE interfaces in je systeem automatisch te detecteren en te configureren. Mensen met alleen SCSI antwoorden best N; als je niet zeker bent, antwoord dan Y. Generic PCI bus-master DMA support CONFIG_BLK_DEV_IDEDMA Als je PCI-systeem IDE schijven gebruikt (in tegenstelling tot bijvoorbeeld SCSI) en bus-master DMA-operaties kan uitvoeren (de meeste Pentium PCI-systemen), dan antwoord je best Y voor een efficienter processorgebruik te verkrijgen. Je kan dan het "hdparm"-programma gebruiken om DMA in te schakelen voor stations waarvoor het niet automatisch ingeschakeld wordt. Standaard wordt DMA niet ingeschakeld voor deze stations, maar je kan dit veranderen door Y te antwoorden op de komende vraag "Use DMA by default when available". Je kunt de laatste versie van het programma hdparm krijgen via FTP (gebruiker:anonymous) op ftp://metalab.unc.edu/pub/Linux/system/hardware/. Lees het commentaar in het begin van drivers/block/idedma.c en het bestan Documentation/ide.txt voor meer informatie. Het is veilig om hier Y te antwoorden. # # Winbond SL82c105 support CONFIG_BLK_DEV_SL82C105 Als je een Winbond SL82c105 IDE-controller hebt, antwoord hier dan Y om speciale configuratie voor deze chip in te schakelen. Dit is standaard op verschillende CHRP-moederborden, maar kan ook op andere gebruikt worden. Als je twijfelt, antwoord dan Y. Boot off-board chipsets first support CONFIG_BLK_DEV_OFFBOARD Normaal gezien worden IDE controllers op het moederbord (on-board controllers) toegewezen aan ide0 en ide1 terwijl controllers op PCI-uitbreidingskaarten (off-board chipsets) overeen komen met ide2 en ide3. Als je hier Y antwoord, dan zal de situatie omgedraaid worden, waardoor de off-board controllers op ide0/1 en de on-board controllers op ide2/3 terechtkomen. Dit kan de bruikbaarheid van sommige bootmanagers zoals LILO verhogen als je van een station op een off-board controller opstart. Opmerking: als je hier Y antwoord, dan zal de volgorde van de hd* apparaten gewijzigd worden, dus kan het zijn dat je fstab en andere bestanden moet aanpassen aan de gewijzigde situatie. Als je niet zeker bent, antwoord dan N. # # Use DMA by default when available CONFIG_IDEDMA_AUTO Voor kernel versie 2.1.112 gebruikte Linux automatisch DMA voor IDE-schijven en chipsets die het ondersteunen. Ten gevolge van een aantal problemen waar minder betrouwbare hardware schade veroorzaakt zou kunnen hebben, wordt DMA nu NIET automatisch gebruikt. Om terug het vorige gedrag te verkrijgen moet je hier Y antwoorden. Als je meent dat je hardware vrij van fouten is, antwoord dan N. Stuur GEEN emails naar IDE kernel-mensen in verband met dit probleem! Het is normaal gezien veilig om Y te antwoorden op deze vraag tenzij je moederbord een VIA VP2 chipset gebruikt, in welk geval je best N antwoord. # # Other IDE chipset support CONFIG_IDE_CHIPSETS Antwoord hier Y als je geavanceerde ondersteuning wilt voor verscheidene IDE interfaces gebruikt op moederborden en uitbreidingskaarten. Je kan dan jouw IDE chip kiezen uit de volgende opties. Deze geavanceerde ondersteuning kan nodig zijn om Linux in sommige systemen de 3de en 4de stations te laten gebruiken. Ze kan ook hoger I/O snelheden toelaten om de systeemperformantie met deze chipsets te verhogen. De meesten hebben ook speciale kernel- bootparameters nodig om de ondersteuning at runtime uiteindelijk aan te zetten; je kan een lijst hiervan vinden in het bestand Documentation/ide.txt Mensen met alleen SCSI kunnen hier N antwoorden. Generic 4 drives/port support CONFIG_BLK_DEV_4DRIVES Sommige oudere chipsets, waaronder de Tekram 690CD, gebruiken een enkele set I/O poorten op 0x1f0 om tot 4 stations te besturen, in plaats van de gewoonlijke 2 stations per poort. Ondersteuning hiervoor kan ingeschakeld worden met de "ide=four" kernel bootparameter als je hier Y antwoord. DTC-2278 support CONFIG_BLK_DEV_DTC2278 Deze driver wordt ingeschakeld at runtime met de "ide0=dtc2278" kernel bootparameter. Hij geeft ondsteuning voor de secundaire IDE interface op de DTC-2278 kaart, en laat daarbovenop snellere I/O snelheden toe. Lees de bestanden Documentation/ide.txt en drivers/block/dtc2278.c voor meer info. Holtek HT6560B support CONFIG_BLK_DEV_HT6560B Deze driver wordt ingeschakeld at runtime met de "ide0=ht6560b" kernel bootparameter. Hij geeft ondersteuning voor de secundaire IDE interface van de Holtek kaart, en laat ook sneller I/O snelheden toe. Lees de bestanden Documentation/ide.txt en drivers/block/ht6560b.c voor meer info. PROMISE DC4030 support (EXPERIMENTAL) CONFIG_BLK_DEV_PDC4030 Deze driver geeft ondersteuning voor de secundaire IDE interface en de cache van Promise IDE chipsets, bv. DC4030 en DC5030. Het is geweten dat deze driver timeouts en retries veroorzaakt bij zware I/O naar apparaten op de secundaire interface. CDROM en TAPE apparaten worden nog niet ondersteund. Deze driver wordt ingeschakelt at runtime met de "ide0=dc4030" kernel bootparameter. Lees de bestanden Documentation/ide.txt en drivers/block/pdc4030.c voor meer info. PS/2 ESDI hard disk support CONFIG_BLK_DEV_PS2 Antwoord hier Y als je een PS/2 machine hebt met een MCA bus en een ESDI harde schijf. Als je de driver als een module ( = code die in en uit een werkende kernel kan gehaald worden wanneer je maar wilt), antwoord dan Y en lees Documentation/modules.txt. De module zal ps2esdi.o heten. ALI M15X3 chipset support (EXPERIMENTAL) CONFIG_BLK_DEV_ALI15X3 Deze driver voegt (U)DMA-ondersteuning toe voor ALI 1543 en 1543C, 1535, 1535D onboard chipsets. Tekram TRM290 chipset support (EXPERIMENTAL) CONFIG_BLK_DEV_TRM290 Deze driver voegt ondersteuning toe voor busmaster DMA gegevensstromen gebruikmakende van de Tekram TRM290 PCI IDE chip. Vrijwilligers zijn nodig voor verdere tests en ontwikkeling. Gelieve de commentaar bovenaan het bestand drivers/block/trm290.c te lezen. OPTi 82C621 enhanced support (EXPERIMENTAL) CONFIG_BLK_DEV_OPTI621 Dit is een driver voor de OPTi 82C621 EIDE controller. Gelieve de commentaar bovenaan drivers/block/opti621.c te lezen. NS87415 support (EXPERIMENTAL) CONFIG_BLK_DEV_NS87415 Deze driver voegt ondersteuning to voor de NS87415 chip (o.a. gebruikt in SPARC64). Gelieve de commentaar bovenaan drivers/block/ns87415.c te lezen. # VIA82C586 chipset support (EXPERIMENTAL) CONFIG_BLK_DEV_VIA82C586 Deze driver voegt initiele timing-instellingen toe voor VIA (U)DMA onboard idecontrollers die ATA3-conform zijn. Kan werken met ATA4-systemen, maar dat is op het ogenblik van dit schrijven nog niet getest. Als je hier Y antwoord, dan moet je ook Y antwoorden op "Standaar DMA gebruiken indien beschikbaar", hierboven. Als je niet zeker bent, antwoord dan N. CMD646 chipset support (EXPERIMENTAL) CONFIG_BLK_DEV_CMD646 Antwoord hier Y als je zo'n IDE controller hebt. Cyrix CS5530 MediaGX chipset support CONFIG_BLK_DEV_CS5530 Voegt ondersteuning toe voor UDMA op de Cyrix MediaGX 5530-chipset. Dit zal automatisch gedetecteerd en geconfigureerd worden indien het gevonden wordt. Het is veilig om hier Y te antwoorden. QDI QD6580 support CONFIG_BLK_DEV_QD6580 Deze driver wordt ingeschakeld at runtime met de kernel bootparameter "ide0=qd6580". Het laat hogere I/O snelheden toe. Lees de bestanden Documentation/ide.txt en drivers/block/qd6580.c voor meer info. UMC 8672 support CONFIG_BLK_DEV_UMC8672 Deze driver wordt ingeschakeld at runtime met de kernel bootparameter "ide0=umc8672". Hij bevat ondersteuning voor de secundaire IDE interface van de UMC-8572, en laat ook hogere I/O snelheden toe. Lees de bestanden Documentation/ide.txt en drivers/block/umc8672.c voor meer info. ALI M14xx support CONFIG_BLK_DEV_ALI14XX Deze driver wordt ingeschakeld at runtime met de "ide0=ali14xx" kernel bootparameter. Hij geeft ondersteuning voor de secundaire IDE interface van de ALI M1439/1443/1445/1487/1489 chipsets, en laat ook snellere I/O snelheden toe. Lees het bestand Documentation/ide.txt en drivers/block/ali14xx.x voor meer info. Generic PC I/O port IDE interface support CONFIG_BLK_DEV_PCIDE Dit is de IDE-driver voor de meeste algemene PC-IDE-interfaces. Antwoord Y als je een PC hebt en je wilt IDE-apparaten gebruiken (harde schijven, CD-ROM drives, enz.) die verbonden zijn met de ingebouwde IDE-interface. Amiga builtin Gayle IDE interface support CONFIG_BLK_DEV_GAYLE Dit is de IDE-driver voor de ingebouwde IDE-interface op sommige Amiga-modellen. Hij ondersteunt zowel de 'A1200-stijl' (gebruikt in A600 en A1200) en de 'A4000-stijl' (gebruikt in de A4000 en de A4000T) van de Gayle-interface. Antwoord Y als je zo'n Amiga-model hebt en je wilt IDE-apparaten (harde schijven, CD-ROM drives, enz.) gebruiken die met de ingebouwde IDE-interface verbonden zijn. Falcon IDE interface support CONFIG_BLK_DEV_FALCON_IDE Dit is de IDE-driver voor de ingebouwde IDE-interface op de Atari Falcon. Antwoord hier Y als je een Falcon hebt en je wilt IDE-apparaten (harde schijven, CD-ROM drives, enz.) gebruiken die met de ingebouwde IDE-interface verbonden zijn. Amiga Buddha/Catweasel IDE interface support (EXPERIMENTAL) CONFIG_BLK_DEV_BUDDHA Dit is de IDE-driver voor de IDE-interfaces op de Buddha- en de Catweasel-uitbreidingskaarten. Hij ondersteunt tot 2 interfaces op de Buddha en 3 op de Catweasel. Antwoord Y als je een Buddha- of Catweasel-uitbreidingskaart hebt en je wilt IDE-apparaten (harde schijven, CD-ROM drives, enz.) geburiken die met één van z'n IDE-interfaces verbonden zijn. Amiga IDE Doubler support (EXPERIMENTAL) CONFIG_BLK_DEV_IDEDOUBLER Deze driver geeft ondersteuning voor de zogenaamde 'IDE doublers' (gemaakt door verschillende fabrikanten, bijvoorbeeld Eyetech) die kunnen verbonden worden met de ingebouwde IDE-interface van sommige Amiga modellen. Met zo'n IDE doubler kan je tot vier in plaats van twee IDE-apparaten aan de ingebouwde IDE-interface van de Amiga koppelen. Denk er aan dat de normale Amiga Gayle IDE-driver mogelijk niet correct werkt als je een IDE doubler hebt en je schakelt deze driver niet in! Antwoord Y als je een IDE doubler hebt. Deze driver wordt ingeschakelt bij het opstarten van de kernel door middel van de "ide=doubler" kernel bootparameter. XT hard disk support CONFIG_BLK_DEV_XD Hele oude 8 bit hardeschijfcontrollers gebruikt in de IBM XT computer worden ondersteund als je hier Y antwoordt. Als je deze driver als een module ( = code die in en uit een werkende kernel kan gehaald worden wanneer je maar wilt) wilt compileren, antwoord hier dan M en lees Documentation/modules.txt. De module zal xd.o heten. Het is vrij onwaarschijnlijk dat je zo een harde schijf hebt: antwoord N. # # Mylex DAC960/DAC1100 PCI RAID Controller support CONFIG_BLK_DEV_DAC960 Deze driver voegt ondersteuning to voor de Mylex DAC960, AcceleRAID en eXtremeRAID PCI RAID controllers. Lees README.DAC960 voor meer informatie over deze driver. Als je deze driver als een module ( = code die in en uit een werkende kernel kan gehaald worden wanneer je maar wilt) wilt compileren, antwoord hier dan M en lees Documentation/modules.txt. De module zal DAC960.o heten. # Parallel port IDE device support CONFIG_PARIDE Er zijn veel externe CDROM-spelers en harde schijven die op de parallelle poort aangesloten worden. De meeste zijn eigenlijk IDE-apparaten die een parallelle IDE adapter gebruiken. Hiermee krijg je de beschikking over het PARIDE-subsysteem die drivers bevat voor veel van deze externe apparaten. Lees Documentation/paride.txt voor meer informatie. Als je Y hebt geantwoord op de "Parallel-port support"-optie, dan kan je een enkele poort gebruiken voor zowel je printer als andere parallelle poort-apparaten. Antwoord Y om PARIDE-ondersteuning in de kernel te compileren, of M als je het als een module wilt compileren. Als je PARIDE-ondersteuning in de kernel compileert, dan is het nog steeds mogelijk om de individuele protocol-modules en high-level drivers als module te compileren. Als je deze driver als module compileert, dan zal hij paride.o heten. Om de PARIDE-ondersteuning te gebruiken moet je zowel hier als ten minste bij 1 high-level driver (bv "Parallel port IDE disks", "Parallel port ATAPI-CDROMs" enz.) en bij ten minste 1 protocol driver (bv "ATEN EH-100 protocol", "MicroSolutions backpack protocol" enz.), Y of M antwoorden. # # Parallel port IDE disks CONFIG_PARIDE_PD Deze optie schakelt de high-level driver in voor IDE-harde schijven die aan de parallelle poort aangesloten worden. Als je gekozen hebt om PARIDE-ondersteuning in de kernel te compileren, dan kan je hier Y antwoorden om de parallelle IDE driver te compileren, in het andere geval moet je M kiezen om hem als een module te compileren. De module zal pd.o heten. Je moet ook ten minste 1 parallelle poort-protocol driver in je systeem hebben. Onder de apparaten die je hiermee kunt gebruiken bevinden zich de SyQuest EZ-135, EZ-230 en SparQ-schijven, de Avatar Shark en de backpack-harde schijven van MicroSolutions. Parallel port ATAPI CD-ROMs CONFIG_PARIDE_PCD Deze optie schakelt de high-level driver voor ATAPI CDROM-spelers die aangesloten worden via de parallelle poort, in. Als je ervoor gekozen hebt om PARIDE in je kernel te compileren, dan kan je hier Y antwoorden om de parallelle ATAPI CDROM-driver in je kernel te compileren, in het andere geval moet je M antwoorden om hem als een module te compileren. De module zal pcd.o heten. Je moet ook ten minste 1 parallelle poort-protocol driver in je systeem hebben. Onder de apparaten die door deze driver ondersteund worden bevinden zich de MicroSolutions backpack CDROM-spelers en de Freecom Power CD. Als je zulk een CDROM-speler hebt, dan moet je zodadelijk ook Y antwoorden op "ISO 9660 CDROM-bestandssysteem", want dat is het bestandssysteem dat gebruikt wordt op CDROMs. Parallel port ATAPI disks CONFIG_PARIDE_PF Deze optie schakelt de high-level driver in voor ATAPI diskettestations die met de computer verbonden worden via de parallelle poort. Als je er voor gekozen hebt om PARIDE-ondersteuning in je kernel te compileren, dan kan je hier Y antwoorden om de parallelle ATAPI-diskettedriver in je kernel te compileren, in het andere geval moet je M antwoorden om hem als module te compileren. De module zal pf.o heten. Je moet ook ten minste 1 parallelle poort-protocoldriver in je systeem hebben. Onder de apparaten die door deze driver ondersteund worden bevinden zich de MicroSolutions backpack PD/CD drive en de Imation Superdisk LS-120 drive. Parallel port ATAPI tapes CONFIG_PARIDE_PT Deze optie schakelt de high-level driver in voor ATAPI-tapestreamers die met de computer verbonden worden via de parallelle poort. Als je ervoor gekozen hebt om PARIDE-ondersteuning in je kernel te compileren, dan kan je hier Y antwoorden om de parallelle ATAPI-tapedriver in je kernel te compileren, in het andere geval moet je M antwoorden zodat hij als module gecompileerd wordt. De module zal pt.o heten. Je moet ook ten minste 1 parallelle poort-protocol driver in je systeem hebben. Onder de apparaten die door deze driver ondersteund worden bevindt zich de parallelle versie van de HP 5GB tapestreamer. Parallel port generic ATAPI devices CONFIG_PARIDE_PG Dit is een speciale high-level driver voor algemene ATAPI-apparaten die met de computer verbonden worden via de parallelle poort. De driver laat toe dat user-programma's, zoals cdrecord, ATAPI-commando's direct naar een apparaat stuurt. Als je ervoor gekozen hebt om PARIDE-ondersteuning in je kernel te compileren, dan kan je hier Y antwoorden om de algemene parallelle ATAPI-driver in de kernel te compileren, in het andere geval moet je M antwoorden om hem als een module te compileren. De module zal pg.o heten. Je moet ook ten minste 1 parallelle poort-protocoldriver in je systeem hebben. Deze driver implementeert een API die ongeveer overeenkomt met de algemene SCSI-driver. Lees /usr/include/linux/pg.h voor details. Je kunt de meest recente versie van cdrecord vinden op ftp://ftp.focus.gmd.de/pub/unix/cdrecord/. Versies 1.6.1a3 en later ondersteunen deze driver volledig. # # # # ATEN EH-100 protocol CONFIG_PARIDE_ATEN Hiermee krijg je ondersteuning voor het ATEN EH-100 parallel IDE-protocol. Dit protocol wordt gebruikt in sommige vrij goedkope, maar minder performante parallelle poort-kits gemaakt in Hong Kong. Als je ervoor gekozen hebt om PARIDE-ondersteuning in je kernel te compileren, dan kan je hier Y antwoorden om de protocoldriver in de kernel te compileren, in het andere geval moet je M antwoorden om hem als een module te compileren. De module zal aten.o heten. Je moet ook een high-level driver hebben voor het type apparaat dat je wilt gebruiken. MicroSolutions backpack protocol CONFIG_PARIDE_BPCK Hiermee krijgt u ondersteuning voor het MicroSolutions backpack parallel IDE-protocol. Als je er voor gekozen hebt om PARIDE-ondersteuning in je kernel te compileren, dan kan je hier Y antwoorden om de protocoldriver in de kernel te compileren, in het andere geval moet je M antwoorden om hem als een module te compileren. De module zal bpck.o heten. Je moet ook een high-level driver hebben voor het type apparaat dat je wilt gebruiken. DataStor Commuter protocol CONFIG_PARIDE_COMM Hiermee krijgt u ondersteuning voor het Commuter parallel IDE-protocol van DataStor. Als je er voor gekozen hebt om PARIDE-ondersteuning in je kernel te compileren, dan kan je hier Y antwoorden om de protocol-driver in de kernel te compileren, in het andere geval moet je M antwoorden om hem als een module te compileren. De module zal comm.o heten. Je moet ook een high-level driver hebben voor het type apparaat dat je wilt gebruiken. DataStor EP-2000 protocol CONFIG_PARIDE_DSTR Hiermee krijgt u ondersteuning voor het EP-2000 parallel IDE-protocol van DataStor. Als je ervoor gekozen hebt om PARIDE-ondersteuning in je kernel te compileren, dan kan je hier Y antwoorden om ook de protocoldriver in je kernel te compileren, in het andere geval moet je M antwoorden om de driver als een module te compileren. De module zal dstr.o heten. Je moet ook een high-level driver hebben voor het type apparaat dat je wilt gebruiken. Shuttle EPAT/EPEZ protocol CONFIG_PARIDE_EPAT Hiermee krijgt u ondersteuning voor het EPAT parallel IDE-protocol. EPAT is een parallelle IDE adapter gemaakt door Shuttle Technology en dikwijls gebruikt door grote fabrikanten zoals Hewlett-Packard, SyQuest, Imation en Avatar. Als je er voor gekozen hebt om PARIDE-ondersteuning in je kernel te compileren, dan kan je hier Y antwoorden om ook deze protocoldriver in de kernel te compileren. In het andere geval moet je M antwoorden om hem als een module te compileren. De module zal epat.o heten. Je moet ook een high-level driver hebben voor het type apparaat dat je wilt gebruiken. Shuttle EPIA protocol CONFIG_PARIDE_EPIA Hiermee krijg je ondersteuning voor het (verouderde) EPIA parallel IDE-protocol van Shuttle Technology. Deze adapter wordt soms nog gevonden in sommige kloon-modellen. Als je er voor gekozen hebt om PARIDE-ondersteuning in je kernel te compileren, dan kan je hier Y antwoorden om ook de protocoldriver in de kernel te compileren, in het andere geval moet je M antwoorden om hem als een module te compileren. De module zal epia.o heten. Je moet ook een high-level driver hebben voor het type apparaat dat je wilt gebruiken. FIT TD-2000 protocol CONFIG_PARIDE_FIT2 Hiermee krijg je ondersteuning voor het TD-2000 parallel IDE-protocol van Fidelity International Technology. Dit is een eenvoudige (lage snelheids)adapter die gebruikt wordt in sommige draagbare harde schijven. Als je ervoor gekozen hebt om PARIDE-ondersteuning in je kernel te compileren, dan kan je hier Y antwoorden om ook de protocoldriver in je kernel te compileren, in het andere geval moet je M antwoorden om hem als een module te compileren. De module zal ktti.o heten. Je moet ook een high-level driver hebben voor het type apparaat dat je wilt gebruiken. FIT TD-3000 protocol CONFIG_PARIDE_FIT3 Hiermee krijgt u ondersteuning voor het TD-3000 parallel IDE-protocol van Fidelity International Technology. Dit protocol wordt gebruikt in nieuwere modellen van hun draagbare harde schijven, CD-ROM en PD/CD-spelers. Als je ervoor gekozen hebt om PARIDE-ondersteuning in je kernel te compileren, dan kan je hier Y kiezen om ook de protocoldriver in je kernel te compileren, in het andere geval moet je M antwoorden om hem als een module te compileren. De module zal fit3.o heten. Je moet ook een high-level driver hebben voor het type apparaat dat je wilt gebruiken. Freecom IQ ASIC-2 protocol CONFIG_PARIDE_FRIQ Hiermee krijg je ondersteuning voor versie 2 van het Freecom IQ parallel IDE-protocol. Deze adapter wordt gebruikt door de Maxell Superdisk-schijf. Als je ervoor gekozen hebt om PARIDE-ondersteuning in je kernel te compileren, dan kan je hier Y antwoorden om ook de protocoldriver in je kernel te compileren, in het andere geval moet je M antwoorden om hem als een module te compileren. De module zal friq.o heten. Je moet ook een high-level driver hebben voor het type apparaat dat je wilt gebruiken. FreeCom power protocol CONFIG_PARIDE_FRPW Hiermee krijg je ondersteuning voor het Freecom IQ parallel IDE-protocol. Als je ervoor gekozen hebt om PARIDE-ondersteuning in je kernel te compileren, dan kan je hier Y antwoorden om ook de protocoldriver in je kernel te compileren, in het andere geval moet je M antwoorden om hem als een module te compileren. De module zal frpw.o heten. Je moet ook een high-level driver hebben voor het type apparaat dat je wilt gebruiken. KingByte KBIC-951A/971A protocols CONFIG_PARIDE_KBIC Hiermee krijg je ondersteuning voor de KBIC-951A en KBIC-971A parallelle IDE-protocols. Als je ervoor gekozen hebt om PARIDE-ondersteuning in je kernel te compileren, dan kan je hier Y antwoorden om ook de protocoldriver in je kernel te compileren, in het andere geval moet je M antwoorden om hem als een module te compileren. De module zal frpw.o heten. Je moet ook een high-level driver hebben voor het type apparaat dat je wilt gebruiken. KT PHd protocol CONFIG_PARIDE_KTTI Hiermee krijg je ondersteuning voor het "PHd" parallel IDE-protocol van KT Technology. Dit is een simpele (lage snelheids)adapter die gebruikt wordt in sommige 2.5" draagbara harde schijven. Als je ervoor gekozen hebt om PARIDE-ondersteuning in je kernel te compileren, dan kan je hier Y antwoorden om ook de protocoldriver in je kernel te compileren, in het andere geval moet je M antwoorden om hem als een module te compileren. De module zal ktti.o heten. Je moet ook een high-level driver hebben voor het type apparaat dat je wilt gebruiken. OnSpec 90c20 protocol CONFIG_PARIDE_ON20 Hiermee krijg je ondersteuning voor het (verouderde) 90c20 parallel IDE-protocol van OnSpec (meestal verkocht onder de ValuStore merknaam). Als je ervoor gekozen hebt om PARIDE-ondersteuning in je kernel te compileren, dan kan je hier Y antwoorden om ook de protocoldriver in je kernel te compileren, in het andere geval moet je M antwoorden om hem als een module te compileren. De module zal on20.o heten. Je moet ook een high-level driver hebben voor het type apparaat dat je wilt gebruiken. OnSpec 90c26 protocol CONFIG_PARIDE_ON26 Hiermee krijg je ondersteuning voor het 90c26 parallel IDE-protocol van OnSpec Electronics (meestal verkocht onder de ValuStore merknaam). Als je ervoor gekozen hebt om PARIDE-ondersteuning in je kernel te compileren, dan kan je hier Y antwoorden om ook de protocoldriver in je kernel te compileren, in het andere geval moet je M antwoorden om hem als een module te compileren. De module zal on26.o heten. Je moet ook een high-level driver hebben voor het type apparaat dat je wilt gebruiken. Multiple devices driver support CONFIG_BLK_DEV_MD Met deze driver kan je verschillende harde schijf-partities combineren tot 1 logisch block device. Je kan hier gebruik van maken om gewoon de ene partitie aan de andere te koppelen of om verschillende redundante harde schijven te combineren tot een RAID1/4/5 apparaat om zo bescherming te hebben tegen schijffouten. Dit wordt "Software RAID" genoemd vermits het combineren van de partities door de kernel gedaan wordt. "Hardware RAID" betekent dat het combineren gedaan wordt door een speciaal daarvoor ontworpen controller; als je zulk een controller hebt, dan hoef je hier niet Y te antwoorden. Meer informatie over Software RAID onder Linux is vervat in de Software-RAID mini-HOWTO, verkrijgbaar via FTP (gebruiker: anonymous) op ftp://metalab.unc.edu/pub/Linux/docs/HOWTO/mini. Je zal daar ook kunnen lezen waar je de ondersteunende hulpprogramma's kunt vinden. Als je niet zeker bent, antwoord dan N. # # Linear (append) mode CONFIG_MD_LINEAR Als je hier Y antwoord, dan zal de driver voor meerdere apparaten de zogenaamde lineaire modus kunnen gebruiken, d.w.z. dat hij verschillende harde schijf-partities zal combineren door gewoon de ene achter de andere te plakken. Als je dit als een module wilt compileren ( = code die in en uit een werkende kernel kan gehaald worden wanneer je maar wilt), antwoord dan M en lees Documentation/modules.txt. De module zal linear.o heten. Als je niet zeker bent, antwoord dan Y. # # RAID-0 (striping) mode CONFIG_MD_STRIPED Als je hier Y antwoord, dan zal de driver voor meerdere apparaten de zogenaamde raid0-modus kunnen gebruiken, d.w.z. dat hij de harde schijf-partities combineert tot 1 logisch apparaat op zulk een manier dat ze gelijkmatig gevuld worden, (een stuk op de ene partitie, een stuk op een volgende, ...). Dit verhoogt de doorvoersnelheid (througput rate) als de partities zich op verschillende harde schijven bevinden. Meer informatie over Software RAID onder Linux is vervat in de Software-RAID mini-HOWTO, verkrijgbaar via FTP (gebruiker: anonymous) op ftp://metalab.unc.edu/pub/Linux/docs/HOWTO/mini. Je zal daar ook kunnen lezen waar je de ondersteunende hulpprogramma's kunt vinden. Als je dit als een module wilt compileren ( = code die in en uit een werkende kernel kan gehaald worden wanneer je maar wilt), antwoord dan M en lees Documentation/modules.txt. De module zal raid0.o heten. Als je niet zeker bent, antwoord dan Y. # # # RAID-1 (mirroring) mode CONFIG_MD_MIRRORING Een RAID-1 set zijn verschillende harde schijven die exacte kopies zijn van elkaar. In het geval van een schijffout op een van de schijven, zal de RAID driver de nog werkende schijven blijven gebruiken, waardoor hij een foutvrij MD (Multiple Device) afgeeft aan de hogere lagen in de kernel. In een set met N schijven is de beschikbare ruimte gelijk aan de capaciteit van 1 schijf, terwijl de set beveiliging geeft tegen het uitvallen van N - 1 schijven. Informatie over Software RAID onder Linux is vervat in de Software-RAID mini-HOWTO, verkrijgbaar via FTP (gebuiker: anonymous) van ftp://metalab.unc.edu/pub/Linux/docs/HOWTO/mini. Je zal daar ook informatie vinden over hoe de ondersteunende hulpprogramma's te vinden. Als je zulk een RAID-1 set wilt gebruiken, antwoord dan Y. De code is ook beschikbaar als een module ( = code die in en uit een werkende kernel gehaald kan worden wanneer je maar wilt) genaamd raid1.o. Als je ze als een module wilt compileren, antwoord hier dan M en lees Documentation/modules.txt. Als je niet zeker bent, antwoord dan Y. # # # RAID-4/RAID-5 mode CONFIG_MD_RAID5 Een RAID-5 set van N schijven met een capaciteit van C MB per schijf heeft een capaciteit van C * (N - 1) schijven, en geeft bescherming tegen het uitvallen van 1 schijf. Voor een gegeven sector (rij) nummer bevatten N - 1 schijven datasectoren, en de laatste schijf bevat de pariteitsbeveiliging. Bij een RAID-4 set zitten de pariteitblokken op 1 schijf, terwijl bij een RAID-5 set de pariteitblokken verspreid zitten over de verschillende schijven op een van de beschikbare distributiemethodes. Informatie over Software RAID onder Linux is vervat in de Software-RAID mini-HOWTO, verkrijgbaar via FTP (gebruiker: anonymous) van ftp://metalab.unc.edu/pub/Linux/docs/HOWTO/mini. Je zal daar ook informatie vinden over hoe aan de ondersteunende hulpprogrammatuur te geraken. Als je zulk een RAID-4/RAID-5 set wilt gebruiken, antwoord dan Y. Deze code is ook beschikbaar als een module ( = code die in en uit een werkende kernel gehaald kan worden wanneer je maar wilt) genaamd raid5.o. Als je hem als een module wilt compileren, antwoord dan M en lees Documentation/modules.txt. Als je niet zeker bent, antwoord dan Y. # # # Boot support (linear, striped) CONFIG_MD_BOOT Om op te kunnen starten vanuit een linear of "striped" (raid0) apparaat moet je hier Y antwoorden. Lilo en loadlin-opties vind je in het bestand Documentation/md.txt. Support for Deskstation RPC44 CONFIG_DESKSTATION_RPC44 Dit is een machine met een R4400 100 MHz processor. Om een Linux kernel te compileren die op zulk een machine werkt, moet je hier Y antwoorden. Details over de MIPS architectuur vind je in de Linux/MIPS FAQ op het WWW op http://lena.fnet.fr/ (om op het WWW te kunnen surfen moet je toegang hebben tot een machine op het Internet waarop zich een programma als lynx of netscape bevindt). Support for Acer PICA 1 chipset CONFIG_ACER_PICA_61 Dit is een machine met een R4400 133/150 MHz processor. Om een Linux kernel te compileren die op zulk een machine werkt, moet je hier Y antwoorden. Details over de MIPS architectuur vind je op het WWW on http://lena.fnet.fr/ (om op het WWW te kunnen surfen moet je toegang hebben tot een computer op het Internet waarop zich een programma als lynx of netscape bevindt). Support for Algorithmics P4032 CONFIG_ALGOR_P4032 Dit is een evaluatie-moederbord van het Britse bedrijf Algorithmics. Dit moederbord maakt gebruik van zowel R4300 als R5230 processors. Meer informatie over dit moederbord vind je op http://www.algor.co.uk. IDE card support CONFIG_BLK_DEV_IDE_CARDS Op Acorn systemen moet je dit inschakelen als je een IDE-interfacekaart wilt gebruiken. Als je dat niet wilt of niet zeker bent, antwoord dan N. ICS IDE interface CONFIG_BLK_DEV_IDE_ICS Als je de ICS IDE-interfacekaart wilt gebruiken op een Acorn systeem, antwoord hier dan Y. Dit is niet nodig om ondersteuning voor ICS-partities te hebben. Als je niet zeker bent, antwoord dan N. ADFS partition support CONFIG_BLK_DEV_PART Dit laat Linux op Acorn systemen to om zijn partities te herkennen in het 'geen ADFS'-partitiegebied van de harde schijf - gewoonlijk bevindt zich dat na de ADFS partitie. Waarschijnlijk gebruik je dit systeem, dus moet je deze optie inschakelen. Support for Mips Magnum 4000 CONFIG_MIPS_MAGNUM_4000 Dit is een machine met een R4000 100 MHz processor. Om een Linux kernel te compileren die hierop werkt moet je hier Y antwoorden. Details over Linux op de MIPS-architectuur vind je in de Linux/MIPS FAQ op het WWW op http://lena.fnet.fr/ (Om op het WWW te kunnen surfen heb je toegang nodig tot een machine op het Internet die een programma als lynx of netscape heeft). Support for Olivetti M700 CONFIG_OLIVETTI_M700 Dit is een machine met een R4000 100 MHz processor. Om een Linux kernel te compileren die daarop werkt moet je hier Y antwoorden. Details over Linux op de MIPS-architectuur vind je in de Linux/MIPS FAQ op het WWW op http://lena.fnet.fr/ (Om op het WWW te kunnen surfen heb je toegang nodig tot een machine op het Internet die een programma heeft zoals lynx of netscape). CPU type CONFIG_CPU_R3000 Geef het type van de MIPS-processor in je machine. Voor deze vraag is het voldoende om het begin van de processornaam in te tikken, voor zover dat begin uniek is. In geval van twijfel selecteer je best de R3000 processor. De kernel zal dan ook werken op andere MIPS-machines maar met licht verminderde performantie. Compile the kernel into the ECOFF object format CONFIG_ECOFF_KERNEL Sommige machines vereisen een kernel in het ECOFF-formaat. Je zal hier bv. Y moeten antwoorden als je een Mips Magnum 3000 of een DECstation wilt gebruiken. Generate little endian code CONFIG_CPU_LITTLE_ENDIAN Sommige MIPS-machines kunnen geconfigureerd worden voor kleine of grote "endian"-bytevolgorde. Deze modi vereisen verschillende kernels. Antwoord Y als je een kleine "endian" ("little endian") hebt, N als hij in grote "endian" ("big endian") staat. Kernel support for IRIX binaries CONFIG_BINFMT_IRIX Als je hier Y antwoord, dan zal de kernel IRIX-programma's kunnen draaien. Je zal daar wel de IRIX-bibliotheekbestanden voor nodig hebben. Networking support CONFIG_NET Tenzij je echt weet wat je doet, moet je hier Y antwoorden. De reden daarvoor is dat sommige programma's netwerkondersteuning nodig hebben, zelfs wanneer ze op een losse machine werken die met geen enkele andere computer verbonden zijn. Als je een oudere kernel aan het upgraden bent, is het misschien een goed idee om ook de netwerk-hulpprogrammatuur te upgraden, omdat wijzigingen in de kernel en de hulpprogrammatuur meestal tesamen gaat. De hulpprogrammatuur is te vinden in het pakket net-tools, de locatie en versienummer vind je in Documentation/Changes. Voor een algemene inleiding in netwerken met Linux wordt het je aangeraden om de NET-3-HOWTO te lezen, verkrijgbaar via FTP (gebruiker: anonymous) van ftp://metalab.unc.edu/pub/Linux/docs/HOWTO. # Socket filtering CONFIG_FILTER De Linux Socket Filter is afgeleid van de Berkeley Packet Filter. Als je hier Y antwoord, dan kunnen gebruikersprogramma's een filter aan eender welk socket hangen en daardoor de kernel zeggen om bepaalde vormen van data door te laten dan wel te weigeren. Linux Socket Filtering werkt op alle socket types behalve (voorlopig) TCP. Lees het bestand Documentation/networking/filter.txt voor meer informatie. Als je niet zeker bent, antwoord dan N. Network firewalls CONFIG_FIREWALL Een firewall is een computer die een lokaal netwerk afschermt van de rest van de wereld: alle verkeer van en naar computers op het lokale netwerk wordt nagekeken door de firewall en soms tegengehouden of gewijzigd. Het type firewall dat je krijgt als je hier Y antwoord wordt "packet filter" genoemd: hij kan netwerktrafiek blokkeren gebaseerd op type, afzender en bestemmeling. Daartegenover staan "proxy-based" firewalls die veiliger zijn maar moeilijker te configureren; zij controleren de trafiek veel preciezer, bewerken hem en hebben kennis van protocols uit hogere netwerklagen, iets wat packetfilters niet kunnen. Voor proxy-based firewalls is het dikwijls ook nodig om wijzigingen aan te brengen in de programma's die lopen op de netwerk-clients. Ze hebben normaliter geen kernel-support nodig, maar worden dikwijls gecombineerd met packet filters, die alleen werken als je hier Y antwoord. Als je je machine als een packet filter firewall wilt configureren voor een lokaal netwerk, antwoord hier dan Y. Als je lokaal netwerk TCP/IP gebruikt, dan zal je zodadelijk ook Y moeten antwoorden op "IP: firewalling". Je moet hier ook Y antwoorden en op "IP: firewalling" om IP masquerading (d.w.z. dat locale computers kunnen communiceren met een computer buiten het netwerk, maar dat de andere computer denkt dat hij met de firewall praat -- dit maakt het lokale netwerk compleet onzichtbaar voor het buitenstaande netwerk en vermijdt de noodzaak om wereldwijd geldige IP hostadressen te hebben voor machines op het lokale netwerk) en/of IP transparent proxying (laat de computers op het lokale netwerk denken dat ze met een computer buiten het netwerk communiceren, terwijl in werkelijkheid alle trafiek geredigeert wordt door je Linux firewall naar een lokale proxy server). Zorg ervoor dat je zodadelijk N antwoord op "Fast switching" als je van plan bent om hier Y te antwoorden. De kans is groot dat je hier Y moet antwoorden voor elke machine die als router moet functioneren en N voor elke andere computer. Als je niet zeker bent, antwoord dan N. # # # # SYN flood protection CONFIG_SYN_COOKIES Normaal staat TCP/IP-netwerking open voor een aanval die in de literatuur bekend staat als "SYN flooding". Deze DOS-aanval (denial-of-service=weigeren van service) voorkomt dat gewone gebruikers een verbinding kunnen maken met jouw systeem, terwijl er voor de aanvaller zeer weinig werk vereist is. Deze aanvaller kan zijn aanval uitvoeren van gelijk waar op het Internet. SYN cookies bieden bescherming tegen dit soort aanval. als je hier Y antwoord, dan zal de TCP/IP stack een cryptografisch protocol gebruiken gekend als "SYN cookies" zodat gewone gebruikers nog steeds een verbinding kunnen maken, zelfs als de machine aangevallen wordt. Het is niet nodig dat die gewone gebruikers hun TCP/IP software aanpassen; SYN cookies werken transparant voor hen. Technische informatie over SYN cookies is te vinden op ftp://koobera.math.uic.edu/syncookies.html. Als je onder aanval bent is het afzendadres van de aanvaller zeer waarschijnlijk vals; het wordt alleen getoond als hulp om de bron van de pakketten te vinden en moet niet beschouwd worden als absolute waarheid. SYN cookies kunnen voorkomen dat juiste foutmeldingen worden getoond bij clients als de server echt overbelast is. Als dit regelmatig gebeurt is het beter om ze niet te gebruiken. Als je hier Y antwoord, weet dan dat SYN cookies niet standaard aan staan; je kan ze aan zetten door zodadelijk Y te antwoorden bij "/proc filesystem support" en "sysctl support" en dan het commando echo 1 >/proc/sys/net/ipv4/tcp_syncookies uit te voeren nadat het proc bestandssysteem gemount is. Als je niet zeker bent, antwoord dan Y. # # # # # # Sun floppy controller support CONFIG_BLK_DEV_SUNFD Hiermee krijg je ondersteuning voor diskettestations op Sun SPARC workstations. Antwoord Y als je een diskettestation hebt, anders N. Gemakkelijk... Alpha system type CONFIG_ALPHA_GENERIC Dit bepaald het type van je hardware. Een "generic" (algemeen) zal werken op elk ondersteund Alpha systeem. Als je echter een kernel configureert voor jouw specifiek systeem, dan zal die zowel sneller als kleiner zijn. Om uit te zoeken welk type Alpha systeem je hebt, kan je best kijken in de Linux/Alpha FAQ, verkrijgbaar op het WWW op http://www.alphalinux.org (om op het WWW te kunnen surfen moet je toegang hebben tot een machine op het Internet waarop een programma zoals lynx of netscape staat). Samengevat: # # Alcor/Alpha-XLT AS 600 Alpha-XL XL-233, XL-266 AlphaBook1 Alpha laptop Avanti AS 200, AS 205, AS 250, AS 255, AS 300, AS 400 Cabriolet AlphaPC64, AlphaPCI64 DP264 DP264 EB164 EB164 21164 evaluation board EB64+ EB64+ 21064 evaluation board EB66 EB66 21066 evaluation board EB66+ EB66+ 21066 evaluation board Jensen DECpc 150, DEC 2000 model 300, DEC 2000 model 500 LX164 AlphaPC164-LX Miata Personal Workstation 433a, 433au, 500a, 500au, 600a, or 600au Mikasa AS 1000 Noname AXPpci33, UDB (Multia) Noritake AS 1000A, AS 600A, AS 800 PC164 AlphaPC164 Rawhide AS 1200, AS 4000, AS 4100 Ruffian RPX164-2, AlphaPC164-UX, AlphaPC164-BX SX164 AlphaPC164-SX Sable AS 2000, AS 2100 Takara Takara Als je niet weet wat je moet doen, antwoord dan "generic". EV5 CPU daughtercard CONFIG_ALPHA_PRIMO Antwoord Y als je een AS 1000 5/xxx of een AS 1000A 5/xxx hebt. EV5 CPU(s) CONFIG_ALPHA_GAMMA Antwoord Y als je een AS 2000 5/xxx of een AS 2100 5/xxx hebt. Using SRM as bootloader CONFIG_ALPHA_SRM Er zijn 2 verschillende manieren om een Alpha op te starten: SRM, die commando-gestuurd werkt, en ARC, die menu's en cursortoetsen gebruikt. Details over het Linux/Alpha opstartproces zijn vervat in de Linux/Alpha FAQ, verkrijgbaar op het WWW op http://www.alphalinux.org (Om op het WWW te kunnen surfen moet je toegang hebben tot een machine op het Internet waarop zich een programma als lynx of netscape bevindt). De gebruikelijke manier om Linux op een Alpha-machine te starten is gebruikmakende van MILO (een bootloader die je de mogelijkheid geeft om opstartparameters mee te geven aan de kernel net zoals lilo doet voor de x86 architectuur) die geladen kan worden ofwel vanuit ARC ofwel direct geinstalleerd kan worden als een permanente firmware-vervanging voor een diskettestation (waarvoor je dan wel een bepaalde jumper op het moederbord moet verzetten). Als je geen van beide wilt doen, antwoord hier dan N. Als MILO op jouw systeem niet werkt (Dit is het geval voor Jensen moederborden), dan kan je dat allemaal tegelijk oplossen door Linux direct vanuit een SRM console op te starten; antwoord hier Y om dat te doen. Opmerking: je kan niet opstarten vanaf een IDE schijf met SRM. Als je niet zeker bent, antwoord dan N. # # Use SRM PCI setup CONFIG_ALPHA_SRM_SETUP Deze optie bepaald of de PCI configuratie zoals ingesteld door SRM gewijzigd worden. Als je Y antwoord dan zal de bestaande PCI configuratie ongewijzigd blijven. Non-standard serial port support CONFIG_SERIAL_NONSTANDARD Antwoord hier Y als je een niet-standaard seriele uitbreidingskaart hebt -- een kaart die niet ondersteund word door de standaard "domme" seriele driver. Hieronder worden verstaan de intelligente seriele kaarten zoals de kaarten van Cyclades, Digiboards, enz. Ze worden gewoonlijk gebruikt voor systemen die veel seriele poorten nodig hebben omdat ze veel seriele terminals hebben of omdat ze een dial-in server zijn. Opmerking: het antwoord op deze vraag zal de kernel niet direct beinvloeden: N antwoorden zorgt er gewoon voor dat dit configuratiescript alle vragen over niet-standaard seriele poorten zal overslaan. De meeste mensen kunnen hier N antwoorden. # # Extended dumb serial driver options CONFIG_SERIAL_EXTENDED Als je een niet-standaard functionaliteit van de standaard "domme" driver wilt gebruiken, antwoord hier dan Y. Hieronder worden verstaan HUB6-ondersteuning, gedeelde seriele interrupts, speciale multipoort-ondersteuning, ondersteuning voor meer dan de vier COM 1/2/3/4 kaarten, enz. Opmerking: het antwoord op deze vraag zal de kernel niet direct beinvloeden: N antwoorden zorgt er gewoon voor dat dit configuratiescript alle extra vragen over de seriele driver zal overslaan. Als je niet zeker bent, antwoord dan N. # Support more than 4 serial ports CONFIG_SERIAL_MANY_PORTS Antwoord hier Y als je meer gewone seriele poorten hebt dan de standaard COM 1/2/3/4 poorten. Dit kan het geval zijn als je een AST FourPort, een Accent Async, Boca (Lees in dat geval de Boca mini-HOWTO, verkrijgbaar via FTP (gebruiker:anonymous) op ftp://metalab.unc.edu/pub/Linux/docs/HOWTO/mini), of andere speciale hardware hebt die volledig analoog aan standaard seriele poorten werkt. Als je slechts de standaard COM 1/2/3/4 poorten gebruikt, dan kan je hier N antwoorden om een beetje geheugen uit te sparen. Je kan ook Y antwoorden als je een "intelligente" multipoort-kaart hebt zoals die van Cyclades, Digiboards, enz. Support for sharing serial interrupts CONFIG_SERIAL_SHARE_IRQ Sommige seriele kaarten hebben hardware-ondersteuning die toelaat dat verschillende gewone seriele poorten op dezelfde kaart 1 enkele IRQ gebruiken. Antwoord hier Y om hiervoor ondersteuning te krijgen in de seriele driver. Auto detect IRQ on standard ports (unsafe) CONFIG_SERIAL_DETECT_IRQ Antwoord hier Y als je wilt dat de kernel probeert de raden welke IRQ hij moet gebruiken voor je seriele poort. Dit is niet echt veilig; het is veel beter om de IRQ te configureren in een bootscript met het setserial-commando. Als je niet zeker bent, antwoord dan N. # # Support special multiport boards CONFIG_SERIAL_MULTIPORT Sommige multipoort-kaarten hebben speciale poorten die gebruikt worden om aan te geven dat er seriele poorten op de kaart zijn waar naar gekeken moet worden. Antwoord hier Y om de seriele driver daar gebruik van te laten maken. SGI Zilog85C30 serial support CONFIG_SGI_SERIAL Als je de ingebouwde seriele poorten van je SGI onder Linux wilt gebruiken, antwoord dan Y. SGI graphics support CONFIG_SGI_GRAPHICS Als je een SGI machine hebt en je wil de grafische drivers compileren, antwoord hier dan Y. Dit bevat de code voor de /dev/graphics en /dev/gfx drivers in de kernel om virtuele toegang tot je grafische hardware toe te laten. Support the Bell Technologies HUB6 card CONFIG_HUB6 Antwoord hier Y voor ondersteuning in de standaar seriele driver voor de HUB6-kaart. PCI support CONFIG_PCI Zoek uit of je een PCI-moederbord hebt. PCI is de naam van een bussysteem, d.w.z. de manier waarop de processor praat met de rest van je computer. Andere bussystemen zijn ISA, EISA, Microchannel (MCA) of VESA. Als je PCI hebt, antwoord dan Y, anders N. De PCI-HOWTO, verkrijgbaar via FTP (gebruiker: anonymous) op ftp://metalab.unc.edu/pub/Linux/docs/HOWTO, bevat interessante informatie over welke PCI hardware werkt onder Linux en welke niet. # PCI access mode CONFIG_PCI_GOBIOS Op PCI-systemen kan het BIOS gebruikt worden om te PCI-apparaten te detecteren en hun configuratie na te gaan. Het is echter wel zo dat sommige oude PCI-moederborden BIOS-bugs hebben en kunnen crashen als dit geprobeerd wordt. Daarbij komt dat sommige embedded PCI-gebaseerde systemen totaal geen BIOS hebben. Linux kan zelf ook proberen om de PCI-hardware direct te detecteren, zonder het BIOS te gebruiken. Met deze optie kan je specifieren hoe Linux PCI-apparaten moet detecteren. Als je "BIOS" kiest, zal het BIOS gebruikt worden, als je "Direct" kiest zal het BIOS niet gebruikt worden, en als je "Any" kiest, dan zal de kernel de directe modus proberen en terugvallen op het BIOS als de directe modues niet werkt. Als je niet zeker bent, probeer het default dan. # PCI quirks CONFIG_PCI_QUIRKS Als je een slecht BIOS hebt, dan loop je het risico dat je BIOS de PCI-bus niet correct of niet optimaal configureert. Als je hier Y antwoord, dan zal dat probleem opgelost worden. Als er niets mis is met je BIOS dan kan je hier N antwoorden voor een kernel die een klein beetje kleiner zal zijn. Als je niet zeker bent, antwoord dan Y. PCI bridge optimization (experimental) CONFIG_PCI_OPTIMIZE Hiermee kan de toegangstijd van sommige apparaten verbeterd worden als je een echt slecht BIOS hebt, en je computer heeft een PCI-bussysteem. Antwoord Y als je denkt dat het kan helpen, maar probeer het eens zonder als je problemen hebt met de PCI bus. N is het veilige antwoord. Backward-compatible /proc/pci CONFIG_PCI_OLD_PROC Oudere kernels ondersteunden het bestand /proc/pci waarin korte tekstuele beschrijvingen van alle PCI-apparaten in het systeem stonden. Verschillende programma's hebben geprobeerd om dit bestand te parsen, waardoor het bijna onmogelijk werd om nieuwe velden toe te voegen zonder de compatibiliteit te breken. Daarom werd een nieuwe /proc interface voor PCI (/proc/bus/pci) geimplementeerd en wordt de oude enkel behouden om compatibiliteitsredenen; je krijgt hem (als aanvulling op de nieuwe) als je hierop Y antwoord en zodadelijk op "/proc bestandssysteem". Als je niet zeker bent, antwoord dan Y. als je N antwoord, dan krijg je alleen de nieuwe /proc/bus/pci interface. MCA support CONFIG_MCA MicroChannel Architecture wordt gevonden in sommige IBM PS/2 machines en laptops. Het is een bussysteem zoals PCI of ISA. Lees Documentation/mca.txt (en vooral de webpagina die daar gegeven wordt) vooraleer je probeert een MCA-bus kernel te compileren. SGI Visual Workstation support CONFIG_VISWS De SGI Visual Workstation series zijn IA32-gebaseerde workstations gebaseerd op SGI-systeemchips gecombineerd met normale PC hardware. Antwoord hier Y om een kernel te compileren die werkt op een SGI 320 of 540. Een kernel gecompileerd voor een Visual Workstation werkt niet op andere PC moederborden en vice versa. Lees Documentation/sgi-visws.txt voor meer details. SGI Visual Workstation framebuffer support CONFIG_FB_SGIVW Ondersteuning voor framebuffer grafiek op SGI Visual Workstation. I2O support CONFIG_I2O De "Intelligent Input/Output" (I2O) architectuur laat toe dat hardwaredrivers in 2 delen worden opgesplitst: een besturingssysteemspecifieke module (de OSM) en een hardwarespecifieke module (de HDM). De OSM kan met een groot aantal HDM's communiceren, en in een ideale situatie zijn de HDM's niet afhankelijk van een bepaald besturingssysteem. Dit laat toe dat dezelfde HDM-driver gebruikt wordt onder verschillende besturingssystemen als de juiste OSM op z'n plaats zit. Om dit te laten werken moet je een I2O-interfacekaart in je computer hebben. Deze kaart bevat een speciale I/O processor (IOP), wat hogere snelheden toelaat vermits de hoofdprocessor zich niet hoeft bezig te houden met I/O. Als je hier Y antwoord, dan krijg je een keuze voor interface-adapter drivers en OSM's in de volgende vragen. Deze ondersteuning is ook verkrijgbaar als module ( = code die je in en uit een werkende kernel kunt halen wanneer je maar wilt). Als je dit als module wilt compileren, antwoord hier dan M en lees Documentation/modules.txt. Je zult 2 modules krijgen, genaamd i2o_core.o en i20_config.o. Als je niet zeker bent, antwoord dan N. I2O PCI support CONFIG_I2O_PCI Antwoord hier Y voor ondersteuning van PCI-bus I2O interface adapters. Op dit ogenblik is dit de enige variëteit die ondersteund wordt, dus antwoord je best Y. Deze ondersteuning is ook verkrijgbaar als een module ( = code die je in en uit een werkende kernel kunt halen wanneer je maar wilt), genaamd i2o_pci.o. Als je dit als module wilt compileren, antwoord hier dan M en lees Documentation/modules.txt. I2O Block OSM CONFIG_I2O_BLOCK Hiermee krijg je ondersteuning voor de I2O Block OSM. De Block OSM presenteert schijf- en andere gestructureerde block devices aan het besturingssysteem. Deze ondersteuning is ook verkrijgbaar als module genaamd i2o_block.o ( = code die je in en uit een werkende kernel kunt halen wanneer je maar wilt). Als je dit als module wilt compileren, antwoord hier dan M en lees Documentation/modules.txt. I2O SCSI OSM CONFIG_I2O_SCSI Laat directe SCSI-toegang toe naar SCSI-apparatuur op een SCSI of FibreChannel I2O-controller. Je kunt de SCSI en de Block OSM tegelijk gebruiken als je dat wilt. Deze ondersteuning is ook verkrijgbaar als module ( = code die je in en uit een werkende kernel kunt halen wanneer je maar wilt) genaamd i2o_scsi.o. Als je dit als module wilt compileren, antwoord hier dan M en lees Documentation/modules.txt. System V IPC CONFIG_SYSVIPC Inter Process Communication is een set bibliotheekfuncties en systeemaanroepen die toelaat dat processen (programma's in uitvoer) informatie synchronizeren en/of uitwisselen. Dit wordt meestal beschouwd als een goede zaak, en sommige programma's zullen zelfs niet werken tenzij je hier Y antwoord. Als je - in het bijzonder - de DOS emulator dosemu wilt gebruiken onder Linux (Lees in dat geval de DOSEMU-HOWTO, verkrijgbaar via FTP (gebruiker:anonymous) op ftp://metalab.unc.edu/pub/Linux/docs/HOWTO), dan moet je hier Y antwoorden. Je kunt documentatie vinden over IPC met "info ipc" en ook in sectie 6.4 van de Linux Programmer's Guide, verkrijgbaar via FTP (gebruiker: anonymous) van ftp://metalab.unc.edu/pub/Linux/docs/LDP/programmers-guide. Hier Y antwoorden vergroot je kernel met ongeveer 7 Kb. Antwoord gewoon Y. # BSD Procesbeheer CONFIG_BSD_PROCESS_ACCT Als je hier Y antwoord, dan zal een gebruikersprogramma de kernel kunnen vragen (via een speciale systeemaanroep) om procesbeheerinformatie naar een bestand te schrijven: Telke male er een proces eindigt, dan zal informatie over dat proces aan het bestand worden toegevoegd door de kernel. Het gaat over informatie zoals creatietijdstip, eigenaar van het proces, commandonaam, geheugengebruik, controlerende terminal enz. (De complete lijst is te vinden in de struct acct in include/linux/acct.h). Het is dan aan het gebruikersprogramma om hier nuttige dingen mee te done. Dit is meestal een goed idee, dus antwoord je best Y. Sysctl support CONFIG_SYSCTL De sysctl interface verstrekt een manier om dynamisch bepaalde kernelparameters en variabelen te wijzigen zonder daarvoor de kernel te moeten hercompileren of zelfs het systeem herstarten. De standaard interface is een systeemaanroep, maar als het /proc bestandssysteem bestaat, dan zullen een reeks sysctl-ingangen aangemaakt worden onder de /proc/sys directory. Ze worden uitgelegd in de bestanden in Documentation/sysctl/. Opmerking: deze optie vergroot de kernel met ten minste 8 Kb. Vermits dit meestal een goede zaak is is het best dat je hier Y antwoord tenzij je een kernel maakt voor bootschijven of wanneer je systeem niet al te veel geheugen heeft. # Kernel support for ELF binaries CONFIG_BINFMT_ELF ELF (Executable and Linkable Format) is een formaat voor bibliotheek- en uitvoerbare bestanden die gebruikt wordt in verschillende architecturen en besturingssystemen. Als je hier Y antwoord, dan zal je kernel ELF-code kunnen uitvoeren en hem voor ongeveer 2 Kb vergroten. ELF-ondersteuning onder Linux heeft nu alle andere formaten vervangen behalve de traditionele a.out formaten (QMAGIC en ZMAGIC) omdat het overdraagbaar is (wat echter *niet* betekent dat je programma's van verschillende architecturen en/of besturingssystemen zult kunnen draaien) en maakt het zeer eenvoudig om bibliotheekbestanden aan te maken. Veel nieuwe programma's worden enkel in ELF-formaat gemaakt. Je hebt dit zeker en vast nodig. Informatei over ELF is vervat in de ELF HOWTO, verkrijgbaar via FTP (gebruiker: anonymous) op ftp://metalab.unc.edu/pub/Linux/docs/HOWTO. Als je ondervindt dat na upgraden van Linux 1.2 en hier Y te antwoorden, het nog steeds niet mogelijk is om ELF-bestanden uit te voeren (ze crashen gewoon), dan moet je waarschijnlijk gewoon de niewste ELF-bibliotheekbestanden installeren, waaronder ld.so (lees het bestand Documentation/Changes voor de locatie en de laatste versie). Als je dit als een module wilt compileren ( = code die je in en uit een werkende kernel kunt halen wanneer je maar wilt), antwoord dan M en lees Documentation/modules.txt. De module zal binfmt_elf.o heten. M of N antwoorden is echter wel gevaarlijk omdat sommige cruciale programma's op je systeem in ELF formaat kunnen zijn. # # # Kernel support for A.OUT binaries CONFIG_BINFMT_AOUT A.out (Assembler.OUTput) is een reeks formaten voor bibliotheek- en programmabestanden gebruikt in de vroegste versies van UNIX. Linux gebruikte de a.out formaten QMAGIC en ZMAGIC totdat ze vervangen werden door het ELF-formaat. Vermits meer en meer programma's geconverteerd worden naar ELF, zal het nut van a.out stap voor stap verminderen. Als je deze optie uitschakelt dan zal de kernel met 1 pagina verkleind worden. Dit is niet veel en garandeert op zichzelf niet dat de ondersteuning verdwijnt. Toch is N als antwoord een goed idee als je er zeker van wilt zijn dan absoluut geen van je programma's dit oudere formaat gebruikt. Als je nu nog niet weet wat te antwoorden, antwoord dan Y. Als iemand je gezegd heeft dat je een kernel nodig hebt met "ondersteuning voor QMAGIC", dan moet je hier Y antwoorden. Je kan M antwoorden om a.out-ondersteuning als een module te compileren en dan later de module te laden als je een programma of bibliotheek in a.out-formaat wilt gebruiken. De module zal binfmt_aout.o heten. M of N is echter wel gevaarlijk omdat sommige cruciale programma's op je systeem nog steeds in A.OUT-formaat kunnen zijn. # Kernel support for JAVA binaries (obsolete) CONFIG_BINFMT_JAVA JAVA(tm) is een objectgeorienteerde programmeertaal ontwikkeld door SUN; JAVA programma's worden gecompileerd naar "JAVA bytecode"-bestanden die dan geinterpreteerd worden door runtime-programma's op verschillende architecturen en besturingssystemen. Dit JAVA bytecode-formaat is een universeel uitvoerbaar formaat aan het worden. Als je JAVA bytecode-bestanden wilt uitvoeren, lees dan de Java onder Linux HOWTO, verkrijgbaar via FTP (gebruiker: anonymous) op ftp://metalab.unc.edu/pub/Linux/docs/HOWTO. Je moet dan het runtime-systeem van de Java Developers Kit (JDK) installeren zoals beschreven in de HOWTO. Dit is compleet onafhankelijk van de Linux kernel en je hoeft hier NIET Y te antwoorden om dat te laten werken. Hier Y antwoorden laat enkel toe dat je een JAVA bytecode-bestand kan uitvoeren zoals een willekeurig Linux programma: door gewoon de naam in te tikken. (Je hebt daarvoor ook de JDK nodig). Vermits meer en meer Java-programma's beschikbaar worden, zal het gebruik daarvan stap voor stap vermeerderen. Je kan zelfs HTML-bestanden waarin JAVA applets gebruikt worden (applets zijn kleine JAVA bytecode-bestanden die veel op Internet gebruikt worden) als die bestanden beginnen met "". Als je dit wilt gebruiken, antwoord hier dan Y en lees Documentation/java.txt Als je deze optie niet inschakelt dan zal je kernel ongeveer 4 Kb kleiner zijn. Dit is niet veel en garandeert op zichzelf niet dat de ondersteuning verdwijnt. Toch is N een goed idee als je de JDK niet geinstalleerd hebt. Je kan M antwoorden om dit als een module te compileren en later de module te laden als je de JDK installeert of als je een interessant Java programma vindt dat je absoluut wilt hebben. De module zal binfmt_java.o heten. De complete functionaliteit van deze Java-ondersteuning wordt ook gegeven door de meer algemene optie "Kernel support for MISC binaries" zodadelijk. Daarom wordt deze optie als overbodig beschouwd en je antwoord dus best hier N en zodadelijk Y op "Kernel support for MISC binaries" als je geinteresseert bent in het transparant uitvoeren van Java-programma's. # # # # Kernel support for Linux/Intel ELF binaries CONFIG_BINFMT_EM86 Antwoord hier Y als je Linux/Intel ELF-bestanden gewoon wilt kunnen uitvoeren zoals je ook Alpha-bestanden uitvoert op je Alpha machine. Om dit te laten werken heb je de emulator /usr/bin/em86 op de juiste plaats nodig. Je kan M antwoorden om de emulatie-ondersteuning als een module te compileren en later de module te laden als je een Linux/Intel-bestand wilt gebruiken. De module zal binfmt_em86.o heten. Als je niet zeker bent, antwoord dan Y. Kernel support for MISC binaries CONFIG_BINFMT_MISC Als je hier Y antwoord, dan zal het mogelijk zijn om zgn. "wrapper-driven" uitvoerbare formaten (programma's die niet op zichzelf kunnen werken maar een ander programma nodig hebben voor ze uitgevoerd kunnen worden) in de kernel te pluggen. Je zal dit vooral handig vinden als je programma's gebruikt die een interpreter nodig hebben zoals bv. Java, Python of Emacs-Lisp. Dit is ook handig als je regelmatig DOS-programma's uitvoert onder de Linux DOS emulator DOSEMU (Lees in dat geval de DOSEMU-HOWTO, verkrijgbaar op ftp://metalab.unc.edu/pub/Linux/docs/HOWTO). Eens je zulk een klasse programma's geregistreerd hebt in de kernel, dan kan je een van die programma's starten door gewoon hun naam in te tikken; Linux zal dan automatisch de juiste interpreter starten en het programma uitvoeren. Als je hier Y antwoord, dan heb je "Kernel support for JAVA binaries" (CONFIG_BINFMT_JAVA) of "Kernelondersteuning voor Linux/Intel ELF-bestanden" (CONFIG_BINFMT_EM86) niet nodig, vermits dit een meer algemene oplossing is. Je kan ook nog andere leuke dingen doen. In Documentation/binfmt_misc.txt lees je hoe deze functie te gebruiken, en in Documentation/java.txt hoe je Java-ondersteuning kunt invoeren. Je moet Y antwoorden op "Ondersteuning voor /proc bestandssysteem" (CONFIG_PROC_FS) om dit gedeelte van de kernel te kunnen gebruiken. Je kan hier M antwoorden om een module te krijgen en later de module te laden als je ze kunt gebruiken; de module zal binfmt_misc.o heten. Als je nog steeds niet weet wat te antwoorden, antwoord dan Y. # # # # Solaris binary emulation CONFIG_SOLARIS_EMUL Dit is experimentele code die toelaat dat je (veel) Solaris-programma's op je SPARC Linux machine kunt uitvoeren. Deze code is ook beschikbaar als module (= code die je in en uit een werkende kernel kunt halen wanneer je maar wilt) en zal solaris.o heten. Als je ze als een module wilt compileren, antwoord dan M en lees Documentation/modules.txt. # Processor family CONFIG_M386 Dit is het type processor dat je hebt. Deze informatie wordt gebruikt voor optimalizatiedoeleinden. Om een kernel te compileren die op alle x86-processoren werkt (zij het dan niet aan optimale snelheid), kan je hier "386" opgeven. Als je kiest voor "486", "586", "Pentium" of "PPro", dan zal de kernel niet noodzakelijk werken op oudere processoren (zo zal een Pentium-geoptimalizeerde kernel werken op een PPro, maar niet noodzakelijk op een i486). Hier zijn de aangeraden keuzes voor de hoogste snelheden: - "386" voor de AMD/Cyrix/Intel 386DX/DXL/SL/SLC/SC, Cyrix/TI 486DLC/DLC2 en UMC 486SX-S. Alleen "386" kernels werken op een machine uit de 386-klasse. - "486" voor de AMD/Cyrix/IBM/Intel DX4 of 486DX/DX2/SL/SX/SX2, AMD/Cyrix 5x86, NexGen Nx586 en UMX U5D of U5S. - "586" voor algemene Pentium processoren, eventueel zonder TSC (Time Stamp Counter) register. - "Pentium" voor de Intel Pentium/Pentium MMX, AMD K5, K6 en K6-3D. - "PPro" voor de Cyrix/IBM/National Semiconductor 6x86MX, MII en Intel Pentium II/Pentium Pro. Als je niet weet wat te doen, kies dan "386". # # # VGA text console CONFIG_VGA_CONSOLE Als je hier Y antwoord dan kan je Linux gebruiken in tekstmodus via een scherm dat voldoet aan de algemene VGA-standaard. Zowat iedereen wilt dat. Het programma SVGATextMode kan gebruikt worden om SVGA-schermkaarten tot hun recht te laten komen in tekstmodus. Je kan het downloaden via FTP (gebruiker:anonymous) van ftp://metalab.unc.edu/pub/Linux/utils/console. Antwoord Y. # # Video mode selection support CONFIG_VIDEO_SELECT Hiermee wordt het mogelijk dat de schermmodus voor gewone tekstschermen geselecteerd wordt bij het opstarten van de kernel. Als je gebruik wilt maken van een bepaalde hoge resolutie-tekstmodus die het BIOS van je kaart aanbiedt, maar de traditionele Linux-hulpprogramma's zoals SVGATextMode doen dat niet, dan kan je hier Y antwoorden en de modus kiezen met de "vga=" optie van je bootloader (lilo of loadlin) of met "vga=ask" wat een menu laat verschijnen bij het opstarten van de kernel. Probeer "man bootparam" of lees de documentatie van je bootloader om uit te vissen hoe je opties moet doorspelen aan de kernel. De lilo procedure wordt ook uitgelegd in de SCSI-HOWTO, verkrijgbaar via FTP (gebruiker: anonymous) op ftp://metalab.unc.edu/pub/Linux/docs/HOWTO. Lees Documentation/svga.txt voor meer informatie over deze optie. Als je niet zeker bent, antwoord dan N. Support for frame buffer devices (EXPERIMENTAL) CONFIG_FB Een framebuffer verstrekt een abstractie voor grafische hardware. Hij bevat de framebuffer van bepaalde grafische hardware en laat toe dat applicatiesoftware de grafische hardware benadert via een duidelijk gedefinieerde interface, zodat de software niets hoeft te weten over de low-level (hardware en dergelijke) interface. Framebuffer-apparaten werken identiek over de verschillende architecturen ondersteund door Linux en maken de implementatie van applicatieprogramma's gemakkelijker en meer overdraagbaar; op dit moment bestaat er een X server die exclusief gebruik maakt van de framebuffer. Op verschillende niet-X86 architecturen is het framebuffer de enige manier om grafische hardware te benaderen. De framebuffer wordt benadert via speciale device-files, gewoonlijk in de /dev directory, meestal /dev/fb*. Je hebt een hulpprogramma nodig (genaamd fbset) om volledig gebruik te maken van framebuffer-apparaten. Lees Documentation/fb/framebuffer.txt en de Framebuffer-HOWTO op http://www.tahallah.demon.co.uk/programming/prog.html voor meer informatie. Antwoord hier Y en bij de driver voor je grafische kaar zodadelijk als je een kernel compileert voor een niet-x86 architectuur. Als je compileert voor de x86 architectuur, dan kan je Y antwoorden als je hier wat mee wilt spelen, maar het is niet essentieel. Let er dan wel op dat het uitvoeren van grafische applicaties die de hardware direct benaderen (bijvoorbeeld een "accelerated X server" -- een X server specifiek geschreven voor een bepaalde grafische kaart) en die geen framebuffer kennen onverwachte effecten kan geven. Als je niet zeker bent, antwoord dan N. # # # # Acorn VIDC support CONFIG_FB_ACORN Dit is de framebuffer driver voor de Acorn VIDC grafische chipset. Apollo frame buffer device CONFIG_FB_APOLLO Dit is de framebuffer driver voor de monochrome grafische hardware die in sommige Apollo workstations zit. Amiga native chipset support CONFIG_FB_AMIGA Dit is de framebuffer driver voor de ingeboude grafische hardware die in Amigas zit. Amiga OCS chipset support CONFIG_FB_AMIGA_OCS Hiermee krijg je ondersteuning voor de originele Agnus en Denise grafische chips, deze zit in de Amiga 1000 en de meeste A500 en A2000-systemen. Als je van plan bent om Linux op een van deze systemen te gebruiken, antwoord dan Y; in het andere geval antwoord je N. Amiga ECS chipset support CONFIG_FB_AMIGA_ECS Hiermee krijg je ondersteuning voor de Enhanced Chip Set dewelke zit in latere A500, latere A2000, de A600, de A3000, de A3000T en CDTV-systemen. Als je van plan bent om Linux te gebruiken op een van deze systemen, antwoord dan Y; in het andere geval antwoord je N. Amiga AGA chipset support CONFIG_FB_AMIGA_AGA Hiermee krijg je ondersteuning voor de Advanced Graphics Architecture (ook wel gekend als de AGA of AA) chipset dewelke zit in de A1200, de A4000, de A4000T en de CD32. Als je van plan bent Linux te gebruiken op een van deze systemen, antwoord dan Y; in het andere geval antwoord je N. Amiga CyberVision support CONFIG_FB_CYBER Hiermee krijg je ondersteuning voor de Cybervision 64 grafische kaart van Phase5. Weet wel dat het gebruik niet geheel intuitief gaat (m.a.w. als je vragen hebt, stel ze dan!). Antwoord N tenzij je een Cybervision 64 hebt of van plan bent om er een te kopen voordat je de kernel opnieuw compileert. Opgepast: deze kernel ondersteunt de Cybervision 64 3D-kaart NIET, vermits ze incompatibele chips gebruiken. Amiga CyberVision3D support (EXPERIMENTAL) CONFIG_FB_VIRGE Hiermee krijg je ondersteuning voor de Cybervision 64/3D grafische kaart van Phase5. Weet wel dat het gebruik daarvan niet geheel intuitief gaat (m.a.w. als je vragen hebt, stel ze dan!). Antwoord N tenzij je een Cybervision 64/3D kaart hebt of van plan bent er een te gaan halen voordat je je kernel opnieuw compileert. Opgepast: deze driver ondersteunt de oudere Cybervision 64 kaart NIET, vermits ze incompatibele chips gebruikt. Amiga RetinaZ3 support (EXPERIMENTAL) CONFIG_FB_RETINAZ3 Hiermee krijg je ondersteuning voor de Retina Z3 grafische kaart. Antwoord N tenzij je een Retina Z3 hebt of van plan bent om er een te gaan halen voordat je je kernel opnieuw compileert. Amiga CLgen driver (EXPERIMENTAL) CONFIG_FB_CLGEN Hiermee krijg je ondersteuning voor Cirrus Logic GD542x/543x-gebaseerde kaarten op Amiga: SD64, Piccolo, PicassoII/II+, Picasso IV of EGS Spectrum. Antwoord N tenzij je zulk een grafische kaart hebt of van plan bent er een te gaan halen voor je je kernel opnieuw compileert. Apollo support CONFIG_APOLLO Antwoord hier Y als je Linux wilt gebruiken op een MC680x0-gebaseerde Apollo Domain-workstation zoals de DN3500. Apollo 3c505 support CONFIG_APOLLO_ELPLUS Antwoord hier Y of M als je Apollo een 3Com 3c505 ISA Ethernetkaart heeft. Als je er geen hebt die gemaakt is voor Apollos, dan kan je er een voor een PC gebruiken, maar je Apollo zal er dan niet van kunnen opstarten (omdat de code in het ROM voor een PC zal zijn...). Atari native chipset support CONFIG_FB_ATARI Dit is de framebuffer driver voor de ingebouwde grafische chipset in Ataris. Open Firmware frame buffer device support CONFIG_FB_OF Antwoord Y als je framebuffer-ondersteuning met Open Firmware voor je grafische kaart wilt. S3 Trio frame buffer device support CONFIG_FB_S3TRIO Als je een S3 Trio hebt, antwoord dan Y. Antwoord N voor een S3 Virge. ATI Mach64 display support CONFIG_FB_ATY Hiermee krijg je ondersteuning voor grafische kaarten met de ATI Mach64-chips. Deze driver is ook verkrijgbaar als module ( = code die je in en uit een werkende kernel kunt halen wanneer je maar wilt) genaamd atyfb.o. Als je dit als module wilt compileren, antwoord hier dan M en lees Documentation/modules.txt. ATI Rage128 display support (EXPERIMENTAL) CONFIG_FB_ATY128 Deze driver geeft ondersteuning voor grafische kaarten met de ATI Rage128-chips. Antwoord hier Y als je zo'n grafische kaart hebt. De driver is ook verkrijgbaar als module ( = code die je in en uit een werkende kernel kunt halen wanneer je maar wilt). De module zal aty128fb.o heten. Als je dit als module wilt compileren, antwoord hier dan M en lees Documentation/modules.txt. PowerMac "control" frame buffer device support CONFIG_FB_CONTROL Hiermee krijg je een framebuffer voor de grafische adapter in de Power Macintosh 7300 e.a. PowerMac "platinum" frame buffer device support CONFIG_FB_PLATINUM Hiermee krijg je een framebuffer voor de "platinuma" grafische adapter in sommige Power Macintoshes, en ook in de 580- en 630-series m68k-macintoshes. PowerMac "valkyrie" frame buffer device support CONFIG_FB_VALKYRIE Hiermee krijg je een framebuffer voor de "valkyrie" grafische adapter in sommige Power Macintoshes. Chips 65550 display support CONFIG_FB_CT65550 Hiermee krijg je een framebuffer voor de Chips & Technologies 65550 grafische chip in PowerBooks. Mac frame buffer device CONFIG_FB_MAC Dit is de framebuffer voor de grafische hardware in m68k Macintoshes. Hij kan alleen de videomodus gebruiken die door MacOS ingestelt wordt bij het opstarten. Je antwoord hier best Y. HP300 frame buffer device CONFIG_FB_HP300 Dit is de framebuffer voor de Topcat grafische hardware in HP300 workstations. TGA frame buffer support CONFIG_FB_TGA Dit is de framebuffer voor algemene TGA grafische kaarten. Antwoord Y als je er zo een hebt. VESA VGA graphics console CONFIG_FB_VESA Dit is de framebuffer driver voor normale VESA 2.0-compatibele grafische kaarten. De oudere VESA 1.2-kaarten worden niet ondersteund. Je krijgt daarbovenop een pinguin-logo bij het opstarten. Lees Documentation/fb/vesafb.txt. Als je niet zeker bent, antwoord dan Y. VGA 16-color graphics console CONFIG_FB_VGA16 Dit is d framebuffer driver voor 16 kleuren-VGA grafische kaarten. Antwoord Y als je zo'n kaart hebt. Backward compatibility mode for Xpmac CONFIG_FB_COMPAT_XPMAC Als je de Xpmac X server gebruikt (is dikwijls zo bij mklinux), dan moet je hier Y antwoorden om X te kunnen gebruiken. Je kan misschien overwegen om over te schakelen naar XFree86 waarbij een server is die gebruik maakt van de framebuffer (XF86_FBDev). Matrox unified accelerated driver CONFIG_FB_MATROX Antwoord hier Y als je een Matrox Millennium, Matrox Millennium II, Matrox Mystique, Matrox Mystique 220, Matrox Productiva G100, Matrox Mystique G200, Matrox Millenium G200 of Matrox Marvel G200 schermkaart in je systeem hebt steken. Op dit moment is de ondersteuning voor de G100, de Mystique G200 en de Marvel G200 nog niet getest. De driver is ook beschikbaar als module ( = code die in en uit een werkende kernel gehaald kan worden wanneer je maar wilt). De module zal matroxfb.o heten. Als je hem als module wilt compileren, antwoord hier dan M en lees Documentation/modules.txt. Je kan verschillende parameters aan de driver meegeven bij het opstarten of laden van de module. De parameters zijn alle van de vorm "video=matrox:XXX", waarbij de betekenis van XXX gevonden kan worden op het einde van het hoofd-source bestand (drivers/video/matroxfb.c). Lees ook het bestand Documentation/fb/matroxfb.txt. # # Matrox Millennium support CONFIG_FB_MATROX_MILLENIUM Antwoord hier Y als je een Matrox Millennium of een Matrox Millennium II-schermkaart hebt. Als je zodadelijk "Advanced lowlevel driver-options" selecteert, dan moet je 4 bpp packed pixel, 8 bpp packed pixel, 16 bpp packed pixel, 24 bpp packed pixel en 32 bpp packed pixel selecteren. Je kan ook fontbreedtes gebruiken anders dan 8. Matrox Mystique support CONFIG_FB_MATROX_MYSTIQUE Antwoord hier Y als je een Matrox Mystique of een Matrox Mystique 220-schermkaart hebt. Als je zodadelijk "Advanced lowlevel driver-options" kiest, dan moet je 8 bpp packed pixel, 16 bpp packed pixel, 24 bpp packed pixel en 32 bpp packed pixel selecteren. Je kan ook fontbreedten gebruiken anders dan 8. Matrox G100/G200 support CONFIG_FB_MATROX_G100 Antwoord hier Y als je een Matrox Productiva G100, Matrox Mystique G200, Matrox Marvel G200 of Matrox Millennium G200-schermkaart hebt. Als je zodadelijk "Advanced lowlevel driver options" kiest, dan moet je 8 bpp packed pixel, 16 bpp packed pixel, 24 bpp packed pixel en 32 bpp packed pixel selecteren. Je kan ook fontbreedten selecteren anders dan 8. Matrox unified driver multihead support CONFIG_FB_MATROX_MULTIHEAD Antwoord hier Y als je meer dan 1 (ondersteunde) Matrox-kaart in je systeem hebt en als je ze alle wilt gebruiken. Als je er slechts 1 hebt, dan kan je best N antwoorden omdat deze driver groter is en een beetje trager, vooral op ia32 (intel x86). Als je M geantwoord hebt op "Matrox unified accelerated driver" en je antwoord hier N, dan zal je nog steeds verschillende Matrox-kaarten tegelijkertijd kunnen gebruiken. Dit is een beetje sneller maar gebruikt 40 KB kernel-geheugen per Matrox-kaart. Je doet dit door verschillende keren de module matroxfb.o in de kernel te laden (met insmod), waarbij je dan de parameter "dev=N" opgeeft, met N 0, 1, enz. voor de verschillende Matrox-apparaten. # MDA text console (dual-headed) CONFIG_MDA_CONSOLE Antwoord hier Y als je een oude MDA of monochrome Hercules grafische kaart in je systeem hebt als een tweede schermkaart. Je zal dan 2 monitoren kunnen gebruiken op je Linux-systeem. Antwoord hier geen Y als je MDA-kaart de primaire kaart in je systeem is; in dat geval zal de normale VGA-driver de kaart aanvaarden. Deze driver is ook beschikbaar als module ( = code die je in en uit een werkende kernel kunt halen wanneer je maar wilt). De module zal mdacon.o heten. Als je hem als module wilt compileren, antwoord hier dan M en lees Documentation/modules.txt. Als je niet zeker bent, antwoord dan N. SBUS and UPA frame buffers CONFIG_FB_SBUS Antwoord hier Y als je ondersteuning wilt voor SBUS of UPA-gebaseerde framebuffers. Creator/Creator3D support CONFIG_FB_CREATOR Dit is de framebuffer driver voor de Creator en Creator3D-grafische kaarten. CGsix (GX,TurboGX) support CONFIG_FB_CGSIX Dit is de framebuffer driver voor de CGsix (GX, TurboGX) framebuffer. BWtwo support CONFIG_FB_BWTWO Dit is de framebuffer driver voor de BWtwo framebuffer. CGthree support CONFIG_FB_CGTHREE Dit is de framebuffer driver voor de CGthree framebuffer. TCX (SS4/SS5 only) support CONFIG_FB_TCX Dit is de framebuffer driver voor de TCX 24/8bit framebuffer. Virtual Frame Buffer support (ONLY FOR TESTING!) CONFIG_FB_VIRTUAL Dit is een `virtueel' framebuffer-apparaat. Hij werkt op een stuk kernelgeheugen (dat dus niet geswapt kan worden) i.p.v. op het geheugen van een grafische kaart. Dit betekent dat je geen output krijgt van deze driver, terwijl hij wel kostbaar geheugen verbruikt. Het hoofddoel van deze framebuffer is het testen en debuggen van het framebuffer-subsysteem. schakel hem NIET in voor normale systemen! Om ongewild gebruik te voorkomen moet deze driver expliciet ingeschakeld worden bij het opstarten met de kernel-optie `video=vfb:'. Deze driver is ook beschikbaar als module ( = code die in en uit een werkende kernel kan gehaald worden wanneer je maar wilt). De module zal vfb.o heten. Als je hem als module wilt compileren, antwoord hier dan M en lees Documentation/modules.txt. Als je niet zeker bent, antwoord dan N. # Advanced low level driver options CONFIG_FBCON_ADVANCED De framebuffer-console gebruikt routines om karakters te tekenen die op maat gemaakt zijn voor de specifieke organizatie van pixels in het geheugen van je grafische hardware. Deze worden de lowlevel-framebufferconsole drivers genoemd. Opmerking: ze worden enkel gebruikt voor tekstconsole output; ze zijn NIET nodig voor grafische applicaties. Als je hier N antwoordt, dan worden de benodigde lowlevel-drivers automatisch ingeschakeld, afhankelijk van welke framebuffer driver(s) je daarnet geselecteerd hebt. Dit wordt aangeraden voor de meeste gebruikers. Als je hier echter Y antwoord, dan heb je meer controle over welke lowlevel-drivers gebruikt worden. Je kan bv. lowlevel-drivers weglaten voor 32 bpp als je niet van plan bent om die te gebruiken op je tekstconsole. Lowlevel framebuffer-console drivers kunnen modules zijn. ( = code die in en uit de werkende kernel kan gehaald worden wanneer je maar wilt). De modules zullen fbcon-*.o heten. Als je ze (sommige ervan of allemaal) wilt compileren als module, lees dan Documentation/modules.txt. Als je niet zeker bent, antwoord dan N. # # # Monochrome support CONFIG_FBCON_MFB Dit is de lowlevel framebufferconsole driver voor monochrome (2 kleuren) packed pixel-schermmodi. 2 bpp packed pixels support CONFIG_FBCON_CFB2 Dit is de lowlevel-framebufferconsole driver voor 2 bit per pixel (4 kleuren) packed pixel-schermmodi. 4 bpp packed pixels support CONFIG_FBCON_CFB4 Dit is de lowlevel-framebufferconsole driver voor 4 bits per pixel (16 kleuren) packed pixel-schermmodi. 8 bpp packed pixels support CONFIG_FBCON_CFB8 Dit is de lowlevel-framebufferconsole driver voor 8 bits per pixel (256 kleuren) packed pixel-schermmodi. 16 bpp packed pixels support CONFIG_FBCON_CFB16 Dit is de lowlevel-framebufferconsole driver voor 15 of 16 bits per pixel (32K of 64K kleuren, ook wel gekend als `hi color') packed pixel-schermmodi. 24 bpp packed pixels support CONFIG_FBCON_CFB24 Dit is de lowlevel-framebufferconsole driver voor 24 bits per pixel (16M kleuren, ook wel gekend als `true color') packed pixel-schermmodi. Hij is NIET voor `sparse' 32 bits per pixel-modi. 32 bpp packed pixels support CONFIG_FBCON_CFB32 Dit is de lowlevel-framebufferconsole driver voor 32 bits per pixel (16M kleuren, ook wel gekend als `true color') `sparse' packed pixel-schermmodi. Amiga bitplanes support CONFIG_FBCON_AFB Dit is de lowlevel-framebufferconsole driver voor 1 tot 8 bitplanes (2 tot 256 kleuren) op Amiga. Amiga interleaved bitplanes support CONFIG_FBCON_ILBM Dit is de lowlevel-framebufferconsole driver voor 1 tot 8 interleaved bitplanes (2 tot 256 kleuren) op Amiga. Atari interleaved bitplanes (2 planes) support CONFIG_FBCON_IPLAN2P2 Dit is de lowlevel-framebufferconsole driver voor 2 interleaved bitplanes (4 kleuren) op Atari. Atari interleaved bitplanes (4 planes) support CONFIG_FBCON_IPLAN2P4 Dit is de lowlevel-framebufferconsole driver voor 4 interleaved bitplanes (16 kleuren) op Atari. Atari interleaved bitplanes (8 planes) support CONFIG_FBCON_IPLAN2P8 Dit is de lowlevel-framebufferconsoledriver voor 8 interleaved bitplanes (256 kleuren) op Atari. Mac variable bpp packed pixels support CONFIG_FBCON_MAC Dit is de lowlevel-framebufferconsole driver voor 1/2/4/8/16/32 bits per pixel packed pixel-modi op Mac. Hij ondersteund variabele fontbreedten voor lage-resolutieschermen. VGA characters/attributes support CONFIG_FBCON_VGA Dit is de lowlevel-framebufferconsole driver voor VGA tekstmodus; hij wordt gebruikt als je daarnet Y hebt geantwoord op "VGA chipset support (text only)". Parallel-port support CONFIG_PARPORT Als je apparaten wilt gebruiken die aan de parallelle poort van je computer gekoppeld worden (de aansluiting met 25 gaatjes), bv. printer, ZIP-drive, PLIP-link (Parallel Line Internet Protocol; wordt meestal gebruikt om een mini-netwerk te maken door de parallelle poorten van twee lokale machines aan elkaar te koppelen) enz., dan moet je hier Y antwoorden; lees ook even Documentation/parport.txt en drivers/misc/BUGS-parport. Voor uitgebreide informatie over drivers voor verschillende apparaten die aan de parallelle poort gekoppeld worden raadpleeg je even http://www.torque.net/linux-pp.html op het WWW (Om op het WWW te kunnen surfen moet je toegang hebben tot een machine op het Internet die een programma zoals lynx of netscape heeft). Het is mogelijk om 1 enkele parallelle poort te gebruiken voor verschillende apparaten en het is veilig om alle drivers tegelijk in de kernel te compileren. Als je de ondersteuning voor parallelle poort als een module ( = code die je in en uit een werkende kernel kunt halen wanneer je maar wilt) wilt compileren, antwoord hier dan M en lees Documentation/modules.txt. De module zal parport.o heten. Als je meer dan 1 parallelle poort hebt en je wilt bij het inladen opgeven welke poort en IRQ deze driver moet gebruiken, lees dan Documentation/networking/net-modules.txt. Als je niet zeker bent, antwoord dan Y. # # # PC-style hardware CONFIG_PARPORT_PC Antwoord hier Y als je een parallelle poort in PC-stijl hebt. Alle IBM PC-compatibele computers en sommige Alphas hebben parallelle poorten in PC-stijl. Deze code is ook beschikbaar als module. Als je heb als module wilt compileren ( = code die in en uit een werkende kernel kan gehaald worden wanneer je maar wilt), antwoord hier dan M en lees Documentation/modules.txt. De module zal parport_pc.o heten. Als je niet zeker bent, antwoord dan Y. # Support foreign hardware CONFIG_PARPORT_OTHER Antwoord hier Y om drivermodules voor andere, niet-standaard types parallelle poorten te kunnen laden. Dit veroorzaakt een verlies aan performance, dus wordt er meestal N geantwoord. Sun Ultra/AX-style hardware CONFIG_PARPORT_AX Antwoord hier Y als je ondersteuning nodig hebt voor de parallelle poort-hardware op Sun Ultra/AX machines. Deze code is ook verkrijgbaar als module (antwoord in dat geval M), genaamd parport_ax.o. Als je niet zeker bent, dan is N de veilige oplossing. Plug and Play support CONFIG_PNP Dit laat toe dat de kernel sommige apparaten automatisch configureert. Antwoord Y om PnP mee te krijgen. Auto-probe for parallel devices CONFIG_PNP_PARPORT Sommige IEEE-1284-conforme parallelle poort-apparaten kunnen zichzelf identificeren als daarom gevraagd wordt. Antwoord Y om deze mogelijkheid in je kernel te compileren, of N om ze als module te compileren. (parport_probe.o). Als je niet zeker bent, antwoord dan N. Enable loadable module support CONFIG_MODULES Kernelmodules zijn kleine stukjes gecompileerde code die in en uit een werkende kernel kunnen gehaald worden gebruikmakende van de programma's insmod en rmmod. Dit proces word uitgelegd in het bestand Documentation/modules.txt, samen met het feit dat je "make modules" moet doen om de modules die je gekozen hebt tijdens de kernelconfiguratie, te compileren. Modules kunnen drivers zijn, bestandssystemen, binaire programmaformaten, enzovoort. Als je denkt dat je (misschien ooit) gebruik wilt maken van modules met deze kernel, antwoord dan Y. Als je niet zeker bent, antwoord dan Y. Set version information on all symbols for modules CONFIG_MODVERSIONS Gewoonlijk moeten modules opnieuw gecompileerd worden telke male je een nieuwe kernel installeert. Als je hier Y antwoord dan wordt het mogelijk (en veilig) om de zelfde modules te gebruiken zelfs als je een nieuwe kernel gecompileert hebt; je hebt daar wel het programma modprobe voor nodig. Alle software die je voor module-ondersteuning nodig hebt is te vinden in het modutils package (lees het bestand Documentation/Changes voor de plaats waar je het kan vinden en de laatste versie). OPMERKING: als je hier Y antwoord maar je beschikt niet over het programma genksyms (wat je ook kan vinden in het daarjuist vermelde modutils package), dan zal de compilatie van je kernel niet lukken. Als je modules wilt gebruiken die niet van de kernel zelf zijn, dan heb je dit nodig. In het andere geval is het niet zo belangrijk. Dus zou N een veilige gok moeten zijn. Kernel module loader support CONFIG_KMOD Normaal, als je drivers en/of bestandssystemen als modules geselecteerd hebt, dan heb je ook de verantwoordelijkheid om de juiste module te laden (met het programma insmod of modprobe) voor je ze kunt gebruiken. Maar als je hier Y antwoord, dan zal de kernel zelf die modules kunnen laden: als een gedeelte van de kernel een module nodig heeft, dan zal die modprobe uitvoeren met de benodigde argumenten, waardoor de module geladen wordt als ze beschikbaar is (Dit is een vervanging van kerneld). Antwoord hier Y en lees hoe je het moet configureren in Documentation/kmod.txt. ARP daemon support (EXPERIMENTAL) CONFIG_ARPD Normaal onderhoudt de kernel een interne cache die IP-adressen met de juiste hardware-adressen op het lokale netwerk linkt, zodat Ethernet/Token Ring/... frames naar het juiste adres op de fysieke netwerklaag gestuurd worden. Voor kleine netwerken met slechts een paar honderd of minder hosts werkt het onderhouden van zulk een ARP-cache goed (ARP komt van Adress Resolution Protocol=het protocol dat gebruikt wordt om te vragen op welk fysisch adres welk logisch (IP) adres zich bevindt). Maar het onderhouden van een interne ARP-cache op grote, geswitchte netwerken werkt niet goed, en zal veel kernelgeheugen gebruiken als TCP/IP-verbindingen gemaakt worden met veel machines op het netwerk. Als je hier Y antwoord, dan zal de interne ARP cache van de kernel nooit meer dan 256 elementen bevatten (de oudsten vervallen in LIFO-stijl) en de communicatie zal dan tot stand gebracht worden met de ARP daemon arpd (die in user space werkt). Arpd zal dan de adres resolution request beantwoorden ofwel via zijn cache ofwel door het op het netwerk te vragen. Deze code is experimenteel. Als je hier Y antwoord, dan moet je een kopie van arpd afhalen van http://www.loran.com/~layes/arpd/index.html, en dan moet je zodadelijk ook Y antwoorden op "Kernel/User network link driver". Als je niet zeker bent, antwoord dan N. # # #TCP/IP networking CONFIG_INET Dit zijn de netwerkprotocollen die op het Internet en op de meeste lokale netwerken gebruikt worden. Het wordt ten strengste aangeraden om hier Y te antwoorden (waarmee je je kernel dan met ongeveer 35KB vergroot), vermits sommige programma's (waaronder het X Window-systeem) TCP/IP gebruiken zelfs als je computer niet verbonden is met ook maar 1 andere computer. Je krijgt het zgn. loopback-apparaat dat je o.a. toelaat om jezelf te pingen (heel grappig!). Voor een schitterende introductie in Linux & netwerken lees je best de NET-3-HOWTO, verkrijgbaar via FTP (gebruiker: anonymous) van ftp://metalab.unc.edu/pub/Linux/docs/HOWTO. Deze optie is ook nodig als de volledige functionaliteit van term (term is een programma dat je bijna volledige Internettoegang geeft als je een normale dialup shell-account hebt op een Unixcomputer die met het Internet verbonden is; voor meer informatie lees je best even http://www.bart.nl/~patrickr/term-howto/Term-HOWTO.html). Als je hier Y antwoord en zodadelijk ook op "/proc filesystem support" en "sysctl support", dan kan je verschillende aspecten van het gedrag van de TCP/IP code wijzigen door te schrijven naar de(virtuele) bestanden op /proc/sys/net/ipv4/*; de opties worden uitgelegd in het bestand Documentation/Networking/ip-sysctl.txt. Kort gezegd: antwoord Y. # # # IP: multicasting CONFIG_IP_MULTICAST Dit is code om verschillende computers op het netwerk tegelijk te addresseren, die je kernel met ongeveer 2 kB vergroot. Je hebt multicasting nodig als je van plan bent om deel te nemen aan MBONE, een hogecapaciteit-netwerk bovenop het Internet waarover beeld- en geluidstransmissies plaatsvinden. Meer informatie over MBONE is te vinden op het WWW op http://www.best.com/~prince/techinfo/mbone.html (om op het WWW te kunnen surfen moet je toegang hebben tot een computer op het Internet waarop zich een programma zoals lynx of netscape bevindt). Informatie over de multicast-mogelijkheden van de verschillende netwerkkaarten is vervat in Documentation/networking/multicast.txt. Voor de meeste mensen is het veilig om N te antwoorden. IP: advanced router CONFIG_IP_ADVANCED_ROUTER Als je van plan bent om je Linux-computer vooral als een router te gebruiken, d.w.z. als een computer die pakketten forwarded en distribueert, antwoord dan Y; je zal dan verschillende opties krijgen die preciezere controle over het routing proces toelaten. Het antwoord op deze vraag zal de kernel niet direct wijzigen: N zorgt er gewoon voor dat dit configuratiescript alle vragen voor geavanceerde routers overslaat. Opmerking: je computer kan alleen als router gebruikt worden als je IP forwarding inschakelt in je kernel; je kan dit doen door Y te antwoorden op "/proc filesystem support" en "sysctl support" en daarna het commando echo "1" > /proc/sys/net/ipv4/ip_forward uit te voeren bij het opstarten nadat het /proc bestandssysteem gemount werd. Als je IP forwarding inschakelt, dan zal je ook de rp_filter krijgen, die automatisch inkomende pakketten weigert als de rij in de routingtabel voor hun bronadres niet overeenkomt met de netwerkinterface waar ze op aankomen. Dat heeft beveiligingsvoordelen omdat ze het zgn. IP spoofing voorkomen, maar het kan problemen veroorzaken als je asymmetrisch routen toepast (pakketten van jou naar een host volgen een verschillende route dan pakketten van die host naar jou) of als je een non-routing host hebt die verschillende IP-adressen heeft op verschillende interfaces. Om rp_filter uit te schakelen moet je het volgende commando ingeven: echo 0 > /proc/sys/net/ipv4/conf//rp_filter of echo 0 > /proc/sys/net/ipv4/conf/all/rp_filter Als je niet zeker bent, antwoord hier dan N. # # # # # # # IP: policy routing CONFIG_IP_MULTIPLE_TABLES Normaal gezien bepaald een router wat hij moet doen met een verkregen pakket enkel en alleen gebaseerd op het adres van de bestemmeling van dat pakket. Als je hier Y antwoord, dan zal de Linux router ook in de mogelijkheid gesteld worden om het verzendadres van dat pakket te gebruiken voor de controle van het pakket. Als je dan zodadelijk ook nog Y antwoord op "IP: use TOS value as routing key", dan zal de router het TOS-veld (TOS = Type Of Service = servicetype) kunnen gebruiken voor routingbeslissingen. Daarbij komt nog dat, als je hier Y antwoord en zodadelijk ook bij "IP: fast network address translation", dan zal de router ook nog het verzend- en ontvangadres van geforwarde pakketten kunnen wijzigen. Als je hiering geinteresseert bent, lees dan eerst de documentatie op http://www.compendium.com.ar/policy-routing.txt en ftp://post.tepkom.ru/pub/vol2/Linux/docs/advanced-routing.tex (policy-routing is het routen met controles). Je zal de software nodig hebben die je kunt vinden op ftp://ftp.inr.ac.ru/ip-routing/ Als je niet zeker bent, antwoord dan N. # IP: equal cost multipath CONFIG_IP_ROUTE_MULTIPATH Normaal gezien geven de routertabellen 1 enkele actie op die ondernomen moet worden om een pakket naar een bepaalde bestemming te sturen. Als je hier echter Y antwoord, dan wordt het mogelijk om verschillende acties te koppelen aan een bepaald pakketpatroon, waardoor je dan verschillende alternatieve paden opgeeft voor die pakketten. De router zal al die paden dan beschouwen als evenwaardig qua "kost" en kiest willekeurig 1 van die paden voor arriverende pakketten. IP: use TOS value as routing key CONFIG_IP_ROUTE_TOS De hoofding van elk IP pakket bevat een TOS-waarde waarmee het pakket een bepaalde behandeling vraagt, bijvoorbeeld weinig vertraging (voor interactief verkeer), hoge doorvoersnelheid, of hoge betrouwbaarheid. Als je hier Y antwoord, dan zal je verschillende routes kunnen opgeven voor pakketten met een verschillende TOS-waarde. IP: use FWMARK value as routing key CONFIG_IP_ROUTE_FWMARK Als je hier Y antwoord, dan zal je verschillende routes kunnen opgeven voor pakketten met verschillende FWMARK-waarden (FWMARK = "firewalling mark"; zie ook het "-m" argument van ipchains(8)). IP: verbose route monitoring CONFIG_IP_ROUTE_VERBOSE Als je hier Y antwoord, wat ook aangeraden wordt, dan zal de kernel gedetailleerde routering-boodschappen weergeven, bijvoorbeeld warnings over ontvangen pakketten die er vreemd uitzien en bewijs kunnen zijn van een of ander systeem dat onder aanval of slecht geconfigureerd is. De informatie wordt behandeld door de klogd daemon die verantwoordelijk is voor kernel-boodschappen ("man klogd"). IP: large routing tables CONFIG_IP_ROUTE_LARGE_TABLES Als je routingzones hebt met tabellen met meer dan ongeveer 64 rijen, dan kan je hier best Y antwoorden om het routingproces te versnellen. IP: fast network address translation CONFIG_IP_ROUTE_NAT Als je hier Y antwoord, dan zal je router verzend- en ontvangadressen kunnen wijzigen van pakketten die er door gaan, op een manier die jij opgeeft. Algemene informatie over netwerkadresvertalingen kunnen gevonden worden in het document http://www.csn.tu-chemnitz.de/~mha/linux-ip-nat/diplom/nat.html IP: optimize as router not host CONFIG_IP_ROUTER Sommige Linux netwerk drivers gebruiken een techniek die "copy and checksum" genoemd wordt om de perfomantie te optimalizeren. Voor een machine die meestal als router werkt en de meeste pakketten naar een andere host forwarded is dit echter een verlies. Als je hier Y antwoord, dan zal copy and checksum uitgeschakeld worden. In de toekomst kan deze optie nog andere wijzigingen doorvoeren die router-operaties optimaliseren. Opmerking: je systeem kan alleen als router functioneren als je IP forwarding inschakelt in je kernel; je kan dit doen door zodadelijk Y te antwoorden op "/proc filesystem support" en "sysctl support" en dan het commando echo "1" > /proc/sys/net/ipv4/ip_forward uit te voeren bij het opstarten nadat het /proc bestandssysteem gemount is. Je kan dat zelfs doen als je hier N antwoord. Als je niet zeker bent, antwoord dan N. # # # # IP: firewalling CONFIG_IP_FIREWALL Als je je Linux-systeem als een packet filter firewall wilt configureren voor een lokaal TCP/IP-gebaseerd netwerk, antwoord hier dan Y. Misschien kan je dan ook best de FIREWALL-HOWTO lezen, verkrijgbaar via FTP (gebruiker: anonymous) op ftp://metalab.unc.edu/pub/Linux/docs/HOWTO. Je zal dan ook de tool ipchains nodig hebben (verkrijgbaar op het WWW op http://netfilter.kernelnotes.org/ipchains) om selectieve blokkering van Internetverkeer gebaseerd op type, origine en bestemming toe te laten. Opmerking: de Linux firewallcode is gewijzigd en het oude programma, ipfwadm, werkt niet meer. Lees asjeblieft ook nog de IPCHAINS-HOWTO. Het type firewall gegeven door ipchains en deze kernelondersteuning wordt een "packet filter" genoemd. Het andere type firewall, een "proxy-gebaseerde", is veiliger maar lang niet zo eenvoudig om te installeren; de laatste inspecteert de netwerktraffiek veel beter, wijzigt hem en heeft kennis over de protocols uit de hogere lagen, wat een packet filter niet heeft. Daarbij komt nog dat proxy-gebaseerde firewalls dikwijls vereisen dat de programma's op de clients gewijzigd worden. Proxy-gebaseerde firewalls hebben geen ondersteuning nodig van de kernel, maar ze worden dikwijls gecombineerd met een packet filter, en die werkt alleen als je hier Y antwoord. De firewalling-code werkt alleen als IP forwarding ingeschakelt is in je kernel. Je kan dit doen door zodadelijk Y te antwoorden op "/proc filesystem" en "sysctl support" en dan het commando echo "1" > /proc/sys/net/ipv4/ip_forward uit te voeren bij het opstarten nadat het /proc bestandssysteem gemount werd. Je moet Y antwoorden op "IP firewalling" om IP masquerading (masquerading betekent dat lokale computers kunnen communiceren met een host buiten het lokale netwerk, maar dat de host buiten dat lokale netwerk wijsgemaakt wordt dat hij met de firewall praat -- dit maakt het lokale netwerk compleet onzichtbaar naar de buitenwereld en vermijdt de noodzaak om wereldwijd geldige IP-hostadressen te hebben voor de machines op het lokale netwerk) en IP pakketlogging en accounting (bijhouden wie of wat je netwerk-bandbreedte ge/verbruikt) en IP transparent proxying (laat de computers op het lokale netwerk denken dat ze met een computer buiten het lokale netwerk praten, terwijl alle verkeer geredirect wordt door je firewall naar een lokale proxyserver). Als je niet zeker bent, antwoord hier dan N. # # # # # # # IP: firewall packet netlink device CONFIG_IP_FIREWALL_NETLINK Als je hier Y antwoord, dan kan je de ipchains-tool gebruiken om of (een deel van) pakketten die door je firewall geleid worden naar optionele gebruikers-monitoringsoftware die dan kan uitkijken voor aanvallen en akties ondernemen zoals de systeembeheerder van de site verwittigen via mobiele telefoon of bieper,... Om hier gebruik van te kunnen maken moet je een character special file maken onder /dev met major nummer 36 en minor nummer 3 gebruikmakende van mknod ("man mknod"), en je moet een programma hebben/schrijven dat dat bestand leest en de juiste actie onderneemt. # IP: kernel level autoconfiguration CONFIG_IP_PNP Hiermee kan je IP-adressen van apparaten en de routingtabel automatisch laten configureren bij het opstarten, gebaseerd op informatie opgegeven op de kernel-commandolijn of door BOOTP of RARP-protocols. Je moet hier alleen Y antwoorden voor machines zonder schijf die netwerk-access nodig hebben om te kunnen opstarten (in dat geval moet je ook Y antwoorden op "Root file system on NFS"), want alle andere machines configureren het netwerk met hun opstartscripts. BOOTP support CONFIG_IP_PNP_BOOTP Als je je Linux-systeem zijn hele root-bestandssysteem (datgene waar de directory / zich op bevindt) wilt laten mounten op een of andere computer op het netwerk via NFS en je wil het IP adres van je computer automatisch geconfigureerd laten worden bij het opstarten met het BOOTP protocol (d.i. een speciaal protocol ontwikkeld om dit te doen), antwoord hier dan Y. In het geval dat het boot ROM van je netwerkkaart ontwikkeld is om Linux op te starten en BOOTP zelf al afhandelt, dan kan je hier N antwoorden. Als je niet zeker bent, antwoord dan Y. Opmerking: als je BOOTP wilt gebruiken, dan moet een BOOTP server draaien op je netwerk. Lees Documentation/nfsroot.txt voor details. DHCP support CONFIG_IP_PNP_DHCP Als je je Linux-systeem zijn hele root-bestandssysteem (datgene waar de directory / zich op bevindt) wilt laten mounten op een of andere computer op het netwerk via NFS en je wil het IP adres van je computer automatisch geconfigureerd laten worden bij het opstarten met het DHCP protocol (d.i. een speciaal protocol ontwikkeld om dit te doen), antwoord hier dan Y. In het geval dat het boot ROM van je netwerkkaart ontwikkeld is om Linux op te starten en DHCP zelf al afhandelt, dan kan je hier N antwoorden. Als je niet zeker bent, antwoord dan Y. Opmerking: als je DHCP wilt gebruiken, dan moet een DHCP server draaien op je netwerk. Lees Documentation/nfsroot.txt voor details. RARP support CONFIG_IP_PNP_RARP Als je je Linux-systeem zijn hele root-bestandssysteem (datgene waar de directory / zich op bevindt) wilt laten mounten op een of andere computer op het netwerk via NFS en je wilt het IP adres van je computer automatisch laten configureren bij het opstarten gebruikmakende van het RARP protocol (een wat ouder protocol dat nu weggedrongen wordt door BOOTP en DHCP), antwoord hier dan Y. Opmerking: als je RARP wilt gebruiken, dan moet een RARP server draaien op je netwerk. Lees Documentation/nfsroot.txt voor details. IP: tunneling CONFIG_NET_IPIP Tunneling betekent het inkapselen van data van het ene protocoltype in het andere en het daarna oversturen over een kanaal dat het inkapselende protocol verstaat. Deze tunnelingdriver implementeert IP in IP, wat misschien nogal zinloos lijkt, maar handig wordt als je jouw (of een andere) machine wilt laten verschijnen op een ander netwerk dan waarop het fysisch is, of om mobile-IP-faciliteiten te gebruiken (toelaten dat laptops zich van het ene netwerk naar het andere bewegen zonder hun IP adressen te wijzigen; bekijk http://anchor.cs.binhamton.edu/~mobileip/LJ/index.html). Hier Y op antwoorden genereert 2 modules ( = code die in en uit een werkende kernel kan gehaald worden wanneer je maar wilt). De meeste mensen hebben dit niet nodig en kunnen dus N antwoorden. # IP: GRE tunnels over IP CONFIG_NET_IPGRE Tunneling betekent het inkapselen van data van het ene protocoltype in het andere protocol en het dan versturen over een kanaal dat het inkapselende protocol verstaat. Deze tunnelingdriver implementeert GRE (Generic Routing En